Video player inladen ...

Hoeveel chaos verdragen de Britten?

Mocht iemand er nog aan twijfelen dat de Conservatieve minderheidsregering van Theresa May een van de zwakste moet zijn in vele tientallen jaren, dan was de vertoning van de voorbije dagen het mooiste bewijs dat die ongelijk had.

analyse
Ivan Ollevier
Ivan Ollevier is journalist bij VRT NWS. Hij volgt al jaren de Britse politiek en maatschappelijke discussies.

Wat dan...?

Het is verbazend om te zien hoeveel chaos het Britse politieke systeem kan verdragen. Maandag kelderde een partij met weinig betekenis, met tien parlementsleden in een Lagerhuis van 650, het akkoord dat gesloten was tussen de regering-May en de Europese Unie. Eerste minister Theresa May krijgt van de EU nog tot volgende week donderdag om orde op zaken te stellen. In de praktijk zelfs minder. Tegen vrijdag zou er al zicht moeten zijn op een overeenkomst. En als dat niet lukt? Tja, als dat niet lukt… Wat dan?

Hinderlaag

Theresa May is in een hinderlaag gelopen. Een Noord-Ierse hinderlaag. In juni had ze parlementsverkiezingen uitgeschreven, in de hoop dat die haar aan een meerderheid zouden helpen om de brexitonderhandelingen met de Europese Unie op een comfortabele manier te voeren. Het draaide anders uit. Toen het verkiezingsresultaat bekend werd gemaakt, bleken Theresa May en haar Conservatieve Partij op spectaculaire wijze hun meerderheid kwijt te zijn.

Dus kochten ze een meerderheid: in ruil voor één miljard Britse pond was de Noord-Ierse Democratic Unionist Party bereid een minderheidsregering te steunen. Tien stemmen kon de DUP haar leveren. En nu schorten die tien DUP'ers hun steun op.

Sterk staaltje diplomatie

De Ierse en de Britse regering waren erin geslaagd om tot een akkoord te komen over de grens tussen Ierland en Noord-Ierland. Op zich was dat al een sterk staaltje internationale diplomatie. Een dikke pluim dus voor Theresa May. Het akkoord bestond hierin dat Noord-Ierland een apart statuut zou krijgen binnen het Verenigd Koninkrijk: de Britse regering zou toelaten dat de Noord-Ierse wetgeving zich zou afstemmen op de Europese, zodat douanecontroles en -posten tussen de Republiek Ierland en Noord-Ierland (een deel van het Verenigd Koninkrijk) niet zouden hoeven.

Vrijwel iedereen was het erover eens dat dat een goede zaak zou zijn. Vooral economisch: voor zowel de Ierse als de Noord-Ierse economie, die sterk van elkaar afhankelijk zijn, was dat een absolute voorwaarde om te overleven.

Doctor No

Arlene Foster (midden), de leider van de DUP AFP or licensors

Maar dat was buiten de hardliners van de DUP gerekend. Een telefoontje naar Belfast deed May ontwaken uit haar droom. De leider van de DUP, Arlene Foster, deed wijlen dominee Ian Paisley, de stichter van de DUP, alle eer aan, geheel in de aloude traditie van haar partij. Niet voor niets was Paisley  politiek groot geworden door “No! No! No!” te roepen. Zijn bijnaam was doctor No”.

Kabouterstapje

Die “no” van de DUP is ideologisch. Dé bestaansreden van de partij is haar verzet tegen alles wat van ver of van dichtbij ruikt naar Ierse eenmaking. Een kind kan zien dat een speciaal statuut voor Noord-Ierland, in convergentie met de Europese en dus Ierse wetgeving, een eerste stap zou kunnen zijn naar een herenigd Ierland. Nogal wiedes dat de DUP zich daartegen verzet, zelfs al heeft een meerderheid van de Noord-Ieren in juni vorig jaar tegen de brexit gestemd. De DUP is zelfs bereid om de Noord-Ierse economie ten gronde te richten om nog maar een eerste kabouterstapje in die richting te verhinderen.

Een kind had het kunnen zien

Een kind had het kunnen zien. Maar Theresa May niet. Is het niet ten­hemel­schreiend dat het bij May niet eens is opgekomen om overleg te plegen met de leider van de partij die haar gedoogsteun verleent? Wat hield haar tegen om op voorhand te polsen wat de DUP eventueel van zo’n regeling zou vinden? Er rijzen ernstige vragen bij de politieke managementcapaciteiten van Theresa May. En ik druk me nog zacht uit. 

En Schotland dan?

Jacob Rees-Mogg London News Pictures

Dat zich nu ook vooraanstaande Conservatieven bij het DUP-koor voegen, is voor Theresa May bijzonder verontrustend. De eurosceptische Jacob Rees-Mogg gaf al te verstaan dat hij begrip heeft voor de Noord-Ierse Unionisten, en een batterij van dertig Conservatieve parlementsleden (de “Leave meansLeave”-groep) liet al weten dat ze het met de DUP eens is.

Vanuit Schotland klinkt nu een andere gezaghebbende stem op, die van de leider van de Schotse Conservatieven, Ruth Davidson. Maar wat zij zegt is exact het tegenovergestelde van de Westminsterdissidenten: als Noord-Ierland het recht zou hebben op een apart statuut, waarom dan niet Schotland, dat ook overwegend tegen een brexit heeft gestemd? Ruth Davidson heeft enorm veel krediet bij de Conservatieve Partij. Ze is al eens genoemd als een toekomstige eerste minister. Alleen zit zij (voorlopig nog) in het verkeerde parlement: dat in Edinburgh en niet in Londen. 

Harde onderhandelingsposities

Naar Davidson wordt dus geluisterd. Maar ook naar Rees-Mogg en zijn medestanders wordt geluisterd. En beide kampen verkondigen een andere boodschap. Brussel raakt alsmaar meer gefrustreerd door het gebrek aan vooruitgang in de brexitgesprekken, en het wijt dat in de eerste plaats aan de interne Britse meningsverschillen. Commissievoorzitter Juncker vond het gisteren zelfs nodig om Theresa May te prijzen om haar harde onderhandelingsposities, in de hoop de Britten voor één keer op één lijn te krijgen. Zelfs dat heeft niet geholpen. Het Verenigd Koninkrijk lijkt alsmaar meer op een Onverenigd Koninkrijk. En Europa staat erbij en kijkt ernaar. Met verbijstering.