Belgische concurrentie­vermogen is stabiel gebleven in 2016

Het Belgische concurrentievermogen is in 2016 nagenoeg op hetzelfde niveau gebleven als het jaar voorheen. Dat blijkt uit de “Boordtabel van het concurrentievermogen van de Belgische Economie” van de FOD Economie.

De FOD Economie  maakt jaarlijks de balans op van het concurrentie­vermogen van de Belgische economie. Het resultaat voor 2016 is een gemengd beeld. Enerzijds krikten de gunstige ontwikkeling van de loonkost en van de scholingsgraad ons concurrentievermogen op. Anderzijds kan het beter op vlak van innovatie, ondernemingsklimaat en energiebeleid.

Loonkloof

De Belgische economie ging er globaal gezien op vooruit in 2016. Het bbp (de totale waarde van alle geproduceerde goederen en diensten, red.) groeide met 1,5 procent. Dat is wel minder uitgesproken dan het gemiddelde van de buurlanden. "De economische groei past in de opwaartse Europese en internationale conjunctuur, maar ook het economische beleid droeg zijn steentje bij", zegt Chantal De Pauw, woordvoerster van de FOD Economie.

De FOD Economie wijst erop dat de de taxshift en het loonmatigingsbeleid hebben gezorgd voor een daling van de loonkost per eenheid (-0,1 procent). De loonkloof met de buurlanden is daardoor geslonken, zo luidt het. Aan de andere kant stegen de elektriciteitsprijzen voor de bedrijven en tastte de hoge euro het concurrentievermogen aan met de niet-eurolanden.

Andere factoren

  • België scoort eerder matig qua innovatie, en komt ver na de Scandinavische landen en Duitsland en Nederland.
  • Qua scholingsgraad scoort België goed, maar de tewerkstellingsgraad blijft laag, ondanks een lichte verbetering (67,7 procent in 2016), en ook de beperkte arbeidsmarktflexibiliteit veroorzaakt efficiëntieverlies.
  • Het bedrijfsklimaat in ons land is minder gunstig dan in de buurlanden (plaats 42 in de Doing Business-rangschikking, na Duitsland, Nederland en Frankrijk).
  • Internationale instellingen wijzen op het teveel aan wagens op de snelwegen en de gebrekkige verkeersinfrastructuur als oorzaken voor het mobiliteitsprobleem.