Politiecommissaris De Smet: “We leven in een digitaal tijdperk, maar werken nog als een organisatie uit het industriële tijdperk”

Steven De Smet, hoofdcommissaris van de Gentse politie, hoopt dat er na de rellen in Brussel iets verandert aan de manier waarop de politie omgaat met sociale media. Volgens De Smet moet de politie zichzelf opnieuw uitvinden en moet deze beweging vooral van onderuit gedragen worden, door de politieagenten.

Dat internet belangrijk is voor de politiewerking, moet je Steven De Smet niet meer vertellen. De hoofdcommissaris van de Gentse politie is zelf heel actief op sociale media - check @DeFlik op Twitter. Vijf jaar na het verschijnen “De nieuwe politie”, is zijn boek weer brandend actueel geworden door de recente rellen in Brussel.

In zijn boek voorspelde hij al dat de politie rekening moest houden met de sociale media en zich moest aanpassen. In het Radio 1-programma “De ochtend” herhaalde De Smet vanochtend zijn pleidooi om de politie te hervormen, om goed te kunnen reageren op evoluties op sociale media. “De structuren moeten aangepast worden. We leven nu eenmaal in een digitaal tijdperk, maar we werken spijtig genoeg nog met de waarden, normen, structuren en organisaties uit het industriële tijdperk”.

Lessen trekken

“Afgelopen weekend hebben we ons eigen Haren X-feestje beleefd”, stelt De Smet vast. "Feestje" is natuurlijk cynisch bedoeld, want in het Nederlandse plaatsje Haren kwam het vijf jaar geleden tot zware rellen na een uit de hand gelopen Facebook-oproep om naar Haren te komen om de verjaardag van een meisje te vieren. “De Nederlandse politie heeft daar toen lessen uit getrokken en vastgesteld dat er een en ander moest veranderen. Ik hoop dat dit nu ook bij de politie in België gebeurt.”

Intussen zijn we vijf jaar verder en sociale media zijn niet meer nieuw voor de Belgische politie, toch? De Smet: “Absoluut niet. Er zijn enorm veel politiemensen met passie en enthousiasme mee bezig, maar het moet beter geïntegreerd worden in de gehele politiewerking.”

Zoekmachines en wijkagenten

Hoe dan? Van bovenaf een groot onderzoekscentrum installeren om als een grote Big Brother het internet in de gaten te houden, daar ziet De Smet geen heil in, “want dat kan zelfs digitaal, zonder daarvoor mensen in te zetten. Je kan zoekmachines inzetten en dan zal de computer de politie verwittigen als er iets gebeurt.”

“Ik zou liever aan de basis beginnen en kijken naar onze noorderburen. Daar hebben al 2.300 wijkagenten een eigen twitteraccount. Op die manier zijn zij verbonden met de bevolking en hun collega’s. Daardoor beschikt de politie over heel wat informatie van onderuit.”

Opnieuw uitvinden

Is het niet heel veel werk om zo’n structuur op te zetten? “Nee, dit loopt al”, legt De Smet uit. Maar veranderen zal volgens De Smet niet volstaan: de politie zal zichzelf opnieuw moeten uitvinden. In een een zogenoemde “disruptive” werkgroep is hij de toekomstige werking van de politie volop aan het uitwerken. Hij hoopt over een aantal maanden naar buiten te kunnen komen met hun plannen.

De Smet is wel beducht voor de valkuilen en hierbij denkt hij aan één groot struikelblok: “Het gevoeligste is dat je aan de structuren raakt. Iedereen dreigt op zichzelf terug te vallen. Maar  ik hoop dat de ogen opengaan en we daar verder aan kunnen werken.”

De Smet voelt zich alleszins gesteund door de minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA): “Hij heeft een ict-achtergrond. Als je met hem gaat praten, weet hij wel wat de gevolgen van de evoluties allemaal zijn. Met zijn kabinet kunnen we nauw samenwerken, ze faciliteren bepaalde zaken voor ons zodat we de weg verder kunnen inslaan.”