Represented by ZUMA Press, Inc.

Hoe angstaanjagend is het nationalisme in Polen?

Polen kwam vorige week in het nieuws met angstaanjagende beelden van extreemrechts dat door de straten van Warschau trok tijdens de Mars voor Onafhankelijkheid. Bij ons kwam veel commentaar op dat Pools nationalisme. Maar onze man in Polen, Marc Peirs, nuanceert en duidt dit land waar patriottisme iets van alledag is.

labels
Analyse

“Mama! Papa! We hebben het Poolse volkslied geleerd!”

We schrijven 1 september 2015 en de toen twaalfjarige dochter Laura heeft er net haar eerste schooldag op de Poolse school op zitten. Ze giechelt:

“In België ben ik bijna tien jaar naar school geweest. Maar ik heb nooit de Brabançonne geleerd.”

Men stelle zich zulk een eerste schooldag in Polen als volgt voor: onder een stralende zon komen jongens en meisjes deze ene dag in wit-blauw uniform naar school, waar enkele van de grotere kinderen de nationale vlag en de schoolvlag dragen. De directeur vertelt welke klas welke titularis krijgt, kinderen en ouders trekken even naar de nieuwe klas, de titularis geeft het lessenrooster mee. Klaar. Vriendjes en vriendinnetjes ravotten, de vlaggen gaan aan kant en de uniformpjes raken nat van het zweet.

Nationalisme?

Vooral veel pret. Van pret is nog nooit iemand slechter geworden.

Napoleon

De eerste zinsnede van het Poolse volkslied luidt ‘Nog is Polen niet verloren’. In zijn mengeling van melancholie en heldhaftigheid getuigt het van een zeer Poolse attitude. Het volkslied, de Dabrowskimars, vertelt over het lot van de Poolse legioenen die in Italië aan de zijde van Napoleon gingen strijden.

In ruil zou Polen, dat heel de negentiende eeuw was verscheurd door de landhongerige buren Rusland, Pruisen en Oostenrijk-Hongarije, opnieuw een onafhankelijke staat worden. Die historische episode is gestold in een bijzonder mooi stuk muziek.

Nationalisme?

Vooral een fascinerend historisch verhaal. Van wat historische kennis is nog nooit iemand slechter geworden.

De geschiedenis is in Polen nooit helemaal voorbij

De geschiedenis is in Polen nooit helemaal voorbij. Tussen de wolkenkrabbers van Warschau waar blue collar workers naar de sushibar of de Starbucks trekken, herinneren honderden gedenkplaten aan de plaatsen waar Hitlers beulen willekeurig Poolse burgers vermoordden, bij tientallen of zelfs honderden tegelijk.

In de wijk Muranow ziet de wandelaar op de grond de contouren van het getto waar de nazi’s 400.000 Poolse Joden opsloten, uithongerden, deporteerden. Vlakbij vind je het bronzen monument ter herdenking van de miljoenen Polen die Stalin op verplicht transport naar Siberië zette.

Dag na dag herinneren al die gedenktekens aan de twintigste eeuw die Polen zoveel leed heeft bezorgd, aangedaan door de buren Duitsland en Rusland én met grote onverschilligheid van de Westerse “vrienden”.

Immers, toen Hitler Polen binnenvielen, verroerden Britten en Fransen geen vin. Tijdens de Tweede Wereldoorlog deden de Polen meer dan hun deel. Poolse piloten in hun Spitfires waren de meest succesvolle vliegeniers tijdens de Battle for Britain. Poolse soldaten veroverden Monte Cassino, waarna de weg naar Mussolini’s Rome wijd open lag. De Poolse tankbrigade van generaal Maczek bevrijdde grote delen van West-Vlaanderen en Gent. En thuis, in Polen, waren 400.000 mannen, vrouwen en kinderen actief in het anti-nazi verzet: het grootste maquis van heel bezet Europa.

De beloning voor al die Poolse inzet?

De “vrienden” lieten toe dat Polen in de klauwen van dictator Stalin viel. 

De beloning voor al die Poolse inzet tijdens Wereldoorlog II? De “vrienden” lieten toe dat Polen in de klauwen van dictator Stalin viel

Dergelijke historische ervaringen verklaren minstens voor een deel waarom Polen bijwijlen een zekere argwaan voelt tegenover al te verregaande bemoeienissen van de Europese Unie; die lijkt wel een vader die zijn kind decennia lang niet wou zien en het nu even wil tonen wat opvoeding inhoudt.

Nationalisme?

Vooral een reflex om het eigen belang niet weer eens in de koelkast te stoppen. Daarin verschilt Polen niet erg veel van, pakweg, Frankrijk (véél Europees geld voor de boeren), Griekenland (gigantische Europese leningen) of Spanje (Madrid dat zijn zin wil doen met de opstandige regio Catalonië).

Napoleon (bis)

Terug naar Napoleon en Polen. Napoleon kon de belofte van een onafhankelijk Polen nooit waarmaken vermits de kleine Corsicaan in het kamp van de historische verliezers is gesukkeld. Pas na de Eerste Wereldoorlog, na 123 jaar van verdeling, herrees de Poolse feniks uit zijn as.

Die dag, 11 november, wordt in Polen enthousiast gevierd.

Die feestdag is allesbehalve een monopolie van extreemrechts of radicale nationalisten. Zelf waren mijn Poolse echtgenote en ikzelf op een klein privéfeestje uitgenodigd. Na haring, wijn, taart en thee deelde de gastheer fotokopies uit met de tekst van een patriottisch lied. Niemand leek verbaasd. “We zingen?” “We zingen”.

Het gezelschap bestond uit een journaliste, een schrijfster, een leraar geschiedenis, een hoteluitbaatster – allemaal mensen die iets van de wereld hebben gezien en die bezwaarlijk als rechts kunnen worden bestempeld.

Nationalisme?

Het moment deed me vooral denken aan de sympathieke samenzang die je ook in pubs in Ierland mee kan maken.

Maar met de Mars voor Onafhankelijkheid in Warschau liep het dit weekend wel danig mis. 

Represented by ZUMA Press, Inc.

Tot nu toe waren er steeds twee marsen. Veruit de grootste was steeds de “gewone” mars met tienduizenden patriotten, families met kinderen, vredelievende nationalisten, kortom, burgerlijk-nationalistisch Polen.

In een tweede mars stapten de radicalen, de extreemrechtse militanten van de organisatie ONR, Oboz Narodowo Radikalny, vrij vertaald: Kamp van Radicale Nationalisten.

Dit jaar kregen de radicalen geen toelating voor een eigen mars. Van de weeromstuit sloten ze aan bij de “gewone” optocht. Met hun opvallende, vaak racistische slogans voor een monochroom blank Europa leek het wel of ONR en de hunnen hadden de mars overgenomen.

Toen groepjes feministes letterlijk in de weg van de radicalen liepen, kregen sommige vrouwen slaag, anderen werden aan de haren getrokken of bespuwd.

TYLKO POLSKA

ALLEEN POLEN. Een organisatie als ONR valt enkel als extreemrechts of fascistisch te benoemen. De organisatie rekruteert bij de klassieke hooligan met zijn kortgeschoren hoofd, combat-boots en bomberjack, maar ook bij studenten in steden als Lublin en Bialystok, plekken in het oosten van Polen waar veel Oekraïeners komen studeren, op de vlucht uit hun land dat geplaagd wordt door burgeroorlog, endemische corruptie en economische crisis.

Ook al is Oekraïne een Slavisch buurland, ONR is tegen de immigratie gekant want de organisatie wil Polen alléén voor de Polen. Ook is ONR huiverig tegen alle moderniteit die Polen via de Europese Unie binnen sijpelt: feminisme, gelijke rechte voor holebi’s, abortus.

Niet in de brutaliteit maar wel in de ideologische opstelling schurkt de nationalistische regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid vaker wel dan niet tegen het ideeëngoed van de ultramontaanse zender Radio Maryja of het extreemrechtse ONR aan.

In morele kwesties zoals abortus droomt de regering er nog steeds van om de regelgeving nog strenger te maken dan ze al is. Nu laat Polen abortus enkel toe wanneer het leven van de moeder in gevaar is, wanneer de vrucht zwaar misvormd is of wanneer de bezwangering het resultaat is van een verkrachting.

Represented by ZUMA Press, Inc.

Ook inzake buitenlands beleid gooit Recht en Rechtvaardigheid olie op het extreem-nationalistische vuur. Partijleider Jaroslaw Kaczynski blijft koppig herhalen dat de dood van zijn tweelingbroer Lech bij de vliegtuigcrash in Smolensk in 2010 een moordcomplot van de Russen was.

En tegen die andere onaardige buurman Duitsland dreigt Recht en Rechtvaardigheid met een claim voor herstelbetalingen wegens de Duitse verwoestende bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Het wekt dan ook weinig verbazing dat de nationalistische regering behoorlijk lauw reageerde op de ontsporingen tijdens de Mars voor Onafhankelijkheid zondag. Cultuurminister Glinski toonde zich “verbaasd” als er “etnische slogans zouden opduiken tijdens de mooie Mars voor Onafhankelijkheid”. De weinige tegenbetogers waren volgens hem uit op “een gevecht”. Hij bleef erbij dat iedereen “veilig” aan de mars kon deelnemen, ondanks de klachten van gemolesteerde vrouwen.

Succesverhaal

Intussen blijven de succesverhalen over Polen zich opstapelen.

Het Nationaal Instituut voor de Statistiek stelde de economische groei voor de vijfde keer dit jaar bij tot 4,7 procent.

Ook in de peilingen doet Recht en Rechtvaardigheid het prima. Nauwelijks is de inkt van de laatste peiling droog of het blijkt dat de regeringspartij op een verpletterende aanhang van 45 procent mag rekenen. De grootste oppositiepartij, het liberale Burgerplatform van Europees president Donald Tusk haalt amper 17 procent.

De komende drie jaar worden beslissend; In 2018 heeft Polen lokale verkiezingen, in 2019 parlementsverkiezingen en in 2020 presidentsverkiezingen.

Nationalisme?

Drie jaar op rij heeft Polen de kans om te tonen welk land het is, welk land het wil zijn. Wat is het verleden, wat is de toekomst? Nog is Polen niet verloren.