"Repareer het dak van de eurozone, nu de zon schijnt"

De Europese Commissie stelt een aantal maatregelen voor om de eurozone te beschermen tegen een volgende financiële of economische crisis. Ze wil onder meer een Europees Monetair Fonds oprichten, en er moet ook een Europese minister van Financiën komen.  De voorstellen van de Europese Commissie gaan minder ver dan de ideeën van de Franse president Macron.

Na de woelige jaren van de eurocrisis, is de eurozone nu in kalmer water terecht gekomen. Alleen Griekenland moet nog noodleningen krijgen, maar ook dat hulpprogramma loopt ten einde.  De werkloosheid staat nu op een lager niveau dan voor de crisis, en er is weer economische groei. "De zon schijnt", schrijft de Europese Commissie, "nu is het tijd om het dak te repareren."

Oprichting van een Europees Monetair Fonds

Toen Griekenland in 2009 in de financiële problemen kwam en noodleningen nodig had, werd al gauw duidelijk dat de eurozone daar niet op voorbereid was.  Eerst werd er een tijdelijk noodfonds opgericht, later een permanent noodfonds, het ESM (Europees Stabiliteitsmechanisme). Europa deed ook beroep op het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat meer expertise had bij het ondersteunen en hervormen van landen. Vooral landen als Duitsland en Nederland wilden Griekenland alleen maar steunen als ook het IMF meedeed, omdat dat strenger zou zijn dan de Europese Commissie. 

Nu stelt de Europese Commissie voor om het ESM-noodfonds om te vormen tot een Europees Monetair Fonds. De opdracht blijft dezelfde: noodleningen verstrekken aan landen in crisis. Het Europees Monetair Fonds zal over evenveel geld beschikken als het huidige noodfonds, 500 miljard euro.  Nieuw is dat dat geld ook gebruikt zou kunnen worden als laatste redmiddel wanneer er een bankencrisis zou zijn. In principe bestaat er hiervoor al een fonds, met geld van de banken zelf.  Als dat niet volstaat, zou het Europees Monetair Fonds kunnen bijspringen, en daarna het geld terugvragen bij de banken, zodat er geen belastinggeld naar de banken vloeit.

Een buffer om schokken op te vangen

De voorbije financiële crisis veroorzaakte in Spanje een vastgoedcrisis, die niet alleen banken in problemen bracht, maar ook voor een geweldige stijging van de werkloosheid zorgde. Hierdoor moest de Spaanse overheid veel meer werkloosheidssteun betalen, waardoor het begrotingstekort opliep en er op investeringen bespaard moest worden. Daarom wordt er al lang, door economen en politici, gepleit voor een eurozonebudget dat zulke "assymetrische schokken" kan opvangen, en het getroffen land tijdelijk kan steunen. 

Ook de Franse president Emmanuel Macron is voorstander van zo'n budget. Het voorstel van de Europese Commissie gaat minder ver.  Duitsland en Nederland zijn immers bang dat zo'n eurozonebudget niet meer of minder is dan een transfer van rijke Noord-Europese landen naar armere Zuid-Europese landen, die geen enkele druk meer zouden hebben om economische hervormingen door te voeren wanneer ze weten dat er toch altijd Europese hulp komt. De Europese Commissie volgt hen daarin: alleen landen die een gezond financieel en economisch beleid voeren, zouden in aanmerking komen voor steun. Die steun zou vooral bestaan uit leningen (die dus terugbetaald moeten worden) van het Europees Monetair Fonds, die ervoor moeten zorgen dat het land in kwestie kan blijven investeren.

Verankeren van strenge begrotingsregels

In 2012 sloten 25 landen een verdrag waarin ze beloofden naar een budgettair evenwicht te streven (alleen Hongarije en het Verenigd Koninkrijk deden dat niet).  De Europese Commissie stelt nu voor om van dat verdrag Europese wetgeving te maken.  Hierdoor zou ook het Europees Parlement op de toepassing van die begrotingsdiscipline wat meer controle kunnen krijgen, wat volgens de Europese Commissie  het democratische karakter zou moeten vergroten.  

Een Europese minister van Economie en Financiën

Als het van de Europese Commissie afhangt, komt er tegen november 2019 een "Europese minister van Economie en Financiën". Die man of vrouw moet het werk doen dat nu door verschillende mensen wordt gedaan: de Eurogroep voorzitten, vicevoorzitter zijn van de Europese Commissie, en de Raad van Bestuur van het Europees Monetair Fonds leiden. Die persoon zou het economische beleid en het begrotingsbeleid moeten coördineren, en zou ook op internationaal vlak het "gezicht" van de eurozone moeten zijn.    

Wat nu?

De voorstellen zullen een eerste keer besproken worden op 15 december, op een top van de regeringsleiders van de 19 landen van de eurozone. Ook de regeringsleiders van niet-eurolanden worden uitgenodigd, zodat ze zich niet uitgesloten voelen.  Het blijft de bedoeling dat op termijn zoveel mogelijk landen van de EU de euro als munt gaan gebruiken. Nu al is de eurozone goed voor 85% van het BBP van de EU (zonder de Britten).  Het is de bedoeling dat er op de Europese top van juni 2018 knopen worden doorgehakt. Veel zal afhangen van hoe het in Duitsland loopt met de regeringsvorming. De Duitse sociaal-democraten zitten meer op de lijn van de Franse president Macron, en zullen wellicht eisen dat de nieuwe Duitse regering zich niet te hard opstelt.