(c) Shanephotographs | Dreamstime.com

Vietnamoorlog:  een uitgezaaide kanker die blijft woekeren in de VS

Elke week kijkt onze man in Amerika met verwondering naar de gebeurtenissen en het leven in de Verenigde Staten. Deze week staat Björn Soenens stil bij Vietnam en de enorme invloed op vele Amerikaanse gezinnen die iemand verloren tijdens de oorlog. Het is novembermaand, dodenmaand, en dan komen alle herinneringen terug boven. 

I was carrying that thing – his leg – all the way back. I was afraid the whole damn thing would come off…

Brief van Larry, 21, soldaat in Vietnam in 1968

Ik word geraakt door hun leeftijd. Ik kijk naar het geboortejaar, naar het sterfjaar. Ik maak de som. Tieners, jonge twintigers die stierven in Vietnam. Ik kan niet anders dan denken: wat zou er van die jonge mensen geworden zijn, hadden ze nog geleefd? Welke dromen hadden ze? Wat is er gebeurd met de geliefden die ze achterlieten? 

Ik maakte een paar jaar geleden een tv-portret over de nabestaanden van James Justice uit Iowa. Hij sneuvelde vele jaren na Vietnam, in Afghanistan. Neergeschoten door de taliban. Zijn zussen en zijn moeder treurden om hem, als piëta’s in een barok schilderij. Tranen rolden geruisloos over hun wangen. Na zijn dood openden ze een restaurantje in Manilla, Iowa, om hem nooit meer te vergeten. Alle muren waren beplakt met foto’s van James.  Onpeilbaar verdriet in een klein dorp van 800 inwoners in de Midwest. In een oorlog sterf je alleen, en je laat veel eenzaamheid achter. 

Ik moet aan James denken als ik weer een keer langs het Vietnam Memorial in Washington D.C. slenter. De indrukwekkende muur vlak bij het Lincoln-monument aan het einde van de Mall is een jaar of 35 geleden gebouwd om de 58.318 gesneuvelde Amerikanen niet te vergeten. De muur staat in de vorm van een V en is gehouwen in zwart gepolijst marmer. Doodstil en godverlaten. Het is een zeer sobere, een zeer emotionele plek. 

(Lees voort onder de foto.)

Ik zie elke keer vaders en moeders en zussen en broers de letters van de naam van hun zoon of broer schrobben en oppoetsen. De glanzende letters houden de gesneuvelde GI’s een beetje in leven. De broze letters van hun naam. Elke naam, dat is altijd iemands vader, altijd iemands zoon, altijd iemands broer. Allemaal levens die niet konden worden geleefd. Gezinnen die niet werden gesticht. Huilende vaders, moeders en vrienden. Leegtes die knagen. 

(Lees voort onder de foto.)

Ik zag als twintigjarige de documentaire "Dear America. Letters home from Vietnam". Brieven van soldaten naar huis. Mijn hart breekt als ik de film terugzie. "At the age of 24, I was more prepared for death than I was for life", schrijft een soldaat naar zijn vader. Of verpleegster Cathy in een brief aan haar moeder: "I hate this place. I am sick of facing every day a new bunch of children ripped to pieces. They’re just kids. I’ve gotta get out of here…"

Ik lees de klassieker A rumor of war (1977) van Philip Caputo. Caputo kwam in 1966 heelhuids terug uit Vietnam, maar emotioneel toegetakeld. Zijn idealisme verwoest. Caputo noemt de Vietnamoorlog een oorlog van "onophoudelijk doodgaan". Hij beschrijft het leven van een soldaat: dagen van moordzucht en schuldgevoel. Hallucinaties en extreme woede.

"A Rumor of War" is het bezwaarde geweten van een bloedig stuk Amerikaanse geschiedenis. Een boek dat zelfs de meest geharde mannen en vrouwen aan het huilen brengt. Een verhaal over de verpletterende onverschilligheid van de Amerikanen tegenover het lot van de jonge mannen die naar de jungle van Vietnam werden gestuurd. Over hoe jonge twintigers leren haten. Hun lust om te doden voelt als een reeks pijnscheuten die even diep gaan als het pijnlijke genot van een orgasme. 

You said you really need him, but you don’t need him like I do…

Dear Uncle Sam, Loretta Lynn, 1966

Wat doet oorlog met een mens? Lees Karl Marlantes, en je krijgt een helder idee. In Matterhorn (2010) word je als lezer door deze Vietnamveteraan-romancier het oerwoud ingezogen, het slagveld op. Je voelt mee hoe het is als je lijf door modder en regen geen droge plek meer kent. Hoe je lichaam begint te schimmelen door jungle rot, hoe bloedzuigers je plasbuis inkruipen en je helse pijnen bezorgen.

Vietnam: onmogelijke keuzes voor twintigjarigen. Marlantes beschrijft hoe hij een soldaat uit zijn peloton uit zijn lijden moest verlossen door z’n halsslagader door te snijden nadat diens halve gezicht is weggeschoten. Of hoe hij op iemands strottenhoofd moest drukken om hem te laten ophouden met schreeuwen. Zo’n duister oerwoud verlaat de overlevende oud-strijders nooit meer. Voor Marlantes was thuiskomen van de oorlog zo mogelijk nog traumatischer dan de oorlog zelf. Hij deed er 33 jaar over om zijn ervaringen in roman-vorm te publiceren. 

In de 10-delige Vietnamreeks "The Vietnam War" (op PBS, en komend voorjaar ook te zien op Canvas, waar ik de vertelstem ben), vertelt Marlantes over de vriendschap tussen hem en zijn vrouw met een ander koppel. Het duurt 12 jaar voor de respectieve vrouwen bij mekaar ontdekken dat hun mannen allebei marinier waren in Vietnam. Op Vietnam zit een mentaal slot. De deur gaat moeilijk open, want gezwollen door het trauma. De verhalen zijn maar moeizaam los te wrikken.

(Lees voort onder de foto.)

Televisie kan briljant zijn. The Vietnam War. 10 episodes, 18 uur televisiegeschiedenis. Levende getuigenissen van een hele roedel deelnemers aan de oorlog. Vietnamese en Amerikaanse veteranen, journalisten, burgers, voor- en tegenstanders van de oorlog, nabestaanden van de vele gesneuvelden, familieleden van teruggekeerde gehavende oud-strijders.

De film begint met de strijd van de Vietnamezen voor onafhankelijkheid in de Franse koloniale tijd (toen het gebied nog Indochina heette), en eindigt met de bouw van de Vietnam Memorial in 1982. Voor het eerst wordt in een documentaire ook de Vietnamese kant verteld. Zoals het verhaal van de Viet Cong-man die zijn broer verliest in de oorlog en z’n schoonzus die zelfmoord pleegt na de dood van die broer. Plots krijgt op tv de vroegere vijand ook handen, ogen, zintuigen, gevoelens en emoties. 

Once I was a soldier. And I fought on foreign sands for you. And sometimes I wonder: will you ever remember me?

Once I was, Tim Buckley, 1967

Vietnam is zo’n beetje de belangrijkste gebeurtenis in de Amerikaanse geschiedenis sinds de Tweede Wereldoorlog. Een groot deel van de verdeeldheid in het Amerika van vandaag is een soort metastase van de spanningen tijdens de Vietnamoorlog (1964-1975). Als een uitgezaaide kanker blijft de oorlog van toen woekeren.

Amerika verloor die oorlog en stak daarover als een struisvogel de kop in het zand. Verdeeldheid en polarisatie konden volop gisten, omdat de uitkomst van Vietnam al te vaak onder de mat werd geveegd. Op veel Amerikaanse scholen – zelfs ook universiteiten – komen lesgevers zelfs niet toe aan de Vietnamoorlog. Soms krijgt de gruwel amper één alinea in een handboek geschiedenis. De oorlog verdeelde het land tot op het bot. Het was alsof Vietnam de VS moreel ruïneerde. Na deze documentaire van Ken Burns vergeet niemand ooit nog Vietnam.

Neem die onvergetelijke foto van de politiechef in Saigon die een vermeende communistische spion door het hoofd schiet. Een foto die op de voorpagina komt van "The New York Times" in 1968. Om te huilen, die Pulitzerfoto. Later zou de politiechef vluchten naar de VS. Hij hield er een restaurant open, tot hij in de toiletten op de muur dit zinnetje zag: "I know who you are…"

(Lees voort onder de foto.)

Documentairemaker Ken Burns zegt dat de lessen van Vietnam ook lessen kan opleveren voor vandaag, in onze houding tegen Noord-Korea bijvoorbeeld. Luisteren we wel naar de vijand? Heeft de wereld eigenlijk al ooit gevraagd wat Pyongyang wil? Als wij als Vrije Westen denken dat we altijd gelijk hebben, en de vijand nooit, dan stellen we misschien niet de juiste vragen.

Vietnam was een pure tragedie. Een oorlog gebaseerd op een enorm misverstand. Zoals de hele Koude Oorlog. Een panische en onnodige angst die zich van het Westen meester maakte: dat het communisme zich als een domino zou verspreiden.

Met alle ellende die daaruit volgde: napalmslachtoffers, moeders die hun vermoorde kinderen wiegen, helikopters die landen en opstijgen, weer neerstorten midden in levensgevaarlijke woudbranden, noodoperaties in de jungle, zovele soldaten met het hoofd in de handen. Vietnam was één lange en zinloze lijdensweg. Twee miljoen soldaten uit de VS draaien minstens één "tour of duty" in Vietnam, 14.000 kilometer ver weg van thuis. 

This thing happened. You have to look into it…

Ron Ridenhour, Vietnam-veteraan

Op 16 maart 1968 breekt de hel los over My Lai, een klein dorp in de jungle van de kuststrook in het oosten van Vietnam. Het duistere geheim van My Lai zal pas veel later aan het licht komen: de massamoord op onschuldige burgers door Amerikaanse soldaten. De GI’s van Charlie Company zien geen uniformen bij de dorpsbewoners en kunnen dus de goede van de slechte Vietnamezen niet onderscheiden. Ze zijn hier nochtans gekomen met een missie: het dorp zuiveren van vijandige Viet Cong. 

Charlie Company - zo’n 100 soldaten - wordt geleid door luitenant William Calley. In het dorp zijn alleen maar oude mannen, vrouwen, moeders en kinderen te zien. Geen Viet Cong, geen wapens. De stoppen van de luitenant en zijn mannen slaan door. Dorpelingen krijgen zonder pardon de kogel met Amerikaanse machinegeweren. Met Zippo’s worden de hutjes van weerloze burgers in brand gestoken. Een hele horde GI’s verkracht in serie vrouwen en meisjes. Daarna worden ze in beken en kreken gegooid, en doodgeschoten.

Kelen worden doorgesneden, hoofden gescalpeerd, handen afgehakt, tongen uitgerukt. Een Amerikaanse legerfotograaf maakt stiekem foto’s. Hij klikt, en klikt, en nog eens en nog eens. 504 keer drukt hij af. 504 doden. Een bloedbad in Polaroid.

Pas maanden later ziet de waarheid het licht. Ron Ridenhour, een soldaat met wroeging, lekt het verhaal naar Seymour Hirsch, de befaamde onderzoeksjournalist. Het schokkende verhaal slaat in als een splinterbom. Het is 20 november 1969, 1 jaar en 8 maanden na het bloedbad.  Hadden de foto’s niet bestaan, niemand zou dit bloedbad hebben geloofd. De schuldigen werden amper gestraft.

(Lees voort onder de foto.)

My Lai staat model voor het onrechtvaardige en het immorele van de oorlog. Dit is wat je krijgt als je jonge mannen van 19 tot 25 naar de jungle stuurt om in een onwinbare oorlog te gaan vechten. Er waren veel My Lai’s.

Op 22 april 1971 hoort de Commissie Buitenlandse Zaken van de Amerikaanse Senaat de getuigenverklaring van een man die als luitenant heeft gediend in Vietnam: John Kerry, de man die later presidentskandidaat zou zijn, en nog later minister van Buitenlandse Zaken. Kerry neemt geen blad voor de mond over zijn ervaringen in ‘Nam.

"Strijdmakkers verkrachtten, sneden oren af, hakten hoofden af, plakten telefoondraden aan geslachtsdelen, hakten ledematen af, bliezen lichamen op en maakten dorpen met de grond gelijk in een stijl die deed denken aan Dzjenghis Khan…" Kerry smeet na de hoorzitting in het Congres zijn medailles uit de Vietnamoorlog op de grond voor het Capitool. 

(Lees voort onder de foto.)

De VS dropte in Vietnam zeven miljoen ton bommen, twee keer zoveel als tijdens WO II. In een land niet groter dan de staat New Mexico. Napalm en het ontbladeringsmiddel Agent Orange verwoestten tienduizenden levens. Het meisje Kim Phuc blijft eeuwig op mijn netvlies gebrand door de wereldberoemde foto van Nick Ut uit 1972: het brandende meisje dat huilend de straat op rent.

The Napalm Girl of Trang Bang. Je vergeet het beeld nooit als je het gezien hebt. Het meisje was 9 toen het gebeurde. In het jaar dat volgde op de foto, werd ze 17 keer geopereerd, om haar een leefbaar leven te geven na de brandwonden. Veel later vond ze dat nieuwe leven in Canada. 

(Lees voort onder de foto.)

Veel jonge soldaten raakten in Vietnam verslaafd aan drugs en kwamen als menselijke wrakken terug. Vietnam maakte hen rot vanbinnen. Het verwoestte hun kop. Amerika verloor in Vietnam voor lange tijd zijn zelfvertrouwen. Amerika werd gek in Vietnam. Hoor de laatste woorden van kolonel Kurtz in zijn eenzame grot, in Apocalypse Now (1979): "The Horror…The Horror".

Amerika begrijpt in die moeilijke jaren 60 van de vorige eeuw eigenlijk niets van Vietnam: niet het karakter, niet de geschiedenis, de cultuur of de tradities van het land. Drie miljoen Vietnamezen sterven in de oorlog. Ruim 58.000 Amerikanen verliezen het leven.

Ook de neef van mijn moeder komt om. Hij is 19 als hij in 1970 in een lijkzak terugkeert naar San Antonio, Texas. Negentien, voor altijd. Een andere neef van mijn mama, William "Bill" Grothues, krijgt in 1971 een hoge onderscheiding omdat hij als cargopiloot gewonden uit de jungle gaat oppikken. Bill is dan 25. 

Vrede met Vietnam is wrange nederlaag voor VS

Vietnam scheurt Amerika in twee kampen. Demonstranten verbranden in het openbaar hun oproepkaarten voor militaire dienst. Honderdduizenden betogers stromen in de zomer van 1968 samen in de straten van Chicago. Tegen president Lyndon B. Johnson schreeuwen ze: "Hey LBJ, how many kids did you kill today?"

De vrede met Vietnam in 1973 is in feite een wrange nederlaag voor de VS. Op 30 april 1975 moeten de Amerikanen in allerijl de aftocht blazen uit Saigon. Het is de grootste evacuatie per helikopter ooit. Een gruwelijk beeld dat ik nooit vergeet: Amerikaanse mariniers die met hun geweerkolven de vingers verbrijzelen van Vietnamezen die wanhopig proberen over de muur te klauteren van de Amerikaanse ambassade, in de hoop daar een veilig onderkomen te vinden.  

(Lees voort onder de foto.)

Vele tienduizenden Zuid-Vietnamese vluchtelingen blijven achter of zoeken in de maanden die volgen een gammel bootje richting Westen. Een nieuw drama. Eén van die vluchtende jongens is zeven jaar, en wordt later een schoolgenootje op mijn middelbare school. Veel later zie ik onder een brug van Des Moines Iowa een oude Vietnamveteraan: hij gutst de ene slok whisky na de andere binnen, hij is duidelijk drugverslaafd, hij stinkt, hij is dakloos. Hij dreigt mij en mijn cameraman dood te schieten. Hij raast maar door over doden, en moorden, en dat de wereld naar de kloteverdommenis is.

Hij doet me denken aan al die andere gehavende Amerikaanse zielen die terugkeerden en hun leven niet meer op orde kregen. Thuiskomen was de hel voor die jongens. Het personage Luke Martin, Vietnamveteraan  in het filmdrama Coming Home spreekt: "There’s a lot of shit that I did over there that I find fucking hard to live with…If we come back and say what we did was a waste, some of us can’t live with it…"

Alles gaat voorbij, behalve het verleden.