Korpschef Brussel: “eenzijdige lezing” door minister Jambon van rapport over rellen in Brussel

Michel Goovaerts, korpschef van de politie Brussel Hoofdstad Elsene, betreurt "de eenzijdige lezing van het rapport van de Algemene Inspectie" door minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA). Dat laat de korpschef mede in naam van de Brusselse burgemeester Philippe Close (PS) en zijn Brusselse collega-korpschefs weten.

"We waren verrast en hadden de indruk dat we een ander verslag gekregen hebben. We betreuren het dat het een eenzijdige lezing is, waar enkel de negatieve punten uitgehaald worden", zegt korpschef Goovaerts.

Minister Jambon gaf in zijn feitelijke verklaring van het rapport van de Algemene Inspectie (AIG) mee dat de politiezone Brussel Hoofdstad Elsene niet voorbereid is op rellen en dat er bijvoorbeeld een commandostructuur ontbreekt voor rellen.

In “Terzake” geeft Vincent Houssin van de liberale politievakbond VSOA de minister gelijk: “Ik ben niet verrast. In 2014 zijn min of meer dezelfde conclusies getrokken: de Brusselse politie was zeer goed voorbereid op massamanifestaties, maar zodra er rellen gebeurden, moesten ze improviseren. Na drie jaar is dat nog altijd niet veranderd.”

Korpschef Goovaerts countert: “"Wij hebben 24 op 24 en 7 op 7 een peloton klaar om tussen te komen, zowel voor betogingen als voor het begin van rellen. Wij leiden hier specifiek mensen voor op, als enige politiezone in het land, maar daar besteedt de minister geen aandacht aan. En er is altijd een officier van de bestuurlijke politie aan het hoofd van de eenheid."

“Tussenkomen of niet is altijd een afweging”

Er was veel commentaar op het trage optreden tijdens de plunderingen die gepaard gingen met de rellen. Volgens minister Jambon stelt het politiereglement nochtans dat er moet tussengekomen worden bij vernielingen. 

Korpschef Goovaerts relativeert: "Het is een operationele afweging die je maakt in functie van opportuniteit en capaciteit. De minister gaat te kort door de bocht door te zeggen dat je in alle situaties kan tussenkomen." 

Dat sommige politiezones hulp boden, maar dat die hulp niet gebruikt werd, weerlegt de korpschef. “De meeste Brusselse korpsen die later aankwamen, werden gebruikt om te patrouilleren”, zegt hij. “En als de politie Brussel-Zuid niet ingreep op de Lemonnierlaan, kwam dat door enkele incidenten op hun eigen grondgebied en omdat ze toch niet tot aan de winkels en brandende auto’s zouden geraakt zijn gezien de grote menigte van honderden relschoppers.” 

De Brusselse korpschef gaf wel toe dat er te weinig gebruikt gemaakt wordt van informatie via de sociale media. “De Brusselse politie heeft daar de middelen niet voor”, zegt hij, “maar de federale politie zou een rol kunnen spelen.”