Meer geld voor het basisonderwijs: een geschiedenis van dure eden en gebroken beloftes

De directeurs van de basisscholen verdrinken in het werk. Hun geduld om te wachten op meer ondersteuning raakt op. Maar de situatie is niet nieuw. Wij doken in ons VRT-archief en zagen dat de schooldirecteurs ook al in de jaren 80 en 90 een verbeten strijd leverden voor meer geld en ondersteuning.  

Midden de jaren '80 voert CVP-onderwijsminister Daniel Coens zware besparingen door in het onderwijs. Het zogenaamde "Sint-Annaplan" treft alle onderwijsniveaus. Maar het valt op dat het basisonderwijs meer wordt gespaard dan het secundair onderwijs. Toch heeft de toenmalige secretaris-generaal van het COV, de christelijke vakbond voor het basisonderwijs, zijn bedenkingen. Louis van Beneden is het er niet mee eens dat schoolhoofden van middelgrote basisscholen voortaan zelf 6 uur per week in de klas moeten staan.  

19 augustus 1988 "Meer directeuren van basisscholen worden klasvrij" (GvA)

Beter nieuws voor de schooldirecteuren komt er in de zomer van 1988. De staatssecretaris voor onderwijs, de socialist Luc Van den Bossche, laat weten dat directeuren van scholen tussen de 180 en 299 leerlingen weer "klasvrij" worden en dus zelf geen les meer moeten geven.
"De nieuwe regeling herwaardeert de directeur, die nu zijn taak volledig kan opnemen. Ook de kwaliteit van het onderwijs, de schoolorganisatie en de kinderen zullen hiermee gebaat zijn", laat Van den Bossche in de krant optekenen.  

2 september 1988 " Nog 105 schoolhoofden worden "klasvrij" (GvA)

Bij het begin van het schooljaar blijken er nog eens 105 schooldirecteurs extra vrijgesteld te zijn van lesgeven. Maar voor COV-voorman Louis Van Beneden zijn de problemen daarmee niet van de baan. " Scholen van 400 of 500 leerlingen hebben nood aan een administratieve kracht", benadrukt hij. En op het eind van diezelfde maand klaagt Van Beneden opnieuw aan: " Het ministerie stelt maar een beperkt aantal administratieve hulpkrachten ter beschikking van de basisscholen".

7 april 1989 "Werkingstoelagen basisonderwijs straks omhoog" (DS)

Ruim een half jaar later lijkt de vakbondsman gehoor te vinden bij de toenmalige gemeenschapsminister voor onderwijs, Daniel Coens. Die kondigt aan dat de werkingstoelagen waarmee ondermeer schoolmateriaal en verwarming worden betaald, nog dit schooljaar zullen worden verhoogd. En dat voor het vrij, gemeentelijk en provinciaal basisonderwijs. En de administratieve hulpkrachten krijgen een beter statuut.

21 augustus 1989 "Werkingstoelagen voor basisschool zijn onvoldoende " (GvA)

Maar groot is de ontgoocheling bij de schooldirecteuren wanneer als gevolg van nieuwe besparingen de verhoging van de werkingstoelagen toch NIET wordt toegekend. Het basisonderwijs ziet de beloofde 75 miljoen frank aan zijn neus voorbijgaan. Onbegrijpelijk, vindt het COV. Met een toelage van om en bij de 800 frank voor een kleuter en 2000 frank voor een scholier kunnen sommige scholen zelfs niet meer de verwarming betalen, luidt het.  

23 mei 1991 " 150 nieuwe administratieve banen in het basisonderwijs " (DM)

Twee jaar later ziet het er voor het basisonderwijs opnieuw wat beter uit. Minister Daniel Coens kondigt op een COV-schoolhoofdencongres aan dat 150 personeelsleden uit het secundair onderwijs de basisscholen komen versterken als administratieve kracht. Het gaat om leerkrachten die ter beschikking zijn gesteld omdat hun uren zijn weggevallen in hun school. Maar Louis Van Beneden van het COV blijft erop hameren:  1 voltijds werkende hulpkracht per school is het absolute minimum. En alle schoolhoofden zonder uitzondering moeten worden vrijgesteld van lesopdrachten.

Zijn bede vindt een jaar later (gedeeltelijk) gehoor bij de opvolger van Coens, Vlaams onderwijsminister Luc Van den Bossche. Die vermindert het aantal lesuren per week voor schoolhoofden van scholen met 20 tot 129 leerlingen van 18 uur per week naar 14 uur per week. Directeurs van scholen met 130 tot 179 leerlingen moeten nog maar 8 uur voor de klas staan in plaats van 12 lesuren per week tot dan toe.  

7 januari 1997 " Directeurs basisscholen zijn verwaarloosde groep " (GvA)

Onderwijsminister Van den Bossche werkt aan een nieuw decreet voor het basisonderwijs.  Maar de discussies daarover lopen niet van een leien dakje. Er is veel verzet. Op 7 januari 1997 worden de gesprekken daarover in de onderwijscommissie van het Vlaams parlement hervat. Ludo Sannen, volksvertegenwoordiger voor Agalev, stelt de leden van de onderwijscommissie voor om een dagje stage te lopen in een willekeurige basisschool om zo met eigen ogen te zien in welke " erbarmelijke omstandigheden" de directeurs moeten werken.  

11 juni 1997 " schoolhoofd is duivel-doet-al " (GvA)

Op 11 juni 1997 protesteren zo'n 300 directeurs van Vlaams-Brabantse en Groot-Mechelse basisscholen tijdens een toelichtingsvergadering van het ministerie tegen het nieuwe decreet op het basisonderwijs. Ze nemen het niet langer dat ze niet betrokken worden. En ze klagen aan dat ze " over- bevraagd en ondergewaardeerd zijn  en onvoldoende middelen krijgen om hun werk naar behoren te doen".

In volle zomer zwelt het protest aan. Op 27 augustus 1997 formuleert de Vlaamse Vereniging voor Actieve schoolleiders, VLAS, hun klacht als volgt: "We moeten het stellen met de helft minder werkingstoelagen dan onze collega's in het algemeen secundair onderwijs, en maar liefst 6 keer minder administratief en pedagogisch personeel".  Voor de directeurs is de maat vol. Ze kondigen aan dat ze als protestactie de leerlingenaantallen laattijdig aan de onderwijsadministratie zullen meedelen.  

2 oktober 1997 " schooldirecteurs staken tegen tijdrovende papiermolen "

In oktober 1997 komt het zelfs tot een staking. De directeurs klagen aan dat ze verdrinken in papierwerk en een job hebben van " 12 stielen en 1 salaris". De werkdruk noemen ze "hels".  

2 dec. 1997 " Basisscholen krijgen pak meer geld " (DS)

De acties maken blijkbaar indruk. Begin december 1997 bereikt de rooms-rode coalitie een akkoord. De komende 9 jaar krijgt het basisonderwijs 1,8 miljard frank extra. Maar de discussie over de verdeling van het geld leidt tot een "minischoolstrijd" en na veel gepalaver ( met een Polder-, een Tivoli- en een Gravenhof-akkoord) krijgt het basisonderwijs uiteindelijk 3, 1 miljard frank extra. Zo'n 60 procent daarvan haalt minister Van den Bossche uit het secundair onderwijs waar de jaren daarop bijna 1400 jobs verdwijnen. De vakbonden spreken van een aanslag op het secundair onderwijs en stellen acties in het vooruitzicht.  

2 september 1998 " Basisscholen krijgen meer geld " (DS)

Begin september 1998 komt dan de verlossende aankondiging. In oktober zullen de basisscholen de eerste 215 miljoen euro krijgen. Het geld wordt als volgt verdeeld:  500 frank per kleuter en 755 frank per lagere scholier. De scholen mogen hun verhoogd werkingsbudget nu gebruiken om de werklast van hun directeur te verlichten. Ze kunnen hem vrijstellen van lesgeven of ze kunnen hem beleidspersoneel geven. In 2006 zal de volledige 3,1 miljard zijn uitgedeeld. Maar heel snel zal blijken dat de toegezegde middelen ontoereikend zijn....

Alles komt terug

Zoals blijkt uit de voorgaande geschiedenis komt alles terug. Ook de voorbije week gaven de directeurs van de Vlaamse basisscholen aan dat het water hen boven de lippen staat. Ze vragen nu aan de hele Vlaamse regering om haar verantwoordelijkheid op zich te nemen en met extra ondersteuning over de brug te komen.