Kamercommissie keurt in eerste lezing nieuwe regularisatie voor vuurwapens goed

De Kamercommissie Justitie heeft gisteren een wetsontwerp goedgekeurd dat een nieuwe regularisatie voor vuurwapens voorziet.  Wie zonder vergunning een vuurwapen bezit, zal opnieuw een vergunning kunnen aanvragen of het wapen kunnen inleveren.

De overheid voerde eerder al zo'n periode in. Maar ondanks het succes, circuleren er nog steeds veel wapens in de illegaliteit. Daarom zal iedereen, in ruil voor immuniteit voor strafvervolging, zijn niet-vergund wapen kunnen laten vergunnen, afleveren bij de politie, verkopen of laten neutraliseren.

De wettekst voert echter ook een verbod in op de vrije verkoop van laders. Minister van Justitie Koen Geens (CD&V) wilde daarmee een hiaat in de wetgeving aanpassen waardoor het vandaag mogelijk is zonder wapenvergunning een wapenwinkel binnen te stappen en een lader te kopen.

Zijn ontwerp voorzag dat dit enkel nog mogelijk zou zijn voor wie een wapenvergunning bezit of erkend is als verzamelaar. Bovendien zou de lader bij het vergunde vuurwapen moeten passen.

De meerderheidspartijen voerden echter een amendement in waardoor jagers en sportschutters laders mogen bezitten voor het type wapen waarvoor ze een vergunning bezitten, en dus niet enkel voor dat wapen zelf. Wie toch een lader heeft zonder wapenvergunning, zal dat tijdens de amnestieperiode gratis kunnen laten regulariseren. Nadien zal dat 50 euro kosten.

Nieuw is dat een poging tot inbreuk op de wapenwet voortaan strafbaar wordt. Dat was een lacune in het materieel strafrecht, waardoor iemand bijna op heterdaad moest betrapt worden om binnen de toepassing van de strafwet te vallen. Een opheffing van het verbod op geluidsdempers komt er niet.

De commissie keurde eveneens in tweede lezing een wetsontwerp goed dat een zogenaamde beveiligingsperiode invoert. Het gaat om een maatregel die in mei werd beslist tijdens de thematische ministerraad rond veiligheid.

Bij zware misdrijven zal de bodemrechter voortaan meteen een minimale periode van strafuitvoering kunnen uitspreken. Dat minimum zal tussen een derde en twee derde van de straf liggen bij misdaden tegen de veiligheid van de Staat, terreurfeiten en inbreuken tegen het humanitair recht, verkrachting met de dood tot gevolg, foltering of ontvoering van een minderjarige met de dood tot gevolg.

De beveiligingsperiode kan ook worden toegepast bij moord op een politieagent. Indien de straf hoger ligt dan dertig jaar, kan de minimaal uit te zitten periode worden vastgelegd op vijftien jaar en tot 25 jaar lopen.