Stroomproducenten stoten 50% meer CO2-uit bij kernuitstap

De Belgische elektriciteitsproducenten kunnen tegen 2030, als de kerncentrales allemaal sluiten, 48% tot zelfs 78% meer CO2 de lucht in pompen. Dat staat te lezen in een nieuw boek van energie-econoom Johan Albrecht (UGent, Itinera). Maar welke keuze onze overheden ook maken: onze stroomprijs zal sowieso fors stijgen.

In zijn boek “Energietrilemma” berekent Albrecht de impact van vier energie-scenario’s tegen 2030. In de meeste scenario’s gaat de CO2-uitstoot de hoogte in. Alleen als je radicaal inzet op hernieuwbare energie én je stroomverbruik daalt, gaat de CO2-uitstoot naar omlaag. Of als je een deel van de kerncentrales open houdt.  

Albrecht legt dus vier basisscenario's op tafel, met een hele reeks wisselende parameters: wel of geen kernenergie, meer of minder wind en zon, meer of minder biomassa, meer of minder import, weinig of veel elektrische voertuigen die je al dan niet intelligent gebruikt worden (hun batterij inzetten als opslag voor hernieuwbare energie uit je zonnepanelen bijvoorbeeld), slimme vraaggestuurd stroomverbruik, zelfs een scenario met minder stroomverbruik werkt hij uit.

En in alle scenario’s wordt onze elektriciteit flink duurder: de prijs kan tegen 2030 zelfs gewoon verdubbelen, 100% erbij dus. Minimaal wordt de stroom voor onze gezinnen en bedrijven 40% duurder. Hoe je het ook draait of keert: de omslag van ons energielandschap naar meer duurzame en hernieuwbare oplossingen zal geld kosten. Voor gezinnen en bedrijven.

In alle scenario's wordt onze elektriciteit flink duurder: de prijs kan tegen 2030 zelfs verdubbelen.

CO2-uitstoot elektriciteitsproductie kan tot 78% stijgen

Albrecht komt tot nog een vaststelling: de CO2-uitstoot van de elektriciteitsproducenten kan bij een kernuitstap flink toenemen. Makkelijk de helft erbij,  in bepaalde scenario’s kan dat zelfs oplopen tot 78%. En dat komt vooral door de vele gasgestookte centrales die we zullen nodig hebben om de kerncentrales te vervangen.

Als je kerncentrales behoudt zal de CO2-uitstoot niet stijgen, maar dalen: -13%. Albrecht rekent er dan wel op dat de capaciteit aan hernieuwbare energie en de geïmporteerde stroom verdubbelen.  

Alleen bij het meest radicale scenario met zware inspanningen in wind en zon (bijna 5 keer meer dan nu), en massaal veel intelligent gekoppelde elektrische auto’s (2 miljoen, tegenover de amer 4368 van vandaag), kan de CO2-uitstoot lager uitkomen dan met het behoud van een deel van de nucleaire centrales: -22%. Daarbovenop moet ook nog eens ons stroomverbruik naar beneden, moeten we veel meer stroom invoeren (drie maal meer dan nu) en moeten we onze stroom uiterst flexibel sturen. Onder meer bedrijven stilleggen of thuis minder verbruiken wanneer de vraag naar stroom heel hoog dreigt te worden.

Maar dat radicale scenario is voor gezinnen en bedrijven het duurste van allemaal: dan gaan onze stroomprijzen meer dan verdubbelen.

Overheden moeten nu de knopen doorhakken

Tot slot benadrukt Albrecht dat gasgestookte centrales sowieso zullen nodig zijn om de kernuitstap op te vangen. In alle scenario's, zelfs wanneer we radicaal inzetten op hernieuwbare energie én vermindering van ons stroomverbruik, moet er nieuwe gascentrales bij komen.  En dat moet onmiddellijk gebeuren. Onze overheden mogen niet meer dralen: ze moeten nú echte keuzes maken. Alleen dan raken we voor een stukje uit ons “Energietrilemma”. CO2-reductie zonder dat onze stroomvoorziening in gevaar komt, is mogelijk. Maar onze stroomfactuur onder controle houden, dat wordt heel moeilijk.