Schadelijke effecten van overgewicht tot nu toe onderschat

De schadelijke effecten van overgewicht zijn tot nu toe onderschat. Dat blijkt uit een nieuwe studie die de body mass index (BMI) en de gezondheids- en sterftegegevens geanalyseerd heeft van 60.000 ouders en hun kinderen, om vast te stellen hoe obesitas in werkelijkheid het sterfterisico beïnvloedt. Volgens de studie zijn de schadelijke effecten van een lage BMI minder erg en die van een hoge BMI erger dan uit eerdere studies is gebleken. 

Eerdere studies hadden laten uitschijnen dat de optimale BMI, waarbij het risico op sterfte het laagst is, boven de vork ligt die dokters normaal aanbevelen, wat geleid heeft tot de bewering dat het gezond is om licht overgewicht te hebben. Dokters adviseren om een BMI tussen 18,5 en 25 aan te houden. 

Onderzoekers van de University of Bristol, in het Verenigd Koninkrijk, vermoedden echter dat die studies niet het echte effect van de BMI op de gezondheid weergaven, omdat de eerste stadia van ziektes, ongezond gedrag, zoals roken, en andere factoren kunnen leiden tot zowel een lagere BMI als tot een verhoogd risico op sterfte. De lagere BMI is in dat geval echter niet de oorzaak van het verhoogd risico.

Dat maakt het moeilijk om in te schatten hoe de BMI in werkelijkheid het risico op sterfte beïnvloedt - het oorzakelijk effect -, in tegenstelling met de waargenomen associatie - het gezamenlijk voorkomen - tussen de BMI en het risico op sterfte. Daarom zetten de onderzoekers een studie op om het oorzakelijk verband tussen de BMI en het sterfterisico vast te stellen. 

Ze gebruikten daarvoor HUNT, een Noorse cohorte-studie van de gezondheid van de bevolking in een landelijke district met 130.000 inwoners. Een cohorte is een groep individuen met een gemeenschappelijk kenmerk, bij wie men een onderzoek verricht dat kwantificeerbaar is, dat in getallen kan uitgedrukt worden.

Samen met collega's van de Norges teknisk-naturvitenskapelige universitet, de Technisch-natuurwetenschappelijke universiteit van Noorwegen, bekeken de Britse onderzoekers hoe de mortaliteit bij de ouders in verband stond met hun eigen BMI - de conventionele aanpak -, en met de BMI van hun volwassen kinderen. Omdat er een verband is tussen de BMI van ouders en die van hun nakomelingen door genetische factoren, is de BMI van de kinderen een indicatie voor die van de ouders. De BMI van de kinderen wordt niet beïnvloed door ziektes of ongezonde gedragingen, en als men die dus gebruikt, vermijdt men de problemen die inherent zijn aan het eenvoudigweg in verband brengen van de BMI van de ouders en hun sterfterisico.

AP2009

Zelfs licht overgewicht is niet gezond

De gezondheidsgegevens van zo'n 30.000 moeder-en-kindparen en 30.000 vader-en-kindparen werden bekeken, om vast te stellen in hoeverre de BMI het sterfterisico kan beïnvloeden in een situatie die niet scheefgetrokken wordt door een "omgekeerde relatie tussen oorzaak en gevolg", waarbij ziekte lijdt tot een lage BMI en een hoger sterfterisico, in plaats van dat het de lage BMI is die een invloed heeft op ziektes en sterfte. 

De onderzoekers ontdekten dat als de BMI van de kinderen gebruikt werd in plaats van die van de ouders zelf, dat de schijnbare schadelijke effecten van een lage BMI minder groot waren, en de schadelijke effecten van een hoge BMI groter, dan de effecten die gevonden werden in de conventionele analyses. Belangrijk was dat de resultaten erop wijzen dat eerdere studies de schadelijke gevolgen van overgewicht onderschat hebben. 

Het advies dat dokters momenteel geven om een BMI tussen 18,5 tot 25 aan te houden, wordt door de studie ondersteund, en de vaak aangehaalde bewering dat licht overgewicht gezond zou kunnen zijn, blijkt niet juist. 

"Correlatie is geen causatie"

"Een alarmerende toename van het aantal gevallen van obesitas wereldwijd, die volgens een recente studie in "The Lancet" gestegen zijn van 105 miljoen in 1975 naar 641 miljoen in 2014, veroorzaakt bezorgdheid over de effecten daarvan op de volksgezondheid", zo zei dokter David Carslake, de belangrijkste auteur van de studie, op de website van The University of Bristol. 

"Deze studie toont aan dat correlatie geen causatie is, en dat we voorzichtig moeten zijn bij het interpreteren van data die enkel op associaties gebaseerd zijn, als het gaat over aanbevelingen voor de volksgezondheid." Correlatie is het in meer of mindere mate samen voorkomen van twee reeksen van waarnemingen of fenomenen, causatie is de betrekking van oorzaak en gevolg, waarbij het ene fenomeen de oorzaak is van het andere.

"We zijn gewoon om elkaar tegensprekende studies te zien die beweren dat iets ofwel goed of slecht voor onze gezondheid is", voegde zijn collega professor George Davey Smith daar aan toe. "Over het algemeen gaat het over naïeve observationele studies, die tot ernstig misleidende bevindingen kunnen leiden. Een beter gefundeerde benadering om het oorzakelijk effect van factoren te identificeren, zoals de methodes die in deze studie zijn toegepast, is vereist als we aanbevelingen voor de volksgezondheid willen doen die gebaseerd zijn op betrouwbaar bewijsmateriaal."

De studie van dokter Carslake en zijn collega's is gepubliceerd in het "International Journal of Epidemiology".

Een overzicht van de BMI (Illustratie: Laurens Van Lieshout/Wikimedia)

BMI

De body-mass index (BMI) of ook queteletindex (QI) is een index die de verhouding tussen lengte en gewicht bij een persoon weergeeft. De BMI wordt veel gebruikt om na te gaan of er sprake is van overgewicht of ondergewicht. De BMI is niet altijd betrouwbaar voor alle individuen, zo zou een bodybuilder met veel spiermassa en weinig vet toch overgewicht hebben volgens de standaard-BMI. Toch wordt de BMI in de geneeskunde veel gebruikt en blijkt hij daar bruikbaar en betrouwbaar.

De BMI wordt berekend door het gewicht in kilogram te delen door het kwadraat van de lengte in meter. Iemand van 1 meter 65 met een gewicht van 65 kilogram heeft dus een BMI van 65 : (1,65 x 1,65)  =  65 :  2,72 = 23, 875, bijna 24 dus, een normaal gewicht.

Een waarde van minder dan 18,5 wordt beschouwd als ondergewicht. Vanaf 25 wordt van (licht) overgewicht gesproken, tot 1998 was dat pas vanaf 27. Boven 30 spreekt men van ernstig overgewicht of obesitas, een waarde hoger dan 40 duidt op morbide obesitas of ziekelijk overgewicht. Boven de 50 is er sprake van superobesitas.