Meest recent

     Wij, Belgen, kampen met een gebrek aan ambitie

    Onze Belgische economie en vooral onze starters moeten een "boost" krijgen, zeggen een aantal grote namen uit de ondernemerswereld. Wie? Agoria, EY, imec, Sirris, We Connect Data, Universem en Pulse Foundation. Die laatste spreekt namens enkele leden van belangrijke economische spelers: familie De Spoelbergh, erfgenamen van Ernst Solvay, Vic Swerts, Bart Verhaeghe, Dominique Moorkens ...

     

    opinie
    Paul Bosmans
    Paul Bosmans is CEO Pulse Foundation. Deze tekst is mee ondertekend door: Agoria, EY, imec, Pulse Foundation, Sirris, We Connect Data en Universem

    Het gaat goed met onze economie ...

    De Standaard pakte uit in 2015: “Bijna 5 procent meer starters in 2014”. "We hebben in België nooit eerder zo veel starters gehad als in 2015", kopte Het Laatste Nieuws vorig jaar. “Starters: 2015 overtreft recordjaar 2011”, wist HR Square. 

    Ook dit jaar schalt de loftrompet. “Recordaantal startende ondernemingen in België”, verkondigt Datanews. “Nooit meer starters dan in 2016”, zingen deredactie.be en De Tijd in koor. 

    De krantenkoppen liegen er niet om, het Belgische ondernemerschap doet het prima. In 2016 kende het aantal Belgen dat zich aan het ondernemerschap waagde een spectaculaire stijging. Maar liefst 89.777 nieuwe ondernemingen zagen het daglicht, een toename van 7.206 of ruwweg 8%. De positieve ontwikkeling die in 2013 merkbaar werd, is nu duidelijk een tendens.

    Maar is er ook een betere ondernemingsgeest?

    Echter, laat ons de groei van het aantal nieuwe ondernemingen niet interpreteren als een grotere ondernemingsgeest. Hoewel onze ondernemingen groeien in aantal, groeien ze niet in omvang. Dat is een probleem, want grotere stabiele ondernemingen zijn nodig om onze economie in het algemeen, en de middenklasse in het bijzonder, te ondersteunen met het oog op een meer welvarende maatschappij.

    Het is veelzeggend dat, ondanks de wet die werkgevers vrijstelt van patronale bijdragen bij het aanwerven van een eerste werknemer, tegenwoordig slechts één nieuwe onderneming op de tien personeel aanwerft in haar eerste levensjaar.

    En dit is niet nieuw. Tussen 2008 en 2015 steeg het aantal kmo’s dat niet één werknemer in dienst heeft met bijna 20 procent, terwijl de aangroei van het aantal kmo’s mét personeel stilviel bij 1,3%. Momenteel doen acht op de tien kleine en middelgrote ondernemingen het zonder personeel. Het spreekt voor zich dat dit nefast is voor onze economie en werkgelegenheid.

    Groeien of opgekocht worden

    Als je als starter niet snel groeit, mag je het vergeten. Dat is vooral een waarheid in de IT-sector. Onze tech startups zijn beloftevol, doen de research en hebben de kennis maar als ze niet groeien, duurt het niet lang vooraleer ze worden opgekocht.

    Meestal door een speler uit het buitenland.

    Zo verdwijnen het beslissingsrecht en de knowhow die ze hebben opgebouwd met de noorderzon en verliest de Belgische economie een nodige boost.

    Alle kleintjes maken een groot, zei de mug en ze deed een plasje in de zee. Niet echt. Hoe graag we ook nieuwe kleine bedrijven verwelkomen, grotere ondernemingen blijven een belangrijke pijler van onze economie. Ze creëren werkgelegenheid, maar niet iedereen is nu eenmaal in de wieg gelegd om ondernemer te worden. Grotere bedrijven zijn dan ook nodig om mogelijkheden, stabiliteit en een kans op welvaart te bieden aan zij die kiezen voor een carrière als werknemer.

    Bovendien vinden die werknemers hier net als ondernemers vaak alle ingrediënten om zichzelf te ontplooien en hun ambitie te voeden.

     Onze tech startups zijn beloftevol maar als ze niet groeien, duurt het niet lang vooraleer ze worden opgekocht. Meestal door een speler uit het buitenland.

    Die grote bedrijven een voorbeeldrol te vervullen. Zij moeten onze starters en kleine bedrijven tonen dat duurzaam ondernemen en groeien geen utopie is. En België telt wel degelijk een hele hoop bedrijven die het in hun eigen branche tot de wereldtop geschopt hebben.

    ABInbev spreekt misschien wel het meest tot de verbeelding, maar er zijn ook andere kleppers zoals Solvay, UCB, Bekaert en Umicore die het pad naar de top hebben afgelegd.

    Waarom groeien onze startups dan niet?

    Simpel. Wij Belgen kampen met een gebrek aan ambitie. Een gebrek aan ambitie dat in de hand wordt gewerkt door een risico-aversie en het feit dat risico’s nemen in onze samenleving moreel wordt gesanctioneerd.

    Als zelfstandige word je hier raar bekeken omdat je risico’s durft te nemen en dan nog eens eens zo zwaar belast voor eens zoveel verantwoordelijkheid. Slaag je niet, dan ben je alles kwijt.

    Bovendien durven we niet uit onze comfortzone te komen. Iemand die destijds een bedrijfje heeft opgericht en inmiddels tien mensen in dienst heeft, verdient goed de kost.

    Waarom dan nog groeien?

    Waarom problemen zoeken?

    We zijn aanbeland in een situatie waarin we de houding naar succes en ondernemen moeten veranderen. We moeten ondernemers overtuigen dat ambitie niet slecht is, dat dat geen teken is van pretentie. Dat hun succes ook getuigt van vrijgevigheid omdat ze risico’s nemen voor anderen, voor werknemers aan wie ze een salaris betalen, voor wiens families ze een toekomst verzekeren.

    Waar zijn de uitblinkers?

    Hier en daar zijn er in België wel wat innovatieve bedrijven met potentieel, betrokken medewerkers en de ambitie om wereldwijd marktleider te worden − de Duitse professor Hermann Simon omschrijft ze als hidden champions − maar we missen nog steeds te veel snelgroeiende en beloftevolle ondernemingen.

    Hiervan getuigt ook Gert Bijnens, onderzoeker bij Vives, KU Leuven, in Trends. “Onze verzwakkende productiviteit en stagnerende economie zullen we niet oplossen met meer zelfstandige elektriciens. Het ontbreekt ons aan uitblinkers, het soort bedrijven dat de economie eens flink opschudt.” Het is tijd om de mouwen op te stropen.