Te weinig diversiteit in Vlaamse sportclubs

Vijftig procent de Vlamingen die sporten in een club, doet dat met mensen van dezelfde etnische achtergrond. In de rest van Europa is dat maar 22 procent. Dat blijkt uit een groot Europees onderzoek dat werd uitgevoerd door verschillende universiteiten. De sportclubs in België zijn dus veel minder divers dan in andere Europese landen.

Het onderzoek - "Social inclusion and volunteering in sports clubs" - liep in negen Europese landen. Voor Vlaanderen namen er 1.002 clubs aan deel. Uit de studie blijkt dat helft van alle Vlaamse leden in een club sport die uitsluitend uit mensen van dezelfde etnische of culturele groep bestaat. In Europa gaat het gemiddeld om zo'n 22 procent. In Nederland en Duitsland is dat nog respectievelijk 14 en 6 procent.

"Er bestaat een zware ondervertegenwoordiging van kansengroepen in onze sportclubs, vooral van mensen met een migratieachtergrond", zegt professor Jeroen Scheerder van de KU Leuven. Hij is sportsocioloog en werkte mee aan het onderzoek. "Het grote verschil tussen onze clubs en die in de rest van Europa is eigenlijk historisch gegroeid. In het verleden hebben de clubs bijvoorbeeld weinig rekening moeten houden met maatschappelijke noden, het ging om vrijetijdsbesteding. Nu zijn die noden er wel, net zoals de prikkels die beleidsmatig worden gegeven, die zijn ook toegenomen."

Volgens Scheerder zijn onze sportclubs desondanks "heel open". "Iedereen is welkom in de clubs, maar vaak zie je dat er soms toch wat beperkingen zijn om met die diversiteit in de praktijk om te gaan, niet iedereen in de sportclub heeft daar ook ervaring mee." Om inclusie aan te moedigen zou de overheid een belangrijk signaal kunnen geven, vindt Scheerder. "Als we ervan uitgaan dat sportclubs zich best maatschappelijk aanpassen, dan zou je dat bijvoorbeeld afhankelijk kunnen maken van de subsidies die die clubs zouden krijgen."