Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Pakistaanse regering plooit, moslimextremisten stoppen hun protesten

In Pakistan heeft minister van Justitie Zahid Hamid ontslag genomen. Daarmee is een einde gekomen aan een politieke crisis die het land drie weken geteisterd heeft. Tegelijk is de positie van de regering verzwakt tegenover radicale moslimgroepen en tegenover de legertop.

In een mededeling verklaart minister Hamid zijn ontslag als een poging om uit de huidige impasse te geraken. De voorbije weken waren er zes doden en meer dan 200 gewonden gevallen bij betogingen van de radicale moslimpartij Tahreek-e-Labaik.

Die had de minister beschuldigd van belediging van de islam nadat hij eerder een eed had aangepast, waarin Pakistanen niet langer moesten zweren bij Mohammed als de laatste profeet van de islam. Volgens de regering ging het om een vergissing en werd die meteen rechtgezet, maar de extreme moslims zagen er een poging in om in de door hen verachte minderheid van de ahmadiyya uit het isolement te halen.

De betogers nemen nu genoegen met het ontslag van de minister en hebben de geblokkeerde wegen in de hoofdstad Islamabad ontruimd. Toch is de krachtmeting een nederlaag voor de regerende moslimpartij PML-N en dat in de aanloop naar verkiezingen midden volgend jaar. Onlangs is ook premier Nawaz Sharif moeten opstappen in een schandaal dat een uitloper was van de "Panama Papers".

Legertop profiteert van verzwakte regering

Naast de moslimpartij Tahreek e-Labaik is er nog een andere winnaar in de crisis: de legertop. De generaals hebben zich opvallend afzijdig gehouden toen de politie de gewelddadige betogingen maar niet onder de knie kreeg.

Meer nog: toen de regering de hulp van de "top brass" inriep, heeft die zich eerder als bemiddelaar opgesteld. Dat verbaast niet echt, want het leger dat de voorbije jaren aan invloed had ingeboet, zag nu de kans schoon om te profiteren van het verzwakken van de burgerregering.

Historisch speelt het erg machtige leger in Pakistan de politieke partijen graag tegen elkaar uit om de eigen machtspositie te verankeren. Dat is ook nu het geval.

De opening van een ahmadiyya-moskee in Berlijn.

Wie zijn die ahmadiyya die vervolgd worden?

In het brandpunt van de haat van de radicale moslims staan de ahmadiyya, een beweging die zich in de islam ontwikkeld heeft, maar die verweten wordt dat ze die godsdienst verlaten heeft. Veel moslims beschouwen de ahmadiyya niet als moslims, zij zelf doen dat wel.

De beweging werd eind de 19e eeuw in wat toen Brits-Indië was gesticht door Hazrat Mirza Ghulam Ahmad (1835-1908). In een droom kreeg die een openbaring waarin hem verteld dat hij de Mahdi was, de door de profeet Mohammed voorspelde messias die op het einde der tijden zal verschijnen. Ahmad richtte daarop een nieuw kalifaat in en beschouwde zich als de grote hervormer van de islam.

De ahmadiyya-beweging heeft zich intussen in meer dan 200 landen verspreid, vooral dan in India en Pakistan, maar ook in West- en Oost-Afrika en Indonesië. Er zouden tussen de 10 en 20 miljoen ahmadiyya zijn. Die houden zich aan alle gebruikelijke voorschriften van de islam, maar beschouwen ook de hindoeïstische Vedas en de Avesta, het heilige boek van de aanhangers van Zoroater of Zarathoestra, als een openbaring van god. Voor hen is "jihad" het onderdrukken van de eigen verlangens, de vreedzame verspreiding van hun ideeën en er mag enkel geweld gebruikt worden om de eigen gemeenschap te verdedigen. De ahmadiyya worden door dee meeste andere moslims beschouwd als "afvalligen" en zijn vaak het slachtoffer van discriminatie, vervolgingen en terreuraanslagen.