Video player inladen ...

Het creatieve lab van Isolde Lasoen: “Less is more, behalve op mijn nieuwe plaat.”

Ze heeft al voor half muziekmakend Vlaanderen gewerkt, en haar vaste stek, al vijftien jaar, is aan het drumstel bij Daan. Nu gaat ze ook solo, als zangeres nog wel, met haar kersverse plaat Cartes Postales. Isolde Lasoen (37) verstopt niet dat de vergelijking met de jonge Jane Birkin haar deugd doet. Ze opent voor ons haar creatieve lab: muziek schrijven lukt haar prima, de tekst, dat is zwoegen. En als ik nu eens wat meer discipline had, vertelt ze. Isolde Lasoen is ontwapenend eerlijk. 

Isolde, hoe begin jij je dag?

Ik heb een zeer onregelmatig leven. De enige factor in mijn leven die voor regelmaat zorgt is onze zoon. Hij staat altijd stipt om kwart over zeven in onze kamer, dus daar is geen ontkomen aan. Ik doe het wel op het gemak ’s ochtends. Als Elko naar school is zet ik op mijn gemak een kop koffie, altijd met een boekje erbij of de sociale media en het nieuws checken. Dan zou het gebeuren dat ik aan mijn e-mails begin, nog in mijn peignoir. Voor ik het weet is het een paar uur verder, omdat ik aan administratieve zaken bezig ben. 

Je hebt pas een nieuwe plaat uitgebracht. Hoe is die tot stand gekomen? Blijkbaar niet ’s morgens. 

Na de middag, en alles wat erop volgt. Ik ben ook nogal een uitsteller, meestal had ik geen tijd om aan mijn eigen muziek te werken. Of zocht ik uitvluchten: andere dingen doen, de was plooien, of nog even naar de stad. Niet omdat ik dat niet graag doe, maar het is een opdracht om twee verdiepingen hoger te gaan, en van niks te beginnen. Ik doe dat enkel als ik in een flow zit, en doordat ik alleen maar af en toe een paar uren kon werken aan mijn muziek, raakte ik heel moeilijk in die flow. 

Je zegt: van niks beginnen. Komen de ideeën voor het lege computerscherm tot stand, of speel je voordien al met ideeën?

Ik had al vaak wel schetsjes staan, heel kleine losse dingetjes. Veel van mijn nummers zijn ontstaan terwijl ik ’s nachts naar huis reed van een optreden of een repetitie. Meestal staat de radio af, en komt er een melodie in mijn hoofd. Ik zing dat dan in op mijn iPhone, in de dictafoon-modus. Een  zestigtal schetsen staan daar op. Soms is dat ook vrij duidelijk, en heb ik al een baslijn bijvoorbeeld. Dan ga ik daar mee aan de slag en ben ik vertrokken. Maar ik heb dat wel al heel mijn leven: heel moeilijk mij ergens aan zetten. Wel enkel als ik alleen werk. Met mensen samen lukt het beter. Als ik morgen naar mijn gitarist ga, die woont hier verderop in de straat, en ik zeg: kom, we moeten muziek maken voor een reclamespotje, dan gaat dat. 

Dat belooft voor je solocarrière.

Ja, ik weet het. Het schrijven was het langste proces, en het moeilijkste. 

Wat bedoel je, de muziek of de tekst?

Allebei. De muziek gaat wel vlotter dan de tekst. Ik ben opgegroeid met instrumentale muziek. Tekst was altijd bijkomstig voor mij, ik luister daar ook niet naar. Ik speel vijftien jaar bij Daan, en ik weet bij de helft van de nummers nog altijd niet waarover die gaan.

Hij zal het graag horen.

 Hij zal niet kwaad zijn op mij.

Terwijl, jouw teksten die gaan echt wel over iets, je brengt een boodschap. “Les belles”, dat is bijna feministisch.

Ja, maar met een dikke knipoog. Feminisme, daar blijf ik van weg. Maar mijn eigen teksten, daar ben ik zo bewust van. Bij elk woord dat ik neerpen heb ik het gevoel: nee, die gaan ieder woord letterlijk nemen en ontleden. Ik leg de lat voor mezelf heel hoog. Muziek, dat wist ik, dat komt goed, ik hoor wat ik hoor. 

Ik heb een paar weken geleden Spinvis gehad in deze serie, en die zegt: het is murmelen wat ik doe, zo komen mijn teksten tot stand, zonder betekenis. 

Bij Daan ook. “Swedish designer drugs”, dat slaat nergens op, maar dat bekt. Dat is iets wat ik niet zou kunnen. Het is ook wel omdat veel teksten in het Frans zijn. De Franstaligen hechten heel veel betekenis aan taal. Zeker in Frankrijk zelf. 

Heb je een bepaalde plek nodig om creatief te zijn, je sprak al van twee verdiepingen hoger, of maakt dat niet veel uit?

Toch, mijn muziekkamer boven is blijkbaar toch wel mijn plekje. Ik vind het ook belangrijk dat het mooi is, dat mijn bureau in orde is, dat er een kaarsje staat, dat het gezellig is. Ik ben twee keer in de schrijfperiode ergens naartoe geweest om te proberen schrijven, en dat is moeilijker. Ik ben toch thuis meest op mijn gemak. Creativiteit wordt soms geromantiseerd, maar het is soms geforceerd, hard werken. Dat komt niet altijd door speciale gaves, of inspiratie. Het is bij mij een combinatie van inzichten enerzijds, en … werken. Als je een aanzet hebt, dan stroomt de creativiteit wel. 

Je hebt al verteld dat je ’s morgens niet aan schrijven toekomt. Zijn er zo nog dingen die je belemmeren?

Ik moet in een good place zijn in mijn hoofd. Dat ik mij goed voel, dat er niet teveel zorgen zijn, of dat ik ruzie heb of zo, met mijn vriend. Veel artiesten schrijven goed in periodes van miserie, dat heb ik bij mezelf nog niet ontdekt. “Hurt” wel, maar dat is dan meer fysiek. Dat gaat dan over mijn pijn als ik migraine heb en zo. Maar ik heb dat niet op zulk een moment geschreven, ik heb dat geschreven als ik helder was, nu ben ik gewoon kwaad op die migraine, ik ga er een nummer over schrijven. Maar ik  moet wel stabiel zijn om te kunnen schrijven. 

Heb je truken om je hoofd leeg te maken, als het te vol zit?

Te weinig. Het is gewoon weer de discipline die ik niet heb. Yoga zou mij kunnen helpen. Maar ik denk dat dat zou komen als ik een beetje actiever zou zijn. 

Ben je niet actief genoeg?

Ja, ik doe van alles, maar ik doe geen sport, ik doe geen yoga. Terwijl ik meer en meer begin te voelen dat ik dat zou nodig hebben. Iedereen spreekt : je drumt toch. Ja, na een concert heb ik soms echt het gevoel dat ik gesport heb. Maar bij mij valt dat niet onder sporten. Dat is mijn werk, dat doe ik automatisch. Plus dat dat ook niet op regelmatige basis is. Soms is dat vier keer per week, soms is dat maar één keer op tien dagen. Ik heb het gevoel dat ik stilsta als ik hier te lang zit of als ik teveel dingen doe die ik eigenlijk niet zou moeten doen. Waardoor ik me toch een beetje schuldig voel.

Heb je een levensmotto in je jonge leven?

Ik heb altijd gezegd: less is more. De mooiste dingen voor mij zijn de dingen waar er nog ruimte is, die esthetisch vrij sober zijn.

Dan is je plaat een mislukking.

(lacht) Maar ik zie dat als iets anders. Ik zal dat straks uitleggen. Bij fotografie kan ik dat zeer mooi vinden als er daar heel weinig opstaat: plaatjes met heel veel ruimte, dat geeft mij rust. Ook als drummer heb ik dat. Ik vind dat bij sommige muziek de drummer de begeleiding heel functioneel moet doen, met af en toe een heel schoon versieringske. Die fill-in, noemen ze dat dan, die fill is perfect, dat maakt het nummer. Dat kan voor mij veel meer doen dan een drummer die heel straf is, maar die de hele tijd alles zit vol te spelen. Op mijn plaat is de drum “less is more”. Maar mijn muziek dan weer niet. Dat is misschien mijn tegenreactie. Hoe ik anders in het leven sta, ik moet dat ergens kwijt. Qua persoonlijkheid ben ik heel rationeel en realistisch, maar in mijn muziek kan ik alles losgooien, voor emoties en romantiek en bombast gaan, passie. Dan kan ik er helemaal over gaan. Gewoon veel strijkers, veel orkest, veel drama.

We gaan naar de avond toe. Wat is het laatste wat je doet voor het slapen gaan?

Ik heb het voordeel dat ik een gemakkelijke slaper ben. Ik kan echt thuiskomen van een optreden om halftwee ’s nachts en gewoon gaan slapen. Er zijn veel artiesten die nog efkes moeten landen als ze thuiskomen, dat heb ik niet. Als ik niet van een optreden kom zit ik nog een klein beetje te lezen, maar niet in een boek. Eerder een keer scrollen, dat is geen goeie zaak. Of gewoon, brain dead, een vrouwenboekske of zo: Psychologies of Goed Gevoel, meer over lifestyle. Onlangs heb ik een app geïnstalleerd, Buddhify ,dat zijn korte mindfulness-sessies, gewoon om te relaxen voor je slaapt. Dat leert me om effectief mindful te zijn en op mijn ademhaling te letten. Niet alleen mediteren in de klassieke zin, maar ook gewoon dankbaar zijn: wat is er je vandaag allemaal overkomen waarvoor je dankbaar mag zijn? Eigenlijk veel.

Doe je dat echt?

Soms wel. Ik heb geen reden om ambetant te lopen. Ik heb vandaag een goeie recensie gehad, en er is een toffe aanvraag binnengekomen, mijn muziek is verkocht voor een spotje, dat doet dan wel deugd om dat toch even op te sommen voor jezelf. Alles is relatief hé, ik kan goed nieuws snel vergeten als er dan weer minder goed nieuws komt. Ik moet leren langer stil te staan bij het positieve. Ik heb heel snel het gevoel dat er iets negatiefs zou kunnen gebeuren.

Terwijl je net de uitstraling hebt van een zondagskind. Niet dus?

Naar de buitenwereld toe kan ik het inderdaad heel goed beheersen. Maar ik zie het glas eerder halfleeg dan halfvol. Er kan ieder moment iets gebeuren dat misschien heel mijn leven omgooit. Een stomme hypothetische schrik. Dat is gewoon iets dat er van kinds af in zit. Misschien is dat iets dat ik zou willen leren: schakel dat toch gewoon uit, je moet geen schrik hebben van dingen die er niet zijn. 

Foto's: Alex Vanhee, montage podcast: Gunter Joosen

Proficiat, je las tot de laatste zin. Als je wil weten wat ik heb weggeknipt, kan je de podcast beluisteren, net onder de inleiding van dit artikel. Dan hoor je ook de muziek die er voor Isolde toe doet. Als daar zijn:

  • “Pas d’amour, pas de retour”, eerst zoals door Isolde uitgevonden in haar auto, overvloeiend naar wat ze ervan gemaakt heeft op Cartes Postales.
  • “Les belles”, een van de hits uit haar plaat.
  • “Swedish designer drugs”, van Daan. Volgens Isolde gaat dat nergens over.
  • “Hurt”, Isolde over haar migraine-aanvallen.
  • “Amour et mariage”, van François de Roubaix, naast Ennio Morricone één van Isoldes favoriete componisten.
  • ‘’Min moaten”, van Flip Kowlier, een moat van Isolde en haar vriend Piet.
  • “A vous de jouer”, nog eens François de Roubaix.
  • ‘’November’’, van Max Richter. Naar eigen zeggen houdt Isolde het zelden droog als ze ernaar luistert.

Volgende week op deze plek: Zijne Eminentie Jozef kardinaal De Kesel, over creativiteit aan het hoofd van een tweeduizend jaar oud instituut.