Video player inladen ...

Het creatieve lab van Spinvis, Erik de Jong: “Verdwalen is een doel”

Reis ver, drink wijn, denk na, lach hard, duik diep, kom terug. Het zijn de eerste woorden van Griet Op de Beecks boek Vele hemels boven de zevende. Zij leende die woorden bij Spinvis, en als beloning mocht hij de soundtrack componeren van de film die net uit is. Het creatieve lab toog naar Antwerpen, naar een optreden van Erik de Jong (56), Spinvis dus. Weet je wat hij doet om het hoofd en dus de creativiteit fris te houden? Gewoon werken. Componeren en schrijven in zijn cocon, dat noemt hij zijn eigen klooster. 

Erik de Jong, hoelaat begint je dag?

Ik heb ruw twee periodes, het leven thuis, in de studio, en het leven als we toeren. Dat zijn wezenlijk andere werelden. Nu zijn we veel aan het spelen. Dat betekent dat ik probeer vroeg naar bed te gaan, rond 1 uur. Dan word ik meestal om 8 à 8.30 uur wakker. Dan doe ik gewoon zoals iedereen: de mailtjes, de telefoontjes. Dan pak ik mijn spullen en ga ik naar het optreden.

Rond 14 à 15 uur de deur uit. Meestal is het 3 uur of nog later als ik weer thuis ben. Het zijn vrij overzichtelijke dagen, best wel rustige dagen. Dat is niet zo vermoeiend, want het is het leukste wat er is. Want je bent, met wat je ooit hebt bedacht aan de keukentafel, of op de fiets, of onder de douche, dat ben je aan het uitvoeren, en dat geef je aan de mensen. Je krijgt direct feedback. 

Mijn andere leven, als ik aan het schrijven ben, dat is redelijk chaotisch. Ik werk thuis, dat betekent dat mijn persoonlijk leven, met de kinderen, dat loopt allemaal door elkaar heen. Beneden in de souterrain heb ik een studio, en boven ben ik Erik. Ik ben heel de dag bezig met kleine ideetjes: het geluid van een hi-hat, of een bepaalde galm, een nieuw software-programma dat ik wil uitzoeken, een tekst schrijven, een melodie uitzoeken. Dat loopt allemaal door mekaar. 

Zet je je daar ’s morgens vroeg aan?

Ja, het beoordelen van wat je de nacht ervoor gemaakt hebt -want dan gaat het wel door tot vier uur of vijf uur in de nacht- dan is alles stil, dan word je niet meer gebeld en ben je echt in jezelf. Dan ben je in een cocon van concentratie, dat kan ik gelukkig goed. Maar dan moet ik maar hopen dat wat ik gemaakt heb de nacht ervoor, dat dat ook goed is. Bijna nooit is het wat je hoopte dat het was, en dan moet je het of weggooien of veranderen. Schrappen, weggooien, verbeteren, het proces is bij mij heel erg langzaam. 

Je hebt tot vier, vijf uur gewerkt. Wanneer begin je dan de volgende dag?

Eerst koffie, en een krant. Dan is het tien-elf uur en ga ik luisteren wat ik heb gedaan, met frisse ogen en oren. Als ik heel geconcentreerd aan iets heb gewerkt, is het heel belangrijk dat ik het wekenlang wegleg. Ik werk aan vijf of zes liedjes tegelijk. Die periode van vergeten is cruciaal, want je kunt je heel goed verliezen in details. Prachtige details, maar niet meer goed beseffen wat nu eigenlijk het grote idee was. Die periode van vergeten of wegzakken, die is wel heel belangrijk. Ik kan niet blijven duwen, want dan forceer je je energie. 

Vijf jaar voor een nieuwe plaat is wel heel lang.

Dat krijg je dan. In de popwereld is vijf jaar een eeuwigheid, dan zijn er al vijf modes aan voorbijgegaan. Dan kom ik nog maar een keertje, dat is dan maar zo. Ik kan het niet sneller, en het is ook goed. Het komt ook wel: ik zeg op alles ja. Ik schrijf een toneeltekst of ik schrijf filmmuziek. Werken met andere mensen, dat bevrucht je in je ideeën, die worden er rijker van, maar het kost wel tijd. Ik ben nu 56. Tijd is kostbaar. Ik moet goed gaan nadenken wat de kern is van wat ik doe, dat speelt nu heel erg.

Het idee van eindigheid is nooit weg in je werk.

Nee, dat is nooit weg. Vijf weken geleden is mijn vader overleden. Dat is voor iedereen natuurlijk een heel groot moment. Dat drukt je met je neus op de feiten.

Je staat plots vooraan hé?

Ja, dat is … En ook mensen in je omgeving die ziek worden. Ja, de eindigheid zit er altijd in, maar die wordt nu wel heel tastbaar. 

Als je je werk in je studio beschrijft, dat lijkt me ontzettend eenzaam.

Nee, helemaal niet. Het is wel alleen. Maar dat is wel goed voor je, met vrouw en kinderen, vrienden om je heen, om dingen alleen te doen. Het is gewoon goed voor je hoofd, voor je zelfvertrouwen. Die zoektocht naar liedjes, naar teksten, dat moet je alleen doen. Dat is een heel private opdracht voor jezelf: wat ga je met het leven doen dat je hebt gekregen? 

Ik heb je nog horen zeggen: als ik zit te werken heb ik het niet altijd onder controle. Soms wil ik dingen maken en er komen andere dingen uit. Hoe leg je dat uit?

 Ik denk dat iedereen dat wel herkent. Een tijdje geleden was ik bij de Technische Universiteit van Delft, daar hadden ze gevraagd of ik tijdelijk cultural professor wilde zijn. Ik ging met technische studenten, echte beta-wetenschappers, mensen die tien keer zo intelligent zijn als ik, onderzoeken in hoeverre wetenschappelijk onderzoek het resultaat is van toeval. Of van intuïtie, want eigenlijk heb je het over intuïtie.

Je gaat op pad om iets te onderzoeken, bijvoorbeeld een zonnecel ontwikkelen met een fantastisch rendement. En al doende ontdek je iets heel anders. De bijvangst van dat onderzoek wordt later hoofdvangst. Dat is bij een creatief proces niet anders. Ik ben op zoek naar een soort vorm, en onderweg daarnaartoe maak ik fouten, of mijn vingers maken fouten, of mijn gitaar of de akkoorden, in ieder geval, je dwaalt af, en dat zijpad waarop je dan terechtkomt, dat blijkt ineens het pad te zijn. Dat is een kwestie van zelfvertrouwen. 

Gebeurt het dat je op het witte blad zit te staren, of op het lege computerscherm?

Nee. Er komt altijd iets, en vrij snel. Eerst is het allemaal onzin. Ik maak eerst de klei, en dan begin ik alles weg te halen. Wat ik heel snel doe als ik een stukje muziek heb, dan neem ik de gitaar, en dan zing ik in op de telefoon, met een neptekst. Mummelen, als een kindje dat nog geen Engels kent, en alvast Engels doet. Dan is het al muziek, dan is het niet meer op papier. Een tekst op papier dat staat stil in de tijd. De muziek van de taal laat zich pas gelden als die wordt gesproken of gezongen. Dat vind ik interessant. Ik ben heel blij dat de mensen de betekenis van de teksten zo in zich dragen, dat is ongelooflijk. Maar als ik moet kiezen, kies ik voor de muziek, voor klank, voor wat niet gezegd kan worden.

Een zin als “ik heb oogcontact van de eenzaamste soort”, dat komt toch niet al mummelend tot stand?

Nee, maar dat is ook echt een sleutelzin. Dat is een goed voorbeeld. Want zo een sleutel, een hoek, heb je nodig, maar alles van de rest van de tekst …. Als het maar loopt, als het maar loopt, als het maar loopt…. Ik vul maar wat in als het maar loopt. Jaren later, dan denk je: nu weet ik pas wat er in mij omging. Het zijn ook dagboekjes, je schrijft op wat er in je omgaat op een cryptische manier, die je pas later zelf kan ontdekken.

Een vraag die ik niet voor mezelf kan houden: wat betekent spinvis?

Oh, echt taal, klank. Het begint met een s en het eindigt met een s. Dus het woordbeeld is mooi. En het zijn twee dieren, die elkaar nooit hebben gezien neem ik aan. Mooi twee werelden. En het ontstond in een kwart seconde. Het schoot in mijn hoofd. Het is echt een wonder dat het zeventien jaar later gewoon een begrip is geworden. Spinvis had nooit anders kunnen heten. 

Ik heb het opgezocht in een puzzelwoordenboek, het blijkt ook een echte vis te zijn.

Ja dat klopt. Dat wist ik toen niet: in de modder kruipend, zonder ogen. En het is ook een heel fel gekleurd rubber kunstaasvisje. Knalgeel en oranje, die een sportvisser uitgooit en dan spint het terug. 

Je zit veel in de auto, onderweg naar concerten. Wat doe je in de auto?

Ik luister liefst naar gesproken woord. Niet zozeer naar muziek. En dan podcasts over van alles. Nu laatst die hele mooie over Napoleon, van… van…

Johan Op de Beeck.

Ja, die. Dan hang ik aan zijn lippen. Dat vind ik zo een prachtig verhaal. Ofwel filosofie, of een interview met een journalist, of een oorlogscorrespondent. Podcast vind ik wel prachtig, want het is langeafstand, en het is rustig. Liever dan naar muziek, ik weet niet zo goed waarom. Omdat ik al met muziek bezig ben, denk ik. 

Heb je er soms nood aan om je hoofd leeg te maken, op reis gaan naar de woestijn, mediteren begot?

Wat ik doe, in een cocon zitten om vijf regels perfect te vangen, dat is meditatie. Dat is mijn eigen klooster. Ik ben heel goed in staat om te wroeten, om te zoeken in mezelf naar dat allerbeste. Maar het is niet zoals yoga-meditatie, leegheid, dat je aan niets denkt. Ik neem me al mijn hele leven voor om een keer yoga te gaan beoefenen, maar het is er nog niet van gekomen. 

Maar waarom neem je het je voor? Je hebt er niet echt behoefte aan.

Nee, maar ik ben overal nieuwsgierig naar. We hadden het er net in de auto over: hoe zou het zijn om gehypnotiseerd te worden? Daar ben ik ook heel benieuwd naar. Je moet je er echt aan overgeven, en dan schijn je echt diepere lagen van je herinnering of bewustzijn te kunnen aanboren, onder hypnose. Daar ben ik echt heel benieuwd naar. 

Heb je in dat rijke leven van jou al een levensmotto bijeengegaard?

Dat van het een het ander komt. Ik heb nooit baat gehad bij grote plannen. Omdat je jezelf dan tekort doet over allerlei mogelijkheden en ideeën. Niet echt een motto. Het nadeel van een principe is dat heel veel dingen zich aandienen die niet in dat principe passen. Ik denk dat je elke dag opnieuw een motto moet vinden, bij elke situatie. 

Ik heb je ooit eens horen zeggen: getting lost is a destination.

Nou ja, dat is dan mijn motto ja. Een heel mooi motto, dank je wel. (lacht)

Maar het zijn jouw woorden.

Waw. 

Foto's: Alex Vanhee, montage podcast: Gunter Joosen