Minister van Pensioen Daniel Bacquelaine . Nicolas Maeterlinck

Grondwettelijk Hof vernietigt een pensioenmaatregel

Het Grondwettelijk Hof vernietigt het optrekken van de minimumleeftijd voor het overlevings- of weduwenpensioen. De verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd en het verstrengen van de voorwaarden om op vervroegd pensioen te kunnen, blijven overeind. Dat blijkt uit een arrest van het hof.

Het vakbondsfront was naar het Grondwettelijk Hof gestapt tegen de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar, tegen het optrekken van de voorwaarden om vervroegd op pensioen te kunnen van 62 jaar en 40 jaar loopbaan, naar 63 jaar en 43 jaar loopbaan en tegen het verhoging van de minimumleeftijd voor het weduwenpensioen. De regering heeft die leeftijd opgetrokken van 50 naar 55 jaar tussen 2025 en 2030.

Volgens de vakbonden betekenen de regeringsbelissingen een schending van twee beginselen van de grondwet: ze komen neer op sociale achteruitgang en discriminatie tussen man en vrouw.

Maar enkel voor de verhoging van de minimumleeftijd voor overlevingspensioenen krijgen de vakbonden dus gelijk. Het Grondwettelijk hof oordeelt dat het om sociale achteruitgang gaat.

De verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd naar 67 jaar en het optrekken van de voorwaarden om vervroegd op pensioen te kunnen, blijven dus overeind. Het Grondwettelijk hof roept hier het algemeen belang in.