Brusselse gemeenten weigeren jarenlang mandaten en vergoedingen bekend te maken

Na het schandaal rond daklozenorganisatie Samusocial, waar plots aan het licht kwam wat politici daar verdienden, deed de politiek allerlei uitspraken over het belang van transparantie. Zes media waaronder de VRT zochten samen met de website Transparencia uit of dat meer was dan een loze belofte. Concreet stelden we de vraag: hoe transparant zijn de 19 Brusselse gemeenten over mandaten en vergoedingen?

De zes media zijn Bruzz, Het Nieuwsblad en de VRT aan Nederlandstalige kant, en Le Vif, La Capitale en RTBF aan Franstalige kant. Het initiatief kwam van de website Transparencia, die ijvert voor openbaarheid van bestuur. Ook Cumuleo, bekend van de online mandatenlijst op basis van gegevens van het Rekenhof, zat mee aan tafel. Wij als journalisten stelden onze vragen aan de gemeenten via de website van Transparencia, met de vermelding van het medium waarvoor we werken.  

Wet van meer dan tien jaar oud

Voor dit journalistieke project, dat we met een knipoog “Brussels Papers” doopten, vertrokken we van een ordonnantie, dat is een Brusselse wet, uit 2006. Die kwam er na de schandalen in Charleroi en zegt dat elke openbare instelling een jaarverslag moet maken met daarin de vergoedingen, voordelen van alle aard en representatiekosten van de openbare mandatarissen, en dat elke burger het recht heeft dat verslag in te kijken.  

Daarnaast moet er controle zijn op het inkomstenplafond van de openbare mandatarissen: die mogen vanuit hun publieke functies niet meer verdienen dan 150 procent van een parlementaire wedde. Daarom moet elke gemeente een zogenaamd transparantieverslag opmaken met alle vergoedingen van de mandatarissen, en dat moet dan worden doorgestuurd naar de “transparantiecel” van het gewest, dat toezicht houdt.

Je zou denken dat dit alles leidt tot “een glazen huis” maar dat blijkt niet zo te zijn. Vooreerst staan er geen sanctiemogelijkheden in de tekst waardoor hij moeilijk afdwingbaar is en bovendien wordt voor delen ervan betwist voor wie de regels allemaal gelden. Wij hebben de tekst ruim geïnterpreteerd, in de zin waarin hij heel onlangs ook geëxpliciteerd is in het Brussels parlement.  

We hebben aan de 19 gemeenten laten weten: wij zouden graag de vergoedingen en onkosten zien die openbare mandatarissen ontvangen, niet alleen voor hun werk in de gemeente maar ook in publieke nevenmandaten, bijvoorbeeld in vzw’s en intercommunales, en dat vanaf 2006, het jaar dat de ordonnantie is ingevoerd. Wij stelden onze eerste vragen eind juni -  begin juli, kort nadat Brusselse politici ronkende verklaringen hadden afgelegd over het belang van transparantie.

Halve antwoorden

Geen enkele gemeente heeft alle gevraagde gegevens verstrekt. Maar verder zijn de verschillen zeer groot. Eén gemeente, Etterbeek (MR), was bijzonder coöperatief en stuurde snel veel informatie door. Aan het andere uiteinde van het spectrum zijn er gemeenten die niet of nauwelijks reageerden, zoals Ganshoren (MR), Evere (PS) of Koekelberg (MR).  

De meesten zitten ergens tussen die twee uitersten. Bij veel gemeenten moesten we een advies vragen aan de officiële beroepscommissie voor toegang tot bestuursdocumenten, voor er een reactie kwam. We kregen veel halve antwoorden, onvolledige overzichten (wel mandaten maar geen vergoedingen bijvoorbeeld), verwijzingen naar de site van de gemeente waar zogezegd alle informatie te vinden was, wat dan niet klopte, of verwijzingen naar andere instanties.  

"Gelieve u te wenden tot..."

Het meest delicate punt bleek altijd de vergoedingen (en onkosten) van de nevenmandaten, de mandaten dus in intercommunales, vzw’s enzovoort. Verschillende gemeenten zeiden: “Die informatie hebben we niet”. Dat op zich is een een interessant antwoord. Want hoe kan de gemeente (in casu de gemeentesecretaris) of de Cel Transparantie van het gewest het plafond van 150% van de parlementaire wedde controleren als ze niet op de hoogte zijn van alle vergoedingen?   

Verschillende gemeenten verwezen voor die informatie door naar de “transparantiecel” van het gewest maar die verwees dan weer door naar de gemeenten. Dit doet natuurlijk vragen rijzen over de effectiviteit van die controle op het inkomstenplafond. Meerdere gemeenten zeiden ook dat we de informatie over vergoedingen en onkosten bij bijvoorbeeld vzw’s moesten opvragen bij die vzw’s zelf. In Brussel stad (PS) hebben we bij wijze van steekproef zeven vzw’s aangeschreven met die vraag. Drie ervan hebben nooit gereageerd.  

Niet kunnen/niet willen/niet durven

We ervaarden dus, zeker in het begin, heel veel tegenwerking. De indruk ontstaat dan dat je als burger of als journalist niet het recht hebt die informatie op te vragen. Hoewel er dus al tien jaar een ordonnantie is die het omgekeerde zegt. Er is wellicht ook angst voor de publieke opinie en soms een soort paternalistische visie dat de mensen het wel es verkeerd zouden kunnen interpreteren.  

Dat blijkt ondermeer uit een antwoord van de burgemeester van Vorst (PS) eerder dit jaar in de gemeenteraad, in een discussie over transparantie. Marc-Jean Ghyssels zei daar dat het geen zin had om vergoedingen te publiceren zonder uitleg erbij, want “sommigen dragen veel af aan de partij en anderen niet, sommigen werken hard en anderen niet.” Hij vond ook dat, als je de vergoedingen van burgemeesters en schepenen publiceert, “dat je dan ook de barema’s van de gemeentesecretaris en van andere ambtenaren moet publiceren”.  

Bij de vraag naar vergoedingen en onkosten van de voorbije tien jaar kwamen we dus, zeker wat nevenmandaten betreft, van een kale reis thuis. Het was vaak niet duidelijk of de gemeenten niet wilden of niet konden antwoorden. Als het het laatste is, is dat natuurlijk ook een probleem. Want dat betekent dat je als gemeente geen overzicht hebt van wat mensen, die jij zelf ergens een mandaat geeft, als vergoeding ontvangen. Terwijl het wel gaat om publieke middelen. Dat betekent dat er geen rem is om dat soort vzw’s of andere organismen te blijven creëren.  

Het wordt wel beter

Er is gelukkig wel hoop op beterschap. Verschillende gemeenten gaven wel informatie vrij over 2016 en vooral, er zijn nu meer en meer gemeenten die een online kadaster hebben met een actuele stand van zaken, ook over de nevenmandaten, en ook over onkosten. Al blijft het moeilijk. Of grappig. De gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe bijvoorbeeld (Défi) geeft de vervoerskosten van zijn schepenen… in liters benzine.  

De nieuwe ordonnantie die vorige week is gestemd in het Brussels parlement zou alles nu ook in een stroomversnelling moeten brengen. Deze keer is wel duidelijk gezegd dat ook vertegenwoordigers in intercommunales en Brusselse openbare vzw’s onder de transparantieregels vallen. En er komen sancties (bijvoorbeeld inhouding van een deel van de vergoeding) voor wie de regels niet naleeft. Zelfs privébezoldigingen (van wie in het Brussels parlement zetelt) zullen moeten worden gedeclareerd, met een inkomensschijf, zoals in het Europees parlement.

Tenslotte. De nieuwe Brusselse ordonnantie gaat veel verder dan wat elders gangbaar is. Verder bijvoorbeeld dan wat in Vlaanderen is geregeld. Wetteksten is één zaak. Politiek en maatschappelijke druk is een andere. De gemeenteraadsverkiezingen zullen de zaken wellicht in beweging zetten. Intussen kunnen de Brusselaars alleen maar hopen dat de nieuwe ordonnantie van dit jaar beter wordt nageleefd dan die van 2006.  

Bekijk hier onze beoordeling van de 19 Brusselse gemeenten

Bekijk op Transparencia.be de briefwisseling met de gemeenten