De vijf boeken die het leven van Louis Tobback hebben veranderd

Zondag rustdag: ideaal om even los te komen van de waan van de week en een boek ter hand te nemen. Vandaag mag de Leuvense burgemeester Louis Tobback (SP.A) u onderhouden over wat hij zoal leest. "Vandaag lees ik vrijwel nooit fictie", vertelt hij, "uitgezonderd de Maigrets van Georges Simenon dan, maar dat is puur ontspanning".  

"Ik lees geregeld", zegt Louis Tobback. "In de eerste plaats dossiers en verslagen van het schepencollege natuurlijk, maar ik ben ook een verwoed krantenlezer. Ik hou trouwens ook knipsels bij; men vertelt mij dat dat allemaal op internet te vinden is, maar ik hou een artikel toch liever in mijn handen. Trouwens een mooie uitleg om het digitale links te laten liggen."

"Voor de rest lees ik vooral historische werken en biografieën. Ik lees met het oog van een politicus; op elke twee bladzijden kan je iets leren."

1. Maigret en de minister - Georges Simenon

"Ik lees nooit fictie, met één uitzondering: de Maigrets van Simenon. Ik denk niet dat er Maigrets zijn die ik niet heb gelezen. Voor mij is dat puur ontspanning, iets voor op vakantie dus." Toch ziet Louis Tobback iets méér in de boeken van Simenon: "Alle Maigrets samen geven wel een bepaald beeld van de mensheid. Een soort "Comédie humaine" dus, zoals bij Balzac."

"Ik lees Simenon in het Frans. Een vertaling heeft niet dezelfde charme." Louis Tobback is trouwens Romanist, was ook een tijdje leraar Frans in het Koninklijk Atheneum van Leuven. Een echte Simenon-keuze maken, is moeilijk voor hem, maar na enig aandringen vernoemt hij "Maigret chez le ministre" (Maigret en de minister) en "La Danseuse du Gai-Moulin" (De danseres van Le Gai-Moulin).

2. Salut en merci - Gerard Walschap

Voor literatuur met hoofdletter "L" keert Louis Tobback terug naar zijn jonge jaren. "Voor mij als jonge gast die in een niet al te religieus milieu is opgegroeid was "Salut en merci" een revelatie. Ik kreeg er bevestiging van veel ideeën die ik eigenlijk al zelf had, maar het voegde ook dingen toe." Met zijn essay keerde Gerard  Walschap de katholieke kerk definitief de rug toe.

"Het geloof begint waar je niet meer begrijpt waarover het gaat", aldus Louis Tobback. "Walschap speelde overigens in op mijn natuurlijk talent om te reageren met een 'gene zever'." 

3. De pest - Albert Camus

"Herman Van Rompuy en ik hebben dit ooit nog besproken, maar Herman Van Rompuy heeft besloten om te gaan geloven", zegt Tobback. De Franse schrijver Albert Camus noemt hij "een uitgewerkte versie van Walschap". "Bij Walschap was er vooral veel ressentiment tegenover de kerk, bij Albert Camus niet. Bij Camus gaat het meer om een puur filosofische aangelegenheid."

Louis Tobback noemt zichzelf een agnosticus. "Bestaat God? Ik weet het niet, maar als hij bestaat, moet ik hem verfoeien. Denk maar aan de kinderen van Aleppo of de moordpartij in Texas van enkele weken geleden. Zijn enige excuus is dat hij er niet is."

Van Camus heeft Tobback nog meer geleerd: "Verdraagzaamheid, het belang van solidair te zijn met anderen en het concept van 'l'homme révolté'."

4. De eeuw van Brussel - Eric Min

Baudelaire, Victor Hugo, Verlaine, Rimbaud, Karl Marx, Multatuli: allemaal leefden ze tussen 1850 en 1914 in de hoofdstad van het jonge België, toen een belangrijke economische wereldmacht. Brussel was een artistiek kruitvat, een centrum waar allerlei bewegingen bloeiden: symbolisme, avant-garde, socialisme, anarchisme, ...

"In de 19e en 20e eeuw waren we een hoekje van de wereld dat wel tien categorieën boven zijn gewicht bokste", mijmert Louis Tobback. "Dat verneem je in dat boek, dat tegelijk aantoont hoezeer we erop achteruit zijn gegaan."

5. Rampjaar 1672 - Luc Panhuysen

Dit historische werk gaat over het jaar 1672, dat in de Nederlandse geschiedenis bekendstaat als het Rampjaar. "Nederland werd van alle kanten belaagd", legt Louis Tobback uit. "Lodewijk XIV, de bisschop van Keulen, de bisschop van Münster, het Verenigd Koninkrijk."

Op dat moment was de prins van Oranje 21 jaar oud. De Engelse en Franse vorsten rekenden op een dociel prinsje en bedeelden hem in hun plannen met de rol van handlanger tegen wil en dank, maar hij zou veel minder meegaand blijken dan de Britten en de Fransen hadden verwacht. De Leuvense burgemeester klinkt enthousiast: "Ik ben orangist en ik heb dus een voorliefde voor Nederland en de geschiedenis van Nederland."