Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Downing Street raamt kostprijs brexit op 40 tot 45 miljard euro

Het Verenigd Koninkrijk zal volgens een woordvoerder van premier Theresa May tien tot vijftien miljard euro minder betalen voor de brexit dan de cijfers uit Europese kringen. Downing Street raamt de kostprijs van de brexit op 40 tot 45 miljard euro. In Europese kringen circuleert het bedrag van 50 tot 60 miljard euro, maar officiële cijfers zijn er niet.

Downing Street zal 40 tot 45 miljard euro betalen om zijn rekeningen met de Europese Unie te vereffenen. Dat heeft een woordvoerder van de Britse premier Theresa May vrijdag gezegd. De financiële afwikkeling vormt een van de pijlers van het princiepsakkoord over de boedelscheiding dat May vrijdagochtend heeft gesloten met de Europese Commissie.

In het Europese kamp worden geen officiële ramingen meegedeeld.
De Europese onderhandelaars hebben nooit bedragen genoemd. "Ik heb nooit cijfers geciteerd, dus daar ga ik ook nu niet mee beginnen", verklaarde de Europese hoofdonderhandelaar Michel Barnier vrijdag.

"Zelfs als er bedragen circuleren, en sommige kunnen als realistisch aanzien worden, dan nog zal ik er geen citeren". In Europese kringen circuleerden bedragen van 50 tot 60 miljard euro. Barnier toonde zich net als de stuurgroep van het Europees Parlement wel tevreden met het compromis over de berekening van de "factuur".

De Fransman heeft naar eigen zeggen de garantie dat de Britten alle financiële engagementen zullen honoreren die ze gedurende meer dan veertig jaar lidmaatschap hebben opgebouwd. Zo verzekerde hij dat "geen enkele lidstaat als gevolg van de brexit meer zal moeten betalen of minder zal ontvangen" tot 2020.

In juli had minister van Buitenlandse Zaken Boris Johnson nog gezegd dat de Europeanen zouden "kunnen fluiten" naar excessieve Britse betalingen. Twee maanden later legde May in Firenze een eerste aanbod op tafel. Ze beloofde toen ongeveer 20 miljard euro, wat ongeveer overeenkomt met de de Britse nettobijdrage aan de begrotingen voor 2019 en 2020.

Daar komen nu ook nog betalingen bij die in het kader van de huidige meerjarenbegroting tot 2020 zijn vastgelegd, maar die de Europese Unie pas in de daaropvolgende jaren effectief zal uitbetalen. De Britten moeten ook mee instaan voor de pensioenlasten van Europese ambtenaren, en hopen dat landen als Oekraïne hun leningen aan de Europese Unie terugbetalen. Ook daar staan de Britten immers mee garant voor.

Volgens Barnier is het ook niet mogelijk om een exact bedrag te berekenen. "Ze zijn afhankelijk van onder meer de economische groei, het aanwenden van kredieten, betalingen die moeten gebeuren. Alle cijfers gaan nog bewegen. We zullen na het Britse vertrek geregeld ontmoetingen hebben met het Verenigd Koninkrijk om de zaken te preciseren in functie van hypotheses en reële cijfers."