Video player inladen ...

"Ook bij gelijke opleiding blijft origine de kans op werk bepalen"

Mensen van vreemde origine maken minder kans op werk dan autochtone Belgen, ook als ze even goed opgeleid zijn. Dat blijkt uit een nieuwe studie van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid en Unia, het Centrum voor Gelijke Kansen. Minister Peeters kondigt aan dat er anonieme inspecties komen om discriminatie op te sporen.

De Socio-Economische Monitoring 2017 bevestigt nog eens dat personen van vreemde origine op de arbeidsmarkt minder kansen hebben. In geen enkel ander EU-land is de jobkloof zo groot als in België tussen mensen van vreemde en autochtone origine. 

Dat ligt voor een deel aan het opleidingsniveau. Voor het eerst werd dat ook mee in kaart gebracht. En daaruit blijkt dat de zeer moeizame integratie van laaggeschoolden het grootste probleem is op de Belgische arbeidsmarkt. "De integratie van laaggschoolden van alle origines blijft een pijnpunt in ons arbeidsmarktbeleid."

Zelfde opleiding, ongelijke kansen

Jongeren uit Afrika en de Maghreb moeten veel langer zoeken naar een eerste baan en lopen daardoor ook meer kans om langdurig werkloos te worden. Een betere opleiding vergroot wel de kansen op een job, maar neemt de kloof niet weg. Ter illustratie: een hooggeschoolde jongere van Afrikaanse of Maghrebijnse origine moet gemiddeld twaalf maanden zoeken naar een eerste baan, tegen slechts drie maanden voor een Belgische hooggeschoolde. 

Bij gelijke opleiding zijn de kansen dus niet gelijk tussen mensen van vreemde en autochtone origine. De werkzaamheidsgraad ligt ook nog altijd lager. "Dat wijst erop dat we er niet in slagen om ieders competentie optimaal in te zetten in onze economie", zegt Jan Vanthuyne van de FOD Werkgelegenheid. 

En ook de overheidsdiensten blijven grotendeels gedomineerd door mensen van Belgische origine. De openbare sector maakt zijn potentiële voorbeeldrol dus niet waar. "Zeker bij statutaire ambtenaren blijven personen van vreemde origine sterk ondervertegenwoordigd. Een inhaalbeweging is nodig."

Vanwaar die verschillen?

De oorzaken van de achterstand op de arbeidsmarkt zijn complex. "Discriminatie is een belangrijke factor," zegt Els Keytsman van Unia, "maar ook ongelijke onderwijskansen. Bovendien blijkt dat als er eenmaal een baan gevonden is,  ze ook minder makkelijk hogerop raken."

Het rapport wijst er ook nog op dat een grote groep mensen van vreemde origine aan de slag gaan in onzekere segmenten van de arbeidsmarkt: jobs met een beperkte duur, lagere lonen, meer onzekerheid, minder goede statuten. Er is een oververtegenwoordiging binnen de dienstencheques- en de uitzendsector, de bouw, de schoonmaaksector en de horeca.

Anonieme controles

Om discrimatie bij het solliciteren op te sporen worden volgend jaar praktijktests mogelijk.  Minister van Werk Peeters kondigde aan dat sociale inspecteurs anoniem zullen kunnen solliciteren. "Het voorstel van mystery­calls door de sociale inspectie na een melding, is goedgekeurd in eerste lezing in de commissie. Ik hoop de wet dit jaar goedgekeurd te krijgen en enkele maanden later te kunnen starten", zei hij bij de voorstelling van het rapport.
"De situatie is dermate ernstig dat iedereen zijn verantwoordelijkheid moet nemen: de overheid maar ook de civiele maatschappij, werkgevers én de mensen van vreemde origine zelf."