file

"Dorpelingen hielden zich dood": 5 Rohingya-vluchtelingen getuigen over het geweld

Wanneer je een van de Rohingya-vluchtelingenkampen in Bangladesh bezoekt met een camera om de schouder, trek je meteen de aandacht. Iedereen wil zijn verhaal kwijt, het ene al erger dan het andere. 

Ik liet me assisteren door medewerkers van de ngo Human Relief Foundation, die het kamp als hun broekzak kennen en voor wie de talloze verhalen over het geweld in Myanmar tegen de Rohingya's dagelijkse kost zijn. Vijf van die verhalen heb ik opgetekend, slechts een fractie van het totaal.

Raketwerpers

Rahana, 20 jaar

“Ik zat rustig thuis toen het Myanmarese leger ons dorp aanviel. Ze staken alles in brand met raketwerpers. Mijn hand is verschroeid en mijn rug zit vol brandwonden. Toen ik het bewustzijn verloor, heb ik mijn hoofd verwond. Sindsdien word ik af en toe onwel."

Yassine Atari

"Het was vreselijk. Gelukkig ben ik de vervolging kunnen ontlopen. Het leven in de kampen is hard en moeilijk, maar ik ben er tenminste veilig.”

Hij redde zijn dochter

Nour Ahammed, 63 jaar

“De soldaten vielen ons dorp binnen en namen de vrouwen mee om ze te verkrachten in hun kazernes. Ze arresteerden ook jongemannen op verdenking bij de rebellen te horen. Ik haastte mij naar mijn dochter, bang dat de soldaten haar zouden meenemen. Maar ik werd beschoten. Ik kreeg een kogel in mijn been en achterwerk, en moest mezelf op mijn ellebogen voortslepen. Gelukkig is m’n buurman mij te hulp geschoten."

"Uiteindelijk ben ik tot hier geraakt, in Bangladesh. De medische hulp stelt hier niet veel voor. Door de infecties kan ik amper normaal zitten.”

Yassine Atari

Moeder en baby neergeschoten

Musharaba (27 jaar) en Begum (6 maanden)

“Mijn zus is neergeschoten door het leger. Ook haar baby is toen geraakt, gelukkig slechts zijdelings. Het was een schampschot. Veel dorpelingen hielden zich dood. Toen later andere Rohingya kwamen zoeken naar overlevenden, hebben ze de baby en haar grootmoeder in veiligheid gebracht.  Ze wordt nu door ons opgevoed.”

Yassine Atari

Spelen zoals alle andere kinderen

Idriss, 10 jaar

“Ze hebben op me geschoten. De kogel ging langs mijn hoofd en schoot m’n oor aan flarden. Ik ben flauwgevallen van de pijn. Mijn vader heeft me de bossen in gedragen en na een paar dagen zijn we via de heuvels tot in Bangladesh geraakt."

Yassine Atari

"Mijn oor wordt behandeld, maar toch heb ik nog veel pijn. ’s Nachts meer dan overdag, waardoor ik niet kan slapen. Veel medicijnen zijn er hier niet voorhanden. Ik zou het liefst zo snel mogelijk genezen en weer spelen zoals alle kinderen.”

Bekijk ook het interview met Idriss op de website van Karrewiet.

Tranen van wanhoop

Sayyid Ahmad, 55 jaar

“Ze zouden me vermoorden als ik terugkeerde naar Myanmar. Ze zien mij als hun vijand."

Yassine Atari

"Ik ben aangevallen door enkele jongeren uit de staat Rakhine toen ik over de markt liep. Ze hebben op me ingehakt met machetes. Ik ben er een volledig been bij verloren, wat het voor mij natuurlijk nog moeilijker maakte om te vluchten. Ik werd er zo wanhopig van dat ik ben beginnen huilen. Enkele mensen die me zo aangetroffen hebben, hebben me geholpen. Ze hebben mij op een boot gezet en zo ben ik uiteindelijk hier terecht gekomen.”

Dit is het tweede deel van een fotoreeks uit het vluchtelingenkamp Kutupalong in Bangladesh. In het eerste deel documenteert Yassine Atari het dagelijkse leven daar.