Het allereerste donorhart AFP or licensors

50 jaar harttransplantaties: "Het grote probleem is een gebrek aan donoren"

Patiënten die een harttransplantatie moeten ondergaan, moeten wegens een tekort aan donoren gemiddeld een jaar wachten op een donorhart. "Dat is jammer, zeker als je weet dat de resultaten van zo'n transplantatie over het algemeen zeer goed zijn", vertelt professor Johan Van Cleemput, cardioloog in het UZ Leuven. Het is morgen exact vijftig jaar geleden dat in Zuid-Afrika de eerste harttransplantatie werd uitgevoerd.

"Eigenlijk is de techniek van de harttransplantaties weinig veranderd", vertelt Van Cleemput. "De grootste innovatie is het gebruik van het geneesmiddel Ciclosporine sinds het begin van de jaren tachtig. Dat is een heel goed afweerremmend geneesmiddel, dat het aantal infecties en afstotingen na transplantaties aanzienlijk heeft doen dalen."

Volgens de cardioloog worden infectiespecialisten ookbeter in het definiëren van infecties, ook van nieuwe, exotische infecties, waarvoor transplantatiepatiënten veel gevoeliger zijn. "Het profiel van patiënten is trouwens ook wat veranderd. Door nieuwe behandelmethoden kunnen we patiënten met een ernstig hartfalen langer goed behandelen, zodat we de transplantatie kunnen uitstellen."

"Daarnaast kunnen we vandaag ook transplantaties uitvoeren bij 'moeilijke patiënten', die bijvoorbeeld een complexe aangeboren aandoening hebben, en is in de afgelopen 10 tot 15 jaar het gebruik van kunstharten toegenomen." Die kunstharten helpen de patiënten de periode te overbruggen tot ze een transplantatie ondergaan. "De helft van de patiënten op de wachtlijst heeft een kunsthart", zegt Van Cleemput.

Wachtlijst

Vorig jaar werden iets minder dan 70 harttransplantaties uitgevoerd, terwijl er voor alle centra samen 150 mensen op de wachtlijst stonden. "De gemiddelde wachttijd bedraagt een jaar", zegt Van Cleemput, die erop wijst dat het aantal transplantaties tegenover 10 of 15 jaar geleden sterk gedaald is.

"Er zijn nu minder donorharten omdat er minder verkeersslachtoffers zijn, wat uiteraard ook een goede zaak is. Daardoor is ook de gemiddelde donorleeftijd gestegen. Terwijl de meeste donorharten vroeger afkomstig waren van 20- tot 30-jarigen, gaat het nu vaak om mensen van 45, 50, 60 jaar."

Het tekort aan donorharten blijft vandaag de grootste uitdaging volgens Van Cleemput. Dat is jammer, omdat harttransplantaties goede resultaten boeken. "De eenjaarsoverleving bedraagt 92 procent, na vijf jaar gaat het om 87 procent en na 10 jaar om 75,5 procent. Dat zijn zeer goede resultaten. De mediane overleving bedraagt momenteel 18 jaar." 

Maar Van Cleemput ziet niet meteen een oplossing voor het tekort. In ons land is iedereen die niet expliciet verzet heeft aangetekend donor, maar in de praktijk wordt steeds de toestemming van de familie gevraagd. "In een derde van de gevallen krijgen we dan toch nog een negatief antwoord", zegt Van Cleemput. Dat gebeurt wel minder als mensen zich expliciet laten registreren als donor in het gemeentehuis. "Dan primeert de wens van de patiënt meestal wel."

Er zijn ondertussen wel centra die ervaring hebben met het recupereren van het hart van mensen die een hartstilstand kregen. "Zo kunnen we de donorpoel uitbreiden. Momenteel komen enkel donoren die hersendood zijn en bij wie het hart nog klopt in aanmerking."