Video player inladen ...

Europese top lanceert Europese defensie, maar ruziet over migratie

Op de decembertop zetten de Europese regeringsleiders een belangrijke symbolische stap naar een Europese defensie. 25 landen willen op dat vlak meer gaan samenwerken in EU-verband. Over een uniform asiel- en migratiebeleid staan Oost- en West-Europese regeringsleiders echter tegenover elkaar.  

Over een Europese defensie wordt al erg lang gepraat. In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd een verregaand plan om een Europese Defensiegemeenschap op te richten, afgekeurd door het Franse parlement. Na de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president werd het echter duidelijk dat Europa niet eeuwig kon blijven rekenen op Amerikaanse militaire bescherming. 25 EU-landen maken nu gebruik van een bepaling uit het Verdrag van Lissabon om op militair vlak "permanente gestructureerde samenwerking" op poten te zetten. Alleen Malta, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk (dat in 2019 de EU verlaat) doen niet mee.

Concreet betekent dit dat de 25 landen samen nieuw militair materieel zullen gaan ontwikkelen, en niet meer elk apart. Er staan 17 projecten op stapel, later komen er misschien nog meer. België wordt voortrekker van één van die projecten: de uitbouw van onbemande "onderwaterdrones" om mijnen op zee of in havens onschadelijk te maken. Door samen aan zulke projecten te werken wordt geld bespaard, en wordt het makkelijker om samen militaire operaties uit te voeren. Er komt ook een Europees Defensiefonds. Landen die meedoen aan de permanente gestructureerde samenwerking, kunnen steun krijgen via dat fonds.

Europees president Donald Tusk benadrukte tijdens een korte ceremonie dat dit niet tegen de NAVO gericht is. "Integendeel", zei hij: "een sterkere Euro.pese pijler binnen NAVO is goed voor onze geallieerden, maar slecht voor onze vijanden".

Migratiebeleid

De (bijna) eensgezindheid over defensie, staat in schril contrast met de aanslepende discussie over het Europese asiel- en migratiebeleid.  Tijdens de vluchtelingencrisis van 2015 ontstond een kloof tussen West-Europese landen die veel vluchtelingen opvangen, en Oost-Europese landen die er geen opvangen. Er werd toen een spreidingsplan goedgekeurd, tegen de wil van enkele Oost-Europese landen. Polen, Hongarije en Tsjechië werden zelfs door de Europese Commissie voor het Hof van Justitie gedaagd, omdat ze hun "quotum" vluchtelingen niet willen opnemen.  Intussen ligt er al maanden een voorstel op tafel om een gelijkaardig permanent spreidingsmechanisme  in te voeren, en ook daar willen de Oost-Europese landen niet van weten.

In zijn uitnodigingsbrief eerder deze week leek Europees president Tusk zich aan hun kant te scharen. Dat zorgde dan weer voor boze reacties bij West-Europese leiders. De Nederlandse premier Rutte, Duits Bondskanselier Merkel en premier Charles Michel verklaarden bij hun aankomst dat ze inzake vluchtelingen solidariteit zullen blijven eisen. Donald Tusk wil dat de leiders hierover tijdens het diner vrank en vrij discussiëren, zonder taboes. Hij hoopt dat er dan in de komende maanden gewerkt kan worden aan een compromis, zodat er op de Europese top van juni 2018 knopen kunnen worden doorgehakt.

Erasmus

De Europese staatshoofden en regeringsleiders hebben ook een aantal aanbevelingen over onderwijs aangenomen, waarover vooraf al eensgezindheid bereikt was.  Zo moeten universiteiten en hogescholen in de Europese Unie meer samenwerken. Dat betekent in eerste instantie gemakkelijkere wederzijdse erkenning van diploma's, ook die van het secundair onderwijs.

De studenten zelf moeten nog meer dan nu het geval is in andere Europese landen studeren. De Europese Unie wil daarom het uitwisselingsprogramma Erasmus + uitbreiden en versterken. Er komt ook een uniforme Europese studentenkaart en jonge mensen moeten aangespoord worden om nieuwe talen te leren, zodat meer studenten uit het secundair en hoger onderwijs minstens twee Europese talen spreken die niet hun moedertaal zijn.