Mark De Visscher / VRT

Een stukje viool spelen? Vergeet je oordoppen niet!

Veel musici lopen gehoorschade op door hun eigen instrument. Niet alleen als ze in een orkest spelen, ook als ze thuis in hun eentje oefenen. Het geluid dat ze opvangen van hun eigen instrument is vaak even sterk als dat van het hele orkest. Dat blijkt uit berekeningen van een Nederlandse onderzoeker aan de TU Eindhoven. Zijn advies is dan ook - al wie een instrument bespeelt, gebruikt maar beter oordoppen.

Remy Wenmaekers is akoesticus, hij heeft een rekenmodel ontwikkeld om het geluidsniveau te berekenen dat optreedt bij de oren van musici. Vandaag promoveert hij aan de TU Eindhoven. Als basis voor zijn model gebruikte hij opnames van orkestmuziek per instrument, gemaakt in een ruimte zonder echo. De resultaten heeft hij vergeleken met metingen in een echt orkest en die bleken goed overeen te komen. In deze video kan je zien welk geluidsniveau de oren van de individuele musici bereikt.

Trompet en fluit tot 100 dB(A)

In de video is duidelijk te zien dat de musici met regelmaat geluidsniveaus boven de 100 dB(A) te verduren krijgen. De oren van trompettisten en fluitisten worden het zwaarst op de proef gesteld. Tijdens luide passages ondergaan ze gemiddelde geluidsniveaus van 95 tot 100 dB(A), afkomstig van hun eigen instrument. Ook het geluid van de viool en de altviool ligt ruim boven de 90 dB(A), dat is vergelijkbaar met een rockconcert. De grens die Europa heeft vastgelegd om gehoorbescherming op de werkvloer te verplichten is 85 dB(A).

Geluidsschermen helpen niet

In een orkest worden soms schermen geplaatst om het geluid te reduceren, of  hogere plateaus voor de verschillende secties van het orkest. Maar Wenmaekers heeft met zijn model berekend dat de effecten hiervan erg klein zijn, doordat de belangrijkste geluidsbron dus het eigen instrument blijkt te zijn. Het enige dat volgens hem echt helpt, is zachter spelen  of oordoppen gebruiken. 

Een zure boodschap

Musici zullen dit nieuws niet graag horen. Wenmaekers weet waarover hij spreekt, hij is zelf muzikant. "Je wil zo goed mogelijk presteren, en oordoppen kunnen daarbij een belemmering zijn. Maar je kan gehoorschade oplopen door je eigen instrument en dan riskeer je je baan te verliezen. Oordoppen zijn dus echt noodzakelijk. Muzikanten moeten er daarom van jongs af aan mee leren spelen. Als je eenmaal gehoorproblemen hebt, ben je al te laat."

Wie echt niet aan de oordoppen wil, kan kiezen voor de cello of de contrabas. Deze instrumenten produceren een relatief zacht geluid en vormen thuis geen gevaar.  De geluidslast op de oren van cellisten en contrabassisten in het orkest komt vooral van de andere instrumenten. Voor deze groep zijn wel andere ingrepen dan oordoppen effectief.