Vulkaan Agung dreigt gewone Balinezen in doffe armoede te duwen

Sinds september rommelt het bij de vulkaan Gunung Agung op Bali. Voor Balinese hindoes is dat dan wel een heilige berg, maar de uitbarstingen kunnen de lokale bevolking wel massaal in de armoede drukken. Veel Balinezen hangen voor hun inkomen  af van het toerisme.

Door de aswolk van de vulkaan was de luchthaven van Denpasar op Bali -de op een na grootste luchthaven van Indonesië- iets meer dan twee dagen gesloten. Per dag zou dat de Indonesische luchtvaartmaatschappij Garuda 300.000 dollar kosten. De hele Balinese economie zou die dagen een verlies van 18 miljoen dollar geleden hebben.

Niemand is echt in gevaar geweest, maar de tv-beelden van duizenden toeristen die enkele dagen "vast" zaten op Bali, gingen wel de wereld rond. Volgens de lokale overheid zouden de voorbije dagen al meer dan 15.000 toeristen hun geplande vakantie op het eiland geannuleerd hebben. Dat is een opdoffer voor de hotels, cafés, restaurants en andere bedrijven die leven van de toeristen, zeker nu de kerst- en nieuwjaarsperiode eraan komt, traditioneel een drukke periode op Bali. Sinds de vulkaan begon te rommelen in september zou de economie van Bali al voor 120 miljoen euro schade hebben geleden.

Vorig jaar hebben vijf miljoen toeristen Bali bezocht. Dat is iets meer dan de bevolking van het eiland. Het toerisme is goed voor 60% van de economie van Bali. De minste verstoring van dat toerisme heeft dus een onmiddellijke impact, niet enkel op hotels en bedrijven, maar vooral ook op het leven van de gewone Balinees en die heeft het zeker niet te breed.

Mijn kinderen moeten eten en naar school kunnen

Koppel dat ontslagen werd toen toeristen wegbleven na de aanslagen op Bali in 2002
Leeg restaurant in Kuta, kort na de bomaanslagen van 2002

Leven op de rand van het bestaansminimum

Achter de glimlach van de Balinezen gaat vaak een hard leven schuil vol onzekerheid en angst voor de toekomst. Veel van de opbrengst van het toerisme gaat naar grote hotelketens, maar ook de "kleine garnaaltjes" die u overal tegenkomt, overleven dankzij de bezoekers, u dus. Het gaat dan om het personeel in restaurants en hotels, taxichauffeurs, gidsen en al die mensen die u op straat of op het strand uitstapjes, massages of souvenirs aanbieden.

Zelfs kleine zelfstandigen komen vaak nauwelijks rond. Zo zegt de uitbaatster van Yanti's Salon, een klein schoonheids- en kapsalon in Canggu nabij de bij surfers populaire Batubolong Beach, dat een van de vier klanten een buitenlander is. Als die wegblijven, smelt haar inkomen dus met een kwart weg, maar -wat erger is- bij laagconjunctuur op Bali stellen ook de lokale klanten hun knipbeurt of gelaatsbehandeling uit.  In dat geval vreest ze haar leningen niet te kunnen betalen en de banken zouden haar gezin dan op straat kunnen zetten.  

De vulkaan herinnert veel Balinezen aan het rampscenario van 2002. Toen werden 202 mensen vermoord bij een bomaanslag in een discotheek in Kuta Beach en bleven de toeristen jarenlang weg. Veel Balinezen verloren toen hun baan en inkomen en zagen hun leven in elkaar storten. Een dienster die toen samen met haar man in hetzelfde restaurant ontslagen werd, herinnert zich haar dagelijkse strijd toen als volgt: "mijn kinderen moesten eten en naar school kunnen, al de rest was bijzaak". Het heeft bloed, zweet en tranen gekost, maar het is haar gelukt. In vele andere gevallen leidde dat tot persoonlijke drama's.

Veel mensen op Bali overleefden die periode enkel door te schooien bij vrienden en kennissen en dankzij de sterke onderlinge solidariteit in de gesloten "banjar" of familiegroepen, want een sociaal vangnet van de overheid is er niet in Indonesië. Hoe lang de vulkaan nog zal roken, is niet duidelijk, maar zeker is dat er in de vele kleine hindoetempeltjes van Bali hard gebeden wordt.