Video player inladen ...

Het creatieve lab van Wim Opbrouck: "Ik heb nog altijd die paniek: ze gaan me ontmaskeren"

Het creatieve lab krijgt Gerrit Callewaert over de vloer, de beroemdste inwoner van Bavikhove, deelgemeente van Harelbeke. Zijn alter ego Wim Opbrouck is acteur, zanger, muzikant, TV-maker, regisseur, tekenaar, en nog een en ander. Mijn creatieve lab is everywhere I lay my head, zegt hij zelf. Hij is een hoorn des overvloeds, waar constant cultuur en/of volksvermaak uitvloeit. En toch, vertelt hij, zit duiveltje twijfel altijd op zijn schouder. 

Wim Opbrouck welkom in het creatieve lab. Hoe laat begint je creatieve dag?

Daar is geen peil op te trekken. Ik heb een periode achter de rug, van bijna tweeënhalf jaar de wereld rond met de productie “En avant marche”, van Les Ballets C de la B, van NTGent, van Alain Platel, en Frank Van Laecke. Dan is dat een heel ander werkregime. Als je in Sao Paulo zit, of in Sydney of in Moskou, dan start mijn werkdag veel later, omdat ik ’s nachts werk.

Zit ik in een periode van filmen, ja, dan start mijn dag soms om vijf uur ’s morgens. Zit ik in een periode van theatertournees in Vlaanderen, dan hangt het er van af of je dubbelt. Ik ben soms wel jaloers op mensen die structuur hebben: je staat op, je wandelt naar je atelier, en je maakt je verf klaar, en je begint te werken. Bij mij is dat niet zo. Ik ben een acteur, ik zing, mijn echte creatieve lab is ook heel collectief: het ontstaat in een repetitielokaal, of zelfs voor films ontstaat het in gesprekken, in meetings vooraf. Dat is zeer collectief. Maar het echte lab is natuurlijk bij mij thuis.

Toch ja?

Toch wel ja. Daar heb ik een atelier waar ik kan werken, waar een piano, waar mijn boeken staan, waar een tekentafel staat. Als dan een paar dagen rust zich aandienen, dan is dat de plek waar ik veel dingen bedenk. Nu ontdek ik: dat bohemien-bestaan, dat nomadenbestaan, dat functioneert voor mij ook zeer goed.

Ik zit aan een film te werken, “Het hout” van Jeroen Brouwers. Ik zit aan “Gone west” te werken, een grote productie voor de herdenking van de Eerste Wereldoorlog, waar we brieven sturen naar Michelle Obama, Angela Merkel, Bono, Nick Cave, in de hoop die warm te maken voor een grotere vredesmanifestatie. Ik zit te werken aan een Sing Along-project, ik zit te werken aan een nieuwe productie met Ilja Leonard Pfeijffer. Dat is zo versplinterd, mijn creatieve lab is everywhere I lay my head.

Om maar een voorbeeld te geven: ik ben op tournee met een voorstelling zoals “En avant marche”, overdag ben je gewoon vrij. Je speelt ’s avonds, en overdag zit je op café, heb je je boekje bij, ik zit het een na het ander te bedenken. De tournee “Sing Along” had ik bedacht omdat ik in december een beetje tijd had, en ik wil nog tien concerten met de Wim Opbrouck Sing-Along-Songbook. Ik ben er trots op: workaholic, ik vind dat geen scheldwoord. 

Kan je het ook stilleggen?

Dat kan. Maar dat is lastiger in mijn thuisomgeving. Dan krijg ik zoveel prikkels: ik moet naar de piano, ik moet nog een tekening maken, ik werk ook heel graag in de tuin, ik moet nog de wilgen snoeien. 

Dus je kan het niet stilleggen?

Neen.

Daarnet zei je ja.

Ik hoopte een goede uitleg voor u te vinden dat het wel kan. Maar het is niet zo dat het me verlamt. De muziek laat me niet los, de literatuur laat me niet los, ik ben altijd wel iets aan het lezen wat wel voor iets kan dienen. Maar ik vind het ook best zo. Voor mij is dat een fantastisch bestaan. 

Is er iets dat niets met je job of met creativiteit te maken heeft, waarvan je zegt: daar kan ik mijn hoofd mee leeghalen?

Jazeker, wandelen. Of ik ben heel geïnteresseerd in urban gardening en moestuinieren, en alles wat daar het gevolg van is, het klaarmaken van die dingen, of …

Is het zo dat het bakprogramma tot stand gekomen is? (Bake off Vlaanderen, op Vier, JH)

Het bakprogramma bestond al lang, dat was de BBC. Maar dan heb ik al de neiging: moesten we daar eens een mooi programma over maken, of.. 

Over moestuinen?

Moestuin bestaat al, Lybaert doet het prachtig. Maar ik had het heel erg met motorrijden, een twintigtal jaar geleden. Dat avontuurlijke, en die poëzie. Macadamromantiek. 

Daar komt dan ook weer een programma van.

Dat was heel letterlijk zo (“De bende van Wim”, op Canvas, JH). Maar als ik tot rust wil komen, dan zoek ik de stilte op. We leven in een soort geannexeerd gebied en dat is wel iets wat me soms verstikt. 

Waar zoek je de stilte op?

In het meest gewone. Ik woon vlak aan de Oude-Leie-arm, ik zou dat niet mogen propageren. In een zeer lelijk stukje Vlaanderen: het Texas van Vlaanderen. Maar ik heb geleerd,  T.S. Elliot-gewijs, de schoonheid te zoeken in de wasteland. Ik heb daarin een klik gemaakt, ik heb mijn eigen soort “Vlaanderen vakantieland” ingericht. Als ik naar Humbeek moet (het gesprek is voor een optreden, JH), dan vertrek ik om één uur ’s middags. Nu hebben wij dit gesprek, maar anders zou ik hier nog een wandeling doen. Het hoeft geen exotische bestemming te zijn. Ik begin dan te dolen, dat oude romantische 19e-eeuwse principe.

Per definitie alleen ook?

Ja graag. Ik heb het geluk om in zoveel fijne producties te staan, met heel veel fijn volk, maar het liefste wat ik doe is alleen gaan eten. Ik ben ook veel in het buitenland en dan is dat heerlijk. Dan kom je ’s avonds in een warm bad van spelen, en achteraf drinken. Maar ik ben niet zo een plakker, ik ben nogal een wegvluchter. Dan vind ik het zalig nog die wandeling te maken van het theater naar het hotel, en nog één iets te drinken, een boek te lezen en dan in slaap te vallen.

Je beschrijft hoe je in die flow zit, en hoe iedere seconde bijna een geschenk is. Maar zijn er ook afknappers, dat je zegt: verdorie, het gaat niet?

Absoluut, ik ben de laatste om een soort gelukzalige missionaris te zijn. Dat staat erbij, als je een boek schrijft dat dat gerecenseerd wordt. Je moet dat incasseren. Het staat erbij dat een publiek je  niet wil, je moet echt wel een olifantenvel hebben soms. Wat lastiger is zijn interne conflicten, als de mayonaise niet pakt, onderling. Dat heeft veel te maken met samenwerkingen, met respect, met wel compromissen, geen compromissen. Er kan writer’s block ontstaan, er kan twijfel toeslaan. Schaamte, verlegenheid, is iets wat heel dicht bij extraversie ligt, hoe raar het ook klinkt. 

Voel je soms schaamte?

Ja natuurlijk. Bevraag honderd acteurs, ik denk dat negentig procent zal zeggen ja. In wezen heeft het altijd te maken met het overwinnen van schaamte of verlegenheid. Ik ben niet een allesdurver. Ik moet gebracht worden tot het punt waarop ik alles durf. De eerste keer dat je op het toneel, in een repetitieruimte, een personage moet spelen, dat is niet onmiddellijk kant-en-klaar. Soms wel, maar soms is dat een zoektocht die lang duurt. Schaamte, twijfel, dat zijn twee negatieve emoties die ik probeer niét weg te zetten. Ik vind twijfel ook niet zo erg. Maar het moet je ook niet gaan verlammen. Ik ben wel iemand die nood heeft aan een klankbord, dat moet ik ook wel toegeven. Ik heb Tania Berkovitch, die deel is van mijn creatieve… 

Manager?

Da’s veel meer dan management, wij overleggen en debatteren, en dat doet mij wel goed. Als Tania er niet zou zijn, zou ik dat met een goede vriend doen. Ik ben iemand die heel graag deelt, ook zijn twijfels en zijn angsten.

Als er iets is wat je aan jezelf zou kunnen veranderen, wat zou dat zijn?

Veel. (lacht) Ik ben best wel tevreden. Maar als er een ding is dat onverdraaglijk is:  ik heb nog altijd die paniek van: het gaat stoppen, ze gaan me ontmaskeren. Er gaat iemand komen die gaat zeggen…. 

Ge kunt het niet.

Ja, ge zijt een charlatan. Ge hebt iedereen bedot.

Dat is dan toch een nachtmerrie, dan ontwaak je en weet je dat dat niet waar is?

Natuurlijk, maar als er een ding is dat ik zou willen veranderen, dan is het dat ik vaak in worst-case-scenario’s durf te denken. Ik had zo ineens een angst, ik was uitgenodigd om in Zomergasten te zitten, en ik kreeg een soort hoogtevrees. Door het feit dat dat live was bekroop mij ineens de angst dat ik zou wegstappen. Dat ik nu zou zeggen tegen u: sorry, ik stop. Ik weet als ik dat zou doen, dat dat iets onherroepelijks is. Ik zou nooit meer op het toneel kunnen stappen.

Dus toch graag rustiger worden, als ik dan toch iets moet noemen. Afgezien van een paar kilo’s minder, maar dat is de sportschool.

Sport doe je niet?

Ja, sport doe ik niet…

Wandelen heb je gezegd.

Motorrijden is ook een sport natuurlijk. Jawel, ik speel tennis. Ik ben een zeer goede skiër. Sport komt vaak aan bod in de voorstelling. “En avant marche”, dat is twee uur workout. Ik heb een voorstelling gemaakt met Wilfried de Jong, dat is twee uur lang zo heftig. 

Of optreden met de Dolfijntjes?

Ook heftig ja. Ik dans heel graag. Ik beweeg heel graag. Het liefste wat ik speel is volleybal, maar ik krijg het niet georganiseerd. 

Heb je een levensmotto?

De laatste tijd heb ik toch wel: count your blessings. Toch wel durven zeggen….

“Ik ben een zondagskind”…

Zondagskind is nog iets anders. Een zondagskind ben ik niet, echt niet. Ik heb genoeg mislukkingen op mijn rekening staan, en tegenslagen. Het hoort er ook bij. Ik word dat niet gewoon maar ik kan er precies toch beter mee om. Als er iets mislukt, wie heeft dat wel graag? Ik hoor Maria Callas nog zeggen: “they don’t have to tell me, I know I was wrong”. Count your blessings, dat is niet echt een motto. Een motto is meer: seize the day. Dat lukt me niet altijd, dat ga ik niet als motto nemen. Of het aloude spreekwoord: wie goed doet, goed ontmoet. Het is me iets te katholiek. Nee maar: tel uw zegeningen. Dat doe ik soms wel: oké kom, stop met zagen. Soms heb ik die grumpyness die over mij komt, hoe komt dat nu? En dan hup, er is nog altijd een drive die ik leen en steel van mensen waarmee ik werk, zoals Wilfried de Jong. Dat is een soort positiviteit die ik niet altijd heb. 

We hebben de dag opengedaan, laten we hem ook sluiten. Wat doe je als laatste voor je gaat slapen?

Dat is toch vaak nog even, het grote genot, aan de piano zitten, nog van een akkoord genieten. Maar het allerlaatste is toch altijd lezen. Zelfs met een glas teveel op ligt er een stapel boeken. Al is het twee zinnen, ja, er moeten een paar zinnen gelezen worden. Op dit moment is het “De zuivering” van Tom Lanoye, maar is het ook het boek “Duitsland”, heel veel Streuvels ligt er. Ik ben iets aan het ontwikkelen met Streuvels. “Leven en dood in den ast” is een meesterwerk waarvan ik ooit hoop een operacci-achtige voorstelling te maken. Letterlijk alles begint voor mij vanuit de poëzie. Dat is de voedingsbodem, de humus waaruit alles ontstaat. 

Foto's: Alex Vanhee, montage podcast: Gunter Joosen

Als je de podcast beluistert, hoor je niet alleen méér Opbrouck dan in de tekst, je hoort ook een scherf van deze nummers:

  • Philip Glass : Mad Rush
  • De Dolfijntjes : Margrietje
  • Eriksson Delcroix : Arrow
  • Neil Young : The Painter
  • Nick Cave : What Must Be Done
  • Nils Økland, de Hardangerviolist