Video player inladen ...

Meertaligheid op school: wat zeggen de onderwijsexperten?

De aankondiging van het Gemeenschapsonderwijs dat leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands , die ook mogen gebruiken op de speelplaats en in de klas, lokt veel reactie uit. Het GO beroept zich op wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat leerlingen zich beter voelen op school en makkelijker Nederlands leren als ook positief wordt ingespeeld op hun thuistaal. Maar wat zegt het wetenschappelijk onderzoek precies? We vroegen het aan een aantal pedagogen en onderzoekers.  

Het 'Steunpunt diversiteit en leren' van UGent, de onderzoeksgroep rond de Gentse professor Piet Van Avermaet, heeft samen met onderzoekers van de KULeuven en de VUB sinds 2008 al 3 onderzoeken gedaan naar meertaligheid op school. De onderzoekers kwamen tot de vaststelling dat als de thuistaal van de leerling op school positief wordt benaderd, dat leidt tot betere schoolprestaties van de leerlingen.

"Het gaat dan bijvoorbeeld over een Turkse of Poolse leerling op school een voordracht laten houden in het Nederlands over de Turkse of Poolse taal of cultuur", zegt professor Piet Van Avermaet, " of als een leerling een Nederlands woord niet begrijpt, mag hij het even opzoeken in een woordenboek". Dit positief inspelen op de thuistaal van de leerling leidt er volgens de onderzoekers toe dat leerlingen meer zelfvertrouwen krijgen en zich daardoor ook beter in hun vel voelen. En dat heeft ook een goeie invloed op het klasklimaat. "Maar voor alle duidelijkheid: het Nederlands blijft wel de onderwijs-en instructietaal in de klas", zegt Van Avermaet.  

Onderzoek naar Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur

Vanaf de jaren 80' werd in sommige scholen onderwijs in eigen taal en cultuur gegeven aan kinderen die bijvoorbeeld thuis Turks, Marokkaans, Italiaans of Spaans spraken. De kinderen werden dan 3 tot 4 uur per week uit hun klas gehaald om bijvoorbeeld les in Turkse cultuur en taal te krijgen. Maar daarna keerden de kinderen naar hun gewone klas terug en gebeurde er verder niks mee. De conclusie van het onderzoek was dat dit niet meteen bijdroeg tot meer integratie van de kinderen.

Nochtans benadrukken verschillende experten die we vandaag belden dat één van de redenen waarom kinderen soms moeilijk het Nederlands leren, precies is omdat ze hun eigen moedertaal onvoldoende beheersen. De woordvoerder van de Lucerna-colleges, Fevzi Yildirim vertelde dat zijn leerkrachten tijdens huisbezoeken er bij de ouders op aandringen dat hun kinderen ook goed de moedertaal, bijvoorbeeld Turks of Roemeens,  leren. Dat ze bijvoorbeeld na de schooluren hun woordenschat uitbreiden door veel te lezen, maar ook grammatica bijspijkeren. Want een kind dat goed zijn moedertaal spreekt, zal sneller een vreemde taal leren, zegt hij.  

"Kinderen leren sneller als hun moedertaal rijk is"

Ludo Heylen van CEGO

Eenzelfde geluid horen we bij directeur en pedagoog, Ludo Heylen van CEGO (het Centrum voor Ervaringsgericht Onderwijs). "Kinderen leren sneller als hun moedertaal rijk is", zegt hij. "Maar dat geldt voor alle kinderen of ze nu allochtoon of autochtoon zijn, het Nederlands als thuistaal hebben of een andere taal". 

Het probleem is dat veel leerkrachten nu te snel gaan bij het leren van het Nederlands, zegt Heylen, waardoor vooral kansarme kinderen soms achterstand oplopen. "De leerplannen geven nochtans voldoende ruimte en tijd om de fundamenten van het Nederlands goed aan te leren", zegt Ludo Heylen, "maar de handboeken gaan veel verder en geven veel extra. 70 procent van de leerlingen is daar aan toe, maar voor 30 procent is een trager tempo aangewezen en nu gebeurt dat vaak niet".  


"Ik vrees dat de motivatie om Nederlands snel en goed te leren op latere leeftijd wegvalt"

Dirk Van Damme, OESO

Professor Dirk Van Damme, onderwijsexpert bij de OESO, vindt het positief waarderen van meertaligheid vooral een goeie zaak bij jonge kinderen. Die kunnen vaak heel snel veel nieuwe talen leren, zegt hij.  Maar voor scholieren vreest hij dat de aanpak die het Gemeenschapsonderwijs nu voorstaat wel eens fout zou kunnen uitpakken.

"Als je jonge mensen alle kansen wil geven, dan moet je hen zo snel mogelijk in het Nederlands opleiden en ervoor zorgen dat ze daar een zo hoog mogelijk niveau bereiken", zegt hij. En een goeie leerkracht zal pragmatisch zijn en een leerling al eens laten helpen door zijn buur in de thuistaal als hij de opdracht niet begrijpt. "Maar je moet oppassen dat je daar niet te soepel in bent", zegt Van Damme," want ik vrees dat je dan de druk wegneemt om Nederlands op een hoog niveau te bereiken."