1967 AP

Tafels en stoelen aan de kant: dansen in New Yorkse bars niet langer verboden

De stad New York schaft een oude wet af die het dansen in bars en cafés aan strikte regels onderwierp. Het voorstel om de controversiële wet uit 1926 af te schaffen, kreeg eind oktober groen licht van de gemeenteraad. Burgemeester Bill de Blasio maakte de afschaffing concreet door de wet gisteravond in te trekken.

"We leven in 2017 en deze wet houdt niet langer steek. Het nachtleven maakt deel uit van de New Yorkse cultuur", argumenteerde de burgemeester zijn beslissing in een communiqué. "We willen een stad zijn waar mensen hard werken en dan kunnen genieten van het nachtleven zonder een obscuur verbod op dansen", voegde hij er nog aan toe.

De "cabaretwet" uit 1926 eiste tot hiertoe van horecazaken die hun cliënteel een danspasje lieten wagen een - bijna onmogelijk te verkrijgen - speciale vergunning. Etablissementen die niet over zo'n vergunning beschikken, riskeerden een boete en het intrekken van hun drankvergunning, wat voor vele zaken synoniem staat met een faillissement. Van de meer dan 22.000 bars, restaurants en discotheken die de metropool rijk is, zijn er minder dan 100 zaken waar volgens de oude wet officieel gedanst mag worden.

We willen een stad zijn waar mensen hard werken en dan kunnen genieten van het nachtleven zonder een obscuur verbod op dansen.

Burgemeester Bill de Blasio

Toen de regelgeving in de jaren twintig, tijdens de drooglegging, werd aangenomen, was het de bedoeling om paal en perk te stellen aan de illegale alcoholconsumptie. In de decennia daarop werd de wet echter gretig gebruikt om nog andere vormen van censuur door te duwen.

Tot de jaren vijftig beriepen ordehandhavers zich op het dansverbod om jazzcafés in Harlem te sluiten en zo te vermijden dat zwarten en blanken dezelfde plaatsen zouden frequenteren, en in de jaren zeventig en tachtig werden specifiek homobars geviseerd. De conservatieve ex-burgemeester Rudy Giuliani bediende zich tot slot in de jaren negentig van de wet om het bruisende nachtleven van de "stad die nooit slaapt" onder controle te houden.