Zeven redenen om naar Interclassics op de Heizel te gaan

Interclassics op de Heizel in Brussel toont vanaf vrijdag en het hele weekend honderden voorbeelden uit de geschiedenis van de auto. Er zijn twee nieuwigheden in vergelijking met vorig jaar. Vijf grote automusea tonen elk drie pracht-exemplaren uit hun collectie. En er is speciale aandacht voor de zogenoemde cycle-cars, spotgoedkope, primitieve en daarom meestal grappige autootjes van tussen de twee wereldoorlogen.   

Video player inladen ...

Alfa-Romeo 2600

De Alfa-Romeo 2000, later 2600, bleef tot 1967 in productie en is verrassend burgerlijke grote sedan van het Italiaanse merk dat een reputatie verwierf met sportieve modellen. De 2600 moest een alternatief bieden voor Mercedes, maar slaagde daar nooit in. Toch heeft de ultra-hoekige strakke stijl charme. De wagen straalt ernst en degelijkheid uit. Het instrumentenbord met een grote klok en een horizontale snelheidsmeter is erg origineel, de stoffen banken zien er uitnodigend huiselijk en gastvrij uit. De Nederlandse verkoper vraagt 36.000 euro voor deze nagenoeg vergeten maar unieke auto.   

Facel-Vega 2

In de eerste helft van de jaren zestig was de Facel 2 de snelste vierplaatser coupé op de markt. Het was een "totaal elegante" Franse auto, een wagen met een dramatische schoonheid. Dramatisch jawel, zo mooi als de Facels waren, even onbetrouwbaar bleken ze. Auteur Albert Camus verongelukte als passagier in een Facel HK 500, het type dat de basis vormde voor de "2". Gelukkig stelde de zware Amerikaanse Chrysler-motor geen problemen, alle andere technische componenten wel. In 1964 ging Facel failliet omdat het de waarborgen bij al die defecten niet meer kon betalen. Het interieur is monumentaal. Ringo Star verkocht zijn exemplaar in 2013 voor 400.000 euro.  

Talbot-Lago T 150 SS-coupé, "Teardrop"

De Talbot-Lago T 150 SS kreeg als bijnaam "Waterdruppel", en dat past perfect bij de adembenemende aerodynamische lijn van deze unieke Franse auto, in Parijs ontworpen en gebouwd. Deze wagen uit het Louwman museum in Den Haag behoort tot de allermooiste en meest verbijsterende ontwerpen van de jaren 30, met echo's van art deco in het design. Elk detail lijkt speciaal getekend en zorgvuldig gesculpteerd, van de deurklink over de pijl-richtingaanwijzer, via de tweedelige achterruit tot het wondermooie instrumentenbord en het comfortabele interieur. Onvergeeflijk dat met dit kunstwerk op wielen ook geraced is. Het koetswerk is uitgevoerd in Nitrolac-metallic verf. Onder de eindeloos lange kap zit een 6 cylinder-motor van 4000 cc.  

Panhard Dynavia

De Dynavia is een erg interessant prototype dat nooit in productie ging. Panhard, de oudste Franse constructeur,  was vanaf eind jaren vijftig eigendom van Citroën, dat het merk in 1967 een stille dood liet sterven. De Dynavia, met een koetwerk in Duralinox, een alumium-magnesium-legering, heeft de hoogst uitzonderlijke stroomlijnwaarde van 0,26 CX. De wagen moest plaats bieden aan vier mensen, maar dat lijkt ongeloofwaardig en alvast erg oncomfortabel. De hele voorsteven klapte omhoog om aan de motor te kunnen, en dat was met het fragiele opgedreven 3cylindertje van 600 cc af en toe nodig. Opvallend is de diepe koplamp midden de voorsteven, met ellipsoïde reflectoren om verblinding tegen te gaan. Panhard was ook een van de pioniers van de voorwielaandrijving. Door de perfecte stroomlijn lag het verbruik op 3,5 liter per 100 kilometer. Zijn we er sindsdien eigenlijk echt op vooruitgegaan? Dit unieke exemplaar komt uit de "Cité de l'automobile" in Mulhouse.  

Morgan three-wheeler Super Sport

De Morgan was dankzij de vele varianten op het basismodel en de ruime keuze aan motoren, meestal afkomstig van motorfietsen, een van de meest populaire cycle-cars, goedkope en rudimentaire voertuigen om mensen uit het interbellum die zich geen wagen konden permitteren toch iets aan te bieden dat op een auto leek. De Morgan had achteraan maar één wiel. Zeer opvallend is dat de motor buiten het koetswerk hangt, voor de radiator. Wellicht was dat oorspronkelijk niet de bedoeling, maar kwam de constructeur tot de vaststelling dat met een krachtbron onder de motorkap, de chauffeur en passagier geen plaats hadden voor hun benen. Dit insect-achtig samenraapsel van onderdelen die niet echt bij elkaar lijken te horen is nu, als replica, opnieuw te koop bij Morgan, de specialist van de klassieke Britse sportwagen in fifties-stijl. Een authentieke oude three-wheeler is zowat 30.000 euro waard

Lancia Flavia Zagato

Als in de jaren vijftig en zestig een Italiaanse constructeur een nieuwe auto voorstelde, sprongen verschillende ontwerpers op dat basisgegeven om er een eigen meestal sportieve versie van te verzinnen. De grote twee, Pininfarina en Bertone, deden dat, maar ook de kleinere kunstenaars als Frua, Vignale, Michelotti en Ugo Zagato. Zijn bedenksels waren altijd heel origineel, weken ver af van het basismodel, maar er scheelde meestal iets aan de verhoudingen. Zo ook met zijn versie van de Lancia Flavia. De zijramen lijken niet helemaal te passen in de daklijn, de neus oogt nogal droevig, het koetwerk hangt een beetje vreemd over de wielen. Deze aandoenlijke en interessante mislukking kende weinig succes, net dat maakt er nu een collector's item van, met een waarde van zeker 70.000 euro.    

BMW V8 3200

"Barokengel" was de meer dan terechte bijnaam voor deze zware wagen, die in 1948 in Eisenach in de DDR werd ontworpen, en die vanaf de jaren vijftig in München van de band liep. In 1962 zat onder de onveranderde ronde wulpse motorkap een V8 van 3200 cc, er bestond ook een 2600, en dat maakte van deze toen al hoogst ouderwetse wiegende koets de snelste Duitse vierdeurs-sedan. De Vlaamse eigenaar vraagt op Interclassics 67.500 euro voor dit gerestaureerde exemplaar.