70 jaar Ferrari in het Designmuseum in Londen

Heel snel na de Tweede Wereldoorlog begonnen Enzo Ferrari en een klein team vrienden met de bouw van wat voor hen de "ideale sportwagen" moest zijn. Ze dachten daarbij vooral in functie van  autosport. Het Designmuseum in Londen overloopt vanaf deze week die geschiedenis van innovatie, autoracerij en vernieuwend design. Ook de mensen achter het merk komen aan bod. In samenwerking met het Ferrari-museum in thuishaven Maranello toont het Designmuseum de eerste plannen en schetsen, alle historisch belangrijke race- en productiewagens, de Testarosse en 250 GTO onder meer, tot de Formule 1-wereldtitelbolides van Michael Schumacher en het allernieuwste hybride model, en ook parafernalia als helmen en pakken van beroemde piloten en van die dingen.      

Het kan verbazing wekken dat Enzo Ferrari zo snel na de Tweede Wereldoorlog, die Italië had verwoest, aan een sportwagen dacht. In die tijd lagen de wegen in puin, de heropbouw moest nog beginnen. Italië, als bondgenoot van nazi-Duitsland, behoorde tot het verliezende kamp. Nergens ter wereld was de autosport alweer op gang gekomen.

Italiaanse politici en ondernemers wilden de Italianen weer mobiel krijgen met scooters, de Vespa en Lambretta zijn in die tijd van start gegaan. Het zou tot een eind in de jaren vijftig duren voor de Isetta, bij ons bekend als piepkleine driewielige BMW maar oorspronkelijk een Italiaans ontwerp, en de Fiatjes de Italianen weer in een auto kregen.       

De man

Enzo Ferrari startte zijn carriere als racepiloot in 1919, heroïsche pionierstijden. Hij reed onder meer in modellen van Isotta-Fraschini en Alfa-Romeo. Tot 1939 was hij de officiële testpiloot van Alfa-Romeo. In datzelfde jaar startte hij een eigen bedrijfje in Modena. In 1945, de echo van de explosies van de oorlog dreunde nog na, werkte Enzo, toen 47 jaar oud, al aan zijn eerste eigen ontwerp, de 125S met een V12-motor, de typische krachtbron-architectuur waar het merk altijd trouw aan zou blijven. De 125S was uiteraard rood. Op de tentoonstelling in Londen staat een replica uit 1987 van deze eerste wagen, die in 1947, 70 jaar geleden, eindelijk klaar was, de officiële geboortedatum van het automerk Ferrari.  

Race-auto's zijn mooi noch lelijk. Ze worden mooi als ze winnen.   

Enzo Ferrari had maar één interesse: sportwagens. Hij bracht al zijn tijd in zijn atelier en aan het stuurwiel door. Vakantie bestond niet. Vooral van alleen knutselen in een verder lege werkplaats hield hij enorm. Enzo overleed in 1988, hij was 90, en had nog net de geboorte meegemaakt van de legendarische F40, toen de snelste auto op de markt.  

De klanten

Vanaf  de vroege jaren vijftig verzilverde Ferrari het succes in de autosport met productiemodellen, die dus gewoon, nou ja, bij de dealer te koop stonden. Het woord "gewoon" klopt nog enigszins, de eerste Ferrari's waren niet poepduur. Meteen schoven de celebreties aan. Ik noem alleen nog maar jazz-legende Miles Davis, acteurs Clint Eastwood, Sammy Davis, Brigitte Bardot en Peter Sellers. Dit jaar werd een Ferrari F430 van Donald Trump geveild voor 250.000 euro.  

Ook Nick Mason van Pink Floyd en Mick Jagger hadden er een, en Fiat-baas Agnelli was een trouwe fan. Verschillende Fiat-sportwagens zijn trouwens met een beetje hulp van Ferrari ontworpen, onder meer de wonderprachtige 2300 S coupé uit de jaren 60, de Dino's tien jaar later en eind twintigste eeuw nog de Coupé en Barchetta. Uiteraard nemen Ferrari's deel aan films en feuilletons. Ik denk alleen nog maar aan de 365 GT Daytona in "Miami Vice" en de gewone 365 in de handen van Tony Curtis in "De versierders".
   

Ons koningshuis

Dat verschillende leden van het Belgische koningshuis autofreaks zijn, weet iedereen. In de jaren vijftig reden Boudewijn en Albert met een Ferrari, de broers hadden er één voor hen twee. Een aanrijding met blikschade in de buurt van Leuven werd in der minne geregeld, maar kwam toch discreet in de pers. De Waalse romanschrijver Pierre Mertens heeft over dat ongeval mooie bladzijden in zijn meesterwerk "Koninklijke rust". En ook Laurent was een tijdlang een Ferrari-addict. Niemand vergeet het beeld van Laurent die in zijn blauwe Ferrari de oprijlaan naar het paleis van Laken opstuift.  

Video player inladen ...

Andere Belgische Ferrari-adepten waren Tom Boonen, die een F430 in de prak reed, en Jean-Pierre van Rossem. De beelden van de corpulente beursgoeroe en Formule 1-renstal-eigenaar die zich in en uit een rode Ferrari hijst, zoals Gerard Depardieu op en van een scharminkelig paard in de film"Germinal", blijven op het netvlies gebrand. Sinds Van Rossem weten we trouwens dat er een scherpe vete bestaat tussen Ferrari- en Lamborghini-rijders, vergelijkbaar met de hetze tussen eigenaars van Vespa's en Lambretta's.  

Video player inladen ...

Design

Voor de modale bezoeker die weinig boodschap heeft aan autosport, zal de sectie van de tentoonstelling in Londen die de ontwikkeling van het design toont een stuk interessanter zijn. Meteen na de beslissing om ook productiewagens te bouwen, koos Ferrari de toen bekendste en beste auto-ontwerper ter wereld Battista Pininfarina om de wagens te ontwerpen. Die samenwerking met het nog bestaande studiebureau duurt tot heden.  

Op de tentoonstelling staan schaalmodellen, windtunnel-prototypes en uiteraard echte auto's, tussen tientallen schetsen, ideeën, foto's, maquettes en films. De expositie licht ook een paar tippen van de sluiers van toekomstige modellen. Want het gaat goed met Ferrari, de productie en de winst lagen nooit hoger. Zeker bij kapitaalkrachtige Russen en Chinezen zit Ferrari in de bovenste lade.  

Ferrari behoort tot de Fiat-Chrysler-groep, via aan complexe constructie die wat lijkt op de verhouding Volkswagen-Porsche. Bedoeling is om de aandelen en de beurskoersen van Fiat en Ferrari gescheiden te houden, zodat de sportwagenbouwer exclusief aan zijn eigen imago en succes kan werken. Commercieel succes, ja, meer dan 7000 exemplaren per jaar, een omzet van drie miljard euro. Dat moet het al 10 jaar wachten op een wereldtitel in de sport goedmaken. Al is Ferrari wel het enige merk dat vanaf de jaren vijftig onafgebroken deelnam aan de Formule 1. En dat zal blijven doen.  En ja, naast de auto is er nog een heel gamma Ferrari-merchandising. Is een Ferrari-auto misschien te duur, een horloge kan er nog net van af.    

De steigerende hengst

Het logo van Ferrari is een zwart steigerend paard op een gele achtergrond, met de letters SF. Waar komt dat vandaan? Uiteraard zijn er veel automerken die een krachtig (roof)dier als embleem gebruiken, denk aan Jaguar, zelfs Peugeot. Ook de Ford Mustang heeft een paard als kenteken, zij het dan een galopperende flink uit de kluiten gewassen pony. Het Ferrari-logo zou afkomstig zijn van hat cavalerie-regiment van een militaire piloot en oorlogsheld, Francesco Baracca. De moeder van Baracca schonk het zwart-wit wapenschildje dat het vliegtuig van haar verongelukte zoon sierde, aan Enzo, die ze al lang kende. Die koos een gele achtergrond, de kleur van Modena. SF betekent Scuderia of raceteam Ferrari.  Onnodig te vermelden dat de meeste Ferrari's rood zijn.

Quanta costa?

Een Ferrari Portofino van nu krijg je in handen vanaf een goeie 200.000 euro. De andere modellen zijn 20 tot 100.000 euro duurder. Een maximumprijs is er niet, de lijst opties en gepersonaliseerde speciallekes is eindeloos. Een Ferrari is uiteraard een investering, de waarde begint meteen na de aankoop te stijgen. In 2014 veranderde op een veiling een 250 GTO Berlinetta uit 1962 voor meer dan 30 miljoen euro van eigenaar, nog altijd het record. In de top 10 van duurste auto's ooit geveild staan trouwens zeven Ferrari's.  

Een tweedehandse Ferrari kan je niet kopen op de vrije markt laat staan op ebay. Bij aankoop tekent de koper van een nieuwe auto een contract met de clausule dat, als ze de kar beu zijn, Ferrari die weer opkoopt. Dat geldt ook voor vernielde modellen na een ongeval.  

Mijn lievelingen

Ik hou het graag wat sober, dus zijn de allersnelse meest prestigieuze sportwagens niet mijn lievelingsvoertuigen. Integendeel, ik vind Ferrari's en Lamborghini's vaak nogal ridicuul. Het prottige geluid vooral. Maar in mijn destijdse verzameling van Jacques chocolade-prentjes uit 1962 zat de Ferrari 250 Gran Turismo, een 2500 cc V8 vierpersoons coupé die toen al 250 kilometer per uur haalde. Het was een vrij eenvoudige, herkenbare, strakke auto, en sinds mijn prille kindertijd mijn all time Ferrari-favorite. In het autosalonnumemer van de VAB-Autotoerist van 1968 dook de perfect gestroomlijnde Citroën SM-achtige Daytona op, mijn nummer twee. En van de latere Ferrari's gaat mijn voorkeur altijd naar de minst spectaculaire modellen, die een eenvoudig mooi interier hebben dat toch aan vier inzittenden plaats biedt. Een Ferrari-gezinswagen, het kan. 
   

Ferrari SpA