Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Waarom mogen Basken wel wat Catalanen niet mogen?

Terwijl de Catalaanse minister-president Puigdemont nog op de vlucht is in Brussel en wacht op een proces, krijgen Baskische zusterpartijen wel een steeds grotere autonomie. Waarom krijgt de ene niet wat de andere wel krijgt?

labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Terwijl de Catalaanse deelregering al jaren vruchteloos probeert om met de centrale regering in Madrid te onderhandelen is er een andere autonome regio waarmee de regering van Mariano Rajoy maar al te graag een deal wou sluiten. Het Baskisch nationalisme behaalde aan de onderhandelingstafel net een overwinning waar hun Catalaanse collega’s alleen maar jaloers op kunnen zijn.

Daar waar Catalanen zich vastreden in een gerechtelijk moeras en tijdelijk een deel van autonomie kwijtspeelden, hebben Basken aan financiële autonomie gewonnen.

Voor wat, hoort wat

In ruil voor steun voor de Spaanse algemene staatsbegroting haalden de Baskische nationalisten van de PNV een mooie kluif binnen: een nieuw fiscaal akkoord of “cupo fiscal” voor hun regio.

De Spaanse minderheidsregering van Mariano Rajoy heeft de Basken hard nodig om haar huidige ambtstermijn nog een tijdje voort te kunnen zetten.  En om dat te kunnen doen moest er snel een akkoord over de algemene staatsbegroting voor 2018 komen. Met de hulp van de PNV is dat gelukt, maar er hangt wel een prijskaartje aan vast.

Volgens Ángel de la Fuente, een van Spanjes bekendste experten in financiering van autonome regio’s, gaat de afspraak tussen de regering en de PNV gevolgen hebben voor armere regio’s. Baskenland, nu al een van de rijkste Spaanse deelstaten, wordt hiermee nog een stuk welvarender.

“Cupo vasco”

Financieel heeft Baskenland vrijwel op z’n eentje het roer in handen. Er bestaan wel enkele belangrijke onderdelen waarvoor zij aan Spanje een vergoeding betalen. Het nieuwe akkoord betreft net dat deel van de belastingen die het Baskenland aan de Spaanse staat moet betalen voor bevoegdheden die zij zelf als autonome deelstaat niet vervullen zoals het leger, bemiddeling van Buitenlandse Zaken, de ambassades, de nationale musea en de kosten van het Koningshuis.

De oppositiepartijen in Madrid klagen dat het deel wat de Basken aan Spanje moeten betalen zo’n 40% lager is dan de laatste periode. De “concierto económico vasco” of “cupo vasco” wordt elke vijf jaar bepaald. Tot nu toe betaalden de Basken aan Spanje jaarlijks 1,6 miljard euro. De Baskische regioregering, die dat te veel vond, heeft het nu voor elkaar gekregen dat bedrag te verlagen tot 950 miljoen euro. De komende vijf jaar zal de centrale overheid het met 3,25 miljard euro minder moeten doen.

Historische afspraken

Speciale fiscale afspraken tussen Spanje en het Baskenland bestaan al sinds de 19e eeuw en werden in de grondwet van 1978 opnieuw vastgelegd. Ook de autonome deelstaat Navarra heeft recht op een speciale fiscale afspraak die, mede vanwege het aantal inwoners en de oppervlakte van de deelstaat, een stuk lager ligt dan die van het Baskenland.

De speciale akkoorden die deze twee deelstaten met de Spaanse staat hebben zijn uniek. Bijna nergens anders in de wereld genieten deelstaten zoveel financiële autonomie.

Unieke financiële autonomie

De drie “diputaciones forales vascas”: Álava, Guipúzcoa en Vizcaya innen en bepalen zelf hoeveel belastingen ze innen en zijn bevoegd voor het heffen van de belasting op onroerend goed, btw en loonbelasting. De enige beperking waar de drie diputaciones zich aan moeten houden is dat de belastingdruk vergelijkbaar met de rest van Spanje moet zijn.

Voor de overige autonome deelstaten is het de Spaanse staat die alle belastingen int. Dat gaat volgens de criteria van het regionale financierings­systeem. Het is de Spaanse staat die vervolgens de opbrengst distribueert onder de deelstaten. Op die manier kunnen armere regio’s zoals Extremadura of Andalusië rekenen op belastinginkomsten uit rijkere regio’s.

Speciale afspraken betekenen dat het voor de Spaanse staat steeds moeilijker wordt om armere deelstaten te helpen om bijvoorbeeld een kwalitatieve gezondheidszorg voor alle Spanjaarden te kunnen vrijwaren.

Het succes van de PNV

Volgens de beginselen van de speciale fiscale afspraken dient het Baskenland 6,24% van zijn staatsinkomen aan Spanje te betalen, terwijl dat bij de deelstaat Navarra 1,6% is van zijn inkomen. Deze percentages zijn sinds 35 jaar ongewijzigd gebleven, terwijl deze twee regio’s wel elk jaar hogere staatsinkomsten hadden. In de staatsbegroting van 2016 stond nog vermeld dat het Baskenland 1,5 miljard euro aan Spanje heeft moeten betalen.

Volgens de Basken hebben zij de laatste tien jaar 1,6 miljard euro te veel betaald aan Spanje en zou het eigenlijke jaarlijkse bedrag 850 miljoen euro moeten bedragen. In de staats­begroting van 2017 stond in eerste instantie 1,6 miljard euro gepland, wat later werd teruggebracht naar 1,2 miljard euro, maar nu uiteindelijk dus 950 miljoen gaat worden als beloning voor de steun van de PNV bij het goedkeuren van de algemene staatsbegroting 2018, iets wat nog moet gebeuren.

Wat Basken krijgen, willen Catalanen ook.

De Catalanen willen al lange tijd een eigen belastingsysteem. Net zoals Baskenland en Navarra willen ze ook zelf alle belastingen innen. De Catalaanse vertegenwoordiging is echter nooit naar de vergaderingen gekomen waar de hervorming van het belastingsysteem besproken wordt.

Volgens veel deskundigen zou een speciale belastingafspraak met Catalonië in de stijl van het Baskenland en Navarra een goede oplossing zijn voor het Catalaanse probleem dat de laatste maanden zoveel politieke en sociale spanningen veroorzaakte. Als bewoners van een van de rijkste deelstaten vinden veel Catalanen het oneerlijk dat zij voor armere deelstaten zoals Extremadura of Andalusië moeten betalen, terwijl ze zelf vanuit Madrid bijna niets terugkrijgen.

Oude privileges

De Spaanse socialisten van de PSOE en Podemos-Unidos, partijen die een boodschap van solidariteit en gelijkheid uitdragen, zijn heel voorzichtig en durven de oude privileges niet aan de kaak te stellen. Want die privileges in vraag stellen is raken aan de levensstandaard van de bevolking in Baskenland en Navarra. Een politieke partij die in deze deelstaten stemmen wenst te halen, kan dus maar beter zwijgen over dit verworven recht.

Bovendien geeft het Spaanse kiesstelsel meer gewicht aan de politieke partijen die hun stem in een gemeenschap concentreren in vergelijking met degenen die hetzelfde aantal stemmen krijgen verspreid over het grondgebied. Door het kiessysteem hebben nationalistische partijen een niet geringe kracht om invloed uit te oefenen op de Spaanse politiek. Telkens wanneer er een minderheidsregering gevormd wordt (of het nu de PP of de PSOE is) zijn die partijen afhankelijk van de PNV-stem.

Op voorwaarde dat de Baskische nationalisten geen aanstalten maken om met Spanje te breken, weegt het de conservatieve Partido Popular blijkbaar niet zo zwaar om toegevingen aan de PNV te doen. De vraag is nu wat Catalonië moet doen om op termijn ook zijn “Cupo catalan” te krijgen?