BELGA/RENDERS

Hoe zou u scoren op het nieuwe theoretisch rijexamen? Doe hier de test

Sinds het theoretisch rijexamen een zevental maanden geleden een pak strenger is geworden, slagen minder mensen. Wil u weten hoe u het ervan af zou brengen? VAB gaf ons alvast vijf voorbeeldvragen die u hieronder kan oplossen. De antwoorden vindt u helemaal onderaan. Spieken rekenen we eveneens mee als een zware fout.

Vraag 1. U wil op dit kruispunt de richting van de groene pijl volgen

  1. Ik moet wachten tot het ronde groene licht brandt.
  2. Ik heb voorrang bij het afslaan.
  3. Ik mag afslaan maar verleen voorrang aan andere weggebruikers die correct uit een andere richting komen.

Vraag 2. Dit is een rustige weg buiten de bebouwde kom. Deze auto rijdt 55 km/u. Mag u deze hier inhalen?

  1. Neen
  2. Ja

Vraag 3. U wil hier rechts inslaan. Wat doet u?

  1. Ik verleen voorrang aan fietsers die rechtdoor rijden.
  2. Ik heb voorrang en sla voorzichtig rechts af.
  3. Ik verleen voorrang aan fietsers en tegenliggers alvorens af te slaan.

Vraag 4. Bij het zebrapad staan geen verkeerslichten, er is geen voetganger in de buurt. Mag u de grijze auto hier inhalen?

  1. Neen
  2. Ja

Vraag 5. Op dit kruispunt wil u links afslaan. Wat doet u?

  1. Ik stop en wacht tot het verkeerslicht groen is.
  2. Ik wacht tot de agent teken doet dat ik mag afslaan.
  3. Ik rij de agent rechts voorbij en sla links af. 

De antwoorden

Vraag 1: Als een groene pijl brandt samen met een rond rood licht, mag u in de richting van de groene pijl doorrijden, maar moet u voorrang verlenen aan de andere weggebruikers. Antwoord 3 is dus juist. Wie een andere actie onderneemt, begaat een zware fout.

Vraag 2: Inhalen voor een helling is gevaarlijk en verboden. Antwoord 1 is dus juist.

Vraag 3: Fietsers op een doorlopend fietspad hebben altijd voorrang, tenzij verkeersborden, een agent of lichten de voorrang anders regelen. Antwoord 1 is dus juist.

Vraag 4: Inhalen bij een zebrapad is altijd verboden, tenzij het verkeer geregeld wordt door een bevoegd persoon of verkeerslichten. Antwoord 1 is dus juist. Wie een andere actie onderneemt, begaat een zware fout.

Vraag 5: De agent regelt het verkeer, de lichten en borden zijn dus niet geldig. Hij staat met gestrekte armen dwars op de andere rijrichting. Jij mag dus links/rechts afslaan of rechtdoor rijden. Antwoord 3 is dus juist. Wie een andere actie onderneemt, begaat een zware fout.