100 jaar geleden: Wapenstilstand aan het Oostfront

In deze reeks brengen we de grote en kleine gebeurtenissen tijdens  de Eerste Wereldoorlog, deze week van 13 tot 19 december 1917. Aan het Oostfront is een wapenstilstand ondertekend, het Amerikaanse Congress wil een totaal alcoholverbod, in bezet België sterven honden voor het vaderland, ....

Om 17 december op het middaguur (Duitse tijd) is de wapenstilstand ingegaan tussen Rusland en de Centrale Mogendheden Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, Bulgarije en Turkije. 

De dag daarvoor hadden de delegaties van deze landen hierover een overeenkomst gesloten in Brest-Litovsk.

Toen duidelijk was dat er geen algemene wapenstilstand zou komen voor de hele oorlog, zoals de Russische bolsjewieken wilden (de Westerse Geallieerden willen daar helemaal niet over praten), reisde de Russische delegatie voor overleg naar Petrograd. Bij haar terugkeer stemde ze in met een wapenstilstand voor het oostfront.

De ondertekening van de wapenstilstand op 15 december in Brest-Litovsk. Links (met pen in de hand) tekent de Duitse opperbevelhebber, prins Leopold van Beieren (10) , met meteen achter hem zijn stafchef, generaal Max Hoffmann (11), de echte leider van de onderhandelingen. Rechts vooraan de Russische delegatieleider Lev Kamenev(1), met achter hem Adolf Joffe (2) en Anastasia Bizenko (3). Omniscan 12.4 SR3 Build1759

Daarmee is er formeel een einde gekomen aan de gevechten langs de 1600 km frontlijn tussen de Oostzee en de Zwarte Zee.

Achter die frontlijn blijven de Centralen een groot deel van Oost-Europa bezetten dat tot het Russische Rijk behoorde, (plus het grootste deel van Roemenië). Tevergeefs vroegen de Russen nog dat de Duitsers de pas veroverde Baltische eilanden zouden ontruimen. 

De wapenstilstand geldt tot 14 januari 1918 (vier weken), maar kan  automatisch worden verlengd.  Daarna kan elke partij hem één week op voorhand opzeggen. Er zullen in Brest-Litovsk meteen onderhandelingen beginnen over een echte vrede.

"Hoe Rusland zich door Duitsland laat verleiden", uit het Franse Le Regiment van 20 december 1917 ( BnF, Gallica)

De Russen eisten dat er intussen geen troepen van of naar het frontgebied mogen worden verplaatst. Daarmee wilden ze voorkomen dat de Centralen hun legers elders gaan inzetten.  De eis is aanvaard, maar fel afgezwakt: het verbod geld maar tot 14 januari en ook niet voor troepenverplaatsingen die al eerder beslist waren.

Op vraag van de Russen mogen (ongewapende) troepen van beide kampen contact met elkaar hebben  “om de vriendschappelijke betrekkingen tussen de volkeren te verbeteren”. De bolsjewieken hopen daarmee revolutionaire propaganda te kunnen verspreiden in het andere kamp. De contacten zullen echter enkel op welbepaalde plaatsen mogen gebeuren.

Ook op zee en in de lucht moeten de wapens zwijgen. Er zijn afspraken gemaakt voor een vrije scheepvaart naar de Russische havens in de Zwarte Zee, de Oostzee en de Witte Zee.  

Russen, Duitsers en Oostenrijkers verbroederen aan het front ( uit Das Interessante Blatt, 10-01-1918, Oostenrijkse Nationale Bibloiotheek)

Ook wapenstilstand in Klein-Azië

Op 18 december zijn de wapens ook gaan zwijgen aan het Russisch-Turkse front in Klein-Azië. De overeenkomst van Brest-Litovsk gold in principe ook voor dat front, maar de Russische legers in dat gebied erkennen de bolsjewistische regering niet.

Toch heeft generaal Przjevalski, de Russische bevelhebber van het Kaukasische front een eigen wapenstilstand gesloten met de Turkse generaal Vehip Pasja. Dat gebeurde in de Turks-Armeense stad Erzinjan.  Przjevalski tekende in naam van het “Transkaukasisch Commissariaat” in Tiflis dat los van Petrograd opereert.  

In tegenstelling tot in Europa waren de Russen hier aan de winnende hand. Behalve Erzinjan, waar ze vorig jaar nog een grote overwinning boekten, hebben ze de belangrijke steden Van, Erzerum en Trebizonde (Trabzon) veroverd. De Russen bezetten ook het noordwesten van het neutrale Perzië.

Lenin en Trotsky, de nieuwe koppen op de Duitse tweekoppige adelaar ( uit "L'Echo de France", 04-12-1917)

Generaal Sarrail teruggeroepen

De Franse regering heeft generaal Adolphe Guillaumat  benoemd tot bevelhebber van het “Oriëntleger”, de Geallieerde strijdmacht in de Balkan. Hij vervangt generaal Maurice Sarrail.

Sarrail heerste 22 maanden over de Noord-Griekse havenstad Saloniki. Zijn troepenmacht van Fransen, Britten, Serviërs, Italianen en Russen drong vanuit Saloniki door tot in Macedonië.  Hij speelde ook een rol in de afzetting van de Griekse koning Constantijn I.

De vervanging van Sarrail is de eerste belangrijke maatregel van de nieuwe Franse premier Georges Clemenceau. Het is bekend dat de generaal politiek gelieerd is met de politici Caillaux en Malvy, vijanden van Clemenceau, die beschuldigd worden van contacten met Duitsland.

De Britten waren al ontevreden over het gebrek aan vorderingen op de Balkan, waar ze zelf zware verliezen hebben geleden. De Italiaanse, Servische en Griekse regeringen hebben hun ongenoegen geuit over Sarrails tussenkomst in Albanië, waar hij een voorlopige regering op poten heeft gezet onder leiding van een vroegere Ottomaanse generaal.

Clemenceau is geen aanhanger van grote inspanningen op de Balkan. Voor hem is de strijd in Frankrijk zelf prioritair.  

Het Franse militaire gerecht wil de politicus Caillaux vervolgen en heeft net deze week aan de kamer van volksvertegenwoordigers gevraagd om de onschendbaarheid van het parlementslid op te heffen

Borden wint verkiezingen in Canada

De parlementsverkiezingen in Canada zijn gewonnen door eerste minister Robert Bowen. Zijn aanhangers, de unionisten, halen een ruime meerderheid in het Lagerhuis.

Borden kwam voor de verkiezingen op met een “unionistische” partij. Die omvat naast zijn eigen conservatieve partij ook een groot aantal liberale parlementsleden uit Engelstalig Canada. Zij beslisten eerder dit jaar een coalitie met Borden aan te gaan.

De rest van de liberale partij, geleid door oud-premier Wilfrid Laurier, blijft de grootste oppositiepartij. De “Laurier-liberalen” halen een grote meerderheid in de Franstalige provincie Québec, maar hebben daarbuiten weinig aanhang.

De verkiezingsstrijd verliep dan ook zeer bitter, vooral rond de invoering van de dienstplicht. Nooit eerder zijn de tegenstellingen tussen Engels- en Franstalig Canada zo duidelijk geweest. In Québec wordt zelfs
al gepraat over afscheiding van Canada.

Deze "Unionistische" verkiezingsposters suggereren dat stemmen voor de oppositie gelijkstaat met een stem voor Duitsland en  het in de steek laten van de "jongens aan het front"

De verkiezingen moesten normaal in 1916 worden gehouden, maar werden vanwege de oorlog met een jaar uitgesteld.

Voor het eerst mochten vrouwen stemmen, althans enkele zeer speciale categorieën vrouwen: moeders, zusters en echtgenotes van militairen, maar ook verpleegsters in dienst van het leger. Ook militairen die in Europa vechten, konden daar een stem uitbrengen.

Omgekeerd verloren dienstweigeraars hun stemrecht, net als immigranten uit vijandelijke landen die na 1902 naar Canada gekomen zijn. Al dat gemanipuleer van stemrecht was uiteraard bedoeld om de unionisten te bevoordelen.

Borden zelf is herkozen in Halifax, de stad die elf dagen eerder door de explosie van een munitieschip werd verwoest. Er werd daar niet gestemd, want er waren geen tegenkandidaten.

Canadese militairen aan het front in Europa brengen hun stem uit

VS-Congres voor alcoholverbod

Het Amerikaanse Congres heeft een ontwerp-amendement op de grondwet goedgekeurd dat het aanmaken, verkopen en verdelen van “bedwelmende dranken” in de Verenigde Staten verbiedt.

Beide kamers aanvaardden het voorstel met de nodige tweederdemeerderheid. In de Senaat was de meerderheid zelfs verpletterend.

De tekst moet nu door driekwart van de staten worden goedgekeurd alvorens hij een amendement (wijziging) van de Amerikaanse grondwet wordt.

In zowat de helft van de 48 Amerikaanse staten, vooral in het zuiden, bestaan al wetten die "saloons" uitbannen en de verkoop van alcohol beperken of zelfs helemaal verbieden. Het amendement voert een regeling voor het hele Amerikaanse grondgebied in.

De New York Tribune brengt samen met het nieuws een tekening die de verderfelijke effecten van alcohol moet illustreren (Library of Congress). Dit 18de amendement zal pas in januari 1919 in de grondwet komen, maar het zal dan nog een jaar duren voor de “drooglegging” van Amerika effectief wordt.

President Wilson (zelf zeker geen geheelonthouder) en de grote politieke partijen hebben geen standpunt in die kwestie ingenomen. Het voorstel komt er vooral onder druk van de zowat 6.000 verenigingen die al decennia ijveren tegen alcoholgebruik. De meeste staan onder invloed van protestantse kerken. Ze achten alcohol verantwoordelijk voor zowat alle problemen in de samenleving.

Sinds Amerika in oorlog is, is de campagne in een stroomversnelling geraakt. Ze heeft een nationalistische ondertoon. De Amerikanen van Duitse afkomst zijn overwegend tegen een alcoholverbod, maar die worden nu gestigmatiseerd als slechte patriotten. Omdat drankgelegenheden vooral door immigranten in de grote steden worden bezocht, worden ze door de tegenstanders als “on-Amerikaans” beschouwd.

Er is ook beweerd dat een land van dronkaards geen goede oorlogsindustrie kan hebben. En dat graan in oorlogstijd beter voor andere doeleinden wordt besteed dan als grondstof voor bier, gin en whisky.

Honden gestorven voor het Vaderland

Aan de Brusselse Louizalaan zijn twee prachtige grote honden dood aangetroffen.

Ze droegen rond hun hals een lint met de Belgische driekleur waaraan een papiertje hing met het opschrift "Gestorven voor het Vaderland".

Blijkbaar heeft de eigenaar verkozen zijn honden te doden, liever dan ze aan de Duitsers te leveren. Sinds enkele tijd moeten alle honden met schouderhoogte van 40 cm en meer worden afgeleverd… aan het slachthuis. De mooiste dieren zouden de Duitsers zelf houden.  

"Nu zal je niet meer lachen met onze korte pootjes", zeggen de dashonden. Uit de collectie Keym, Brussel 14-18

Belastingcontroleur gefusilleerd

Op de Nationale Schietbaan in Schaarbeek is in de vroege ochtend van 13 december Emile Stévigny gefusilleerd wegens spionage.

Deze belastingcontroleur in Maaseik had een heel netwerk opgezet waarvan de leden de spoorwegen in Limburg, het kamp van Beverlo en het vliegveld van Schaffen in de gaten hielden. Stévigny’s belastingkantoor centraliseerde de informatie en liet ze over de grens smokkelen.

Het netwerk liet ook veel landgenoten die het Belgisch leger willen vervoegen, de elektrische draad langs de Nederlandse grens passeren. Volgens sommigen zouden het er 3.000 zijn geweest.

Stévigny werd verklikt en op 1 oktober gearresteerd. Andere arrestaties volgden. Op het proces tegen “Stévigny en consoorten” werden een andere belastingambtenaar, Henri Maurissen en de kloosterbroeder Henri Van den Hout tot levenslange dwangarbeid veroordeeld. Andere beklaagden, waaronder een vrouw, kregen minstens tien jaar.  

Emile Stévigny

Papierschaarste nijpt

In zowat alle landen die betrokken zijn bij de oorlog is papier een schaars goed geworden, waarvan de prijs sterk is gestegen. Veel kranten en tijdschriften hebben daarom hun prijs verhoogd en het aantal bladzijden verminderd.

Het Franse tijdschrift "Recherche de Disparus" laat deze week weten dat het er helemaal mee ophoudt. De kostprijs is te groot geworden voor de afdeling van het Franse Rode Kruis die zich bezig houdt met het opsporen van verdwenen soldaten ( die vaak in krijgsgevangenschap zijn terechtgekomen). Het tijdschrift verdwijnt, maar de vereniging zet haar werk wel verder.

Groot Duits filmconcern opgericht

In Berlijn zijn enkele Duitse filmbedrijven samengevoegd tot één maatschappij voor productie en distributie van films: Universum-Film AG, afgekort UFA. Meteen wordt het een van de grootste filmmaatschappijen in de wereld.

Dat gebeurt met de steun van de Duitse regering en een grote financiële participatie van de Deutsche Bank. De maatschappij neemt de filmstudio’s in Babelsberg en een keten van bioscopen over. Ze is van plan om in alle grote Duitse steden filmzalen te bouwen.

Het initiatief komt van de Duitse generale staf (Oberste Heeresleitung of OHL). Die wil één groot filmconcern dat het nationaal belang moet dienen, ook met het oog op propaganda en psychologische oorlogsvoering. Vooral de sterke man van de OHL, generaal Erich Ludendorff, zou hier achter staan.

De UFA neemt dan ook de taken over van het Bild- und Filmamt (Bufa) van de OHL, dat begin dit jaar door Ludendorff was opgericht. Het Bufa maakte al een aantal propagandafilms, zoals ‘Bei unseren Helden an der Somme’ en ‘Graf Dohna und seine Möwe’ (over het kaperschip de ‘Möwe’), maar ook ‘Jan Vermeulen, der Müller aus Flandern’ , over een Vlaming die goed behandeld wordt door Duitse militairen…  

De oprichting van de UFA kan ook gevolgen hebben voor België, waar onder de Duitse bezetting meer dan 1.300 filmzalen open zijn, een voorheen ongezien aantal, die hoofdzakelijk Duitse films vertonen. Alleen al in Brussel zouden er wekelijks 200.000 kinderen naar de cinema gaan. Vooraanstaande burgers, geestelijken en mensen uit het onderwijs, die voor de oorlog al ongerust waren over de slechte invloed van films, maken zich nu nog extra bezorgd over al die Duitse propaganda die de jeugd te zien krijgt.  

Tweemaal het logo van UFA en de bioscoop Palast am Zoo, die door het bedrijf in 1918 in Berlijn werd gebouwd. De UFA zal  tot aan WO  II vrijwel alle grote Duitse films maken, zoals ‘Nibelungen’ en ‘Metropolis’ van Fritz Lang, of ‘Der Blaue Engel’, die Marlene Dietrich beroemd zou maken, maar ook de films onder het naziregime. De UFA bestaat nog steeds, maar dan als TV-productiebedrijf en onderdeel van de RTL-groep.