Meeste overlevenden Grenfell-brand kamperen nog altijd in hotelkamers. "Ik voel me stilaan een gevangene"

Met een plechtigheid in St Paul's Cathedral herdenkt Londen de meer dan 70 mensen die omkwamen in de dramatische brand in de woontoren Grenfell Tower. Maar zes maanden na de ramp blijven woede en wantrouwen overheersen. Tachtig procent van de huishoudens die de brand overleefden, kampeert vandaag nog altijd in hotelkamers. "Worden wij genegeerd en verwaarloosd, of zijn de verantwoordelijken onbekwaam?"

Op de herdenkingsplechtigheid in de kathedraal worden leden van de koninklijke familie en andere prominenten verwacht. Maar de verantwoordelijken voor het bestuur van het Londense stadsdeel Kensington en Chelsea, zijn niet uitgenodigd. Het wantrouwen tegenover het lokale bestuur zit diep bij de overlevenden, van wie de meesten nog altijd geen nieuwe permanente woning hebben gekregen.

Meer dan 100 huishoudens die de brand overleefden, verblijven al maandenlang in hotels. De Britse openbare omroep BBC ging langs bij de familie Rasoul. Vader, moeder, twee jonge kinderen en een dementerende grootvader kamperen tussen opeengestapelde dozen en koffers in twee hotelkamers.

Koken kunnen we hier niet, we leven van afhaalmaaltijden

Eten, drinken, huiswerk maken: het gebeurt allemaal op bed. "Koken kunnen we hier niet, we leven van afhaalmaaltijden", vertelt vader Rasoul. "Vlak na de brand waren we opgelucht. Maar nu zijn we op het punt beland dat we ons hier een gevangene voelen. Al wat we willen, is om opnieuw te kunnen wonen in onze oude buurt, in de gemeenschap daar die ons altijd gesteund heeft, bij onze vrienden en de school van mijn zoon."  

Maar van een nieuwe woning in de vertrouwde buurt kunnen de meeste overlevenden van de brand alleen nog maar dromen. Tachtig procent van de huishoudens is zes maanden na de ramp nog altijd niet permanent gehuisvest.

"We hebben het niet over Puerto Rico, we hebben het over de rijkste deelgemeente in een van de rijkste landen ter wereld", zegt correspondente in Londen Lia van Bekhoven in "De Ochtend" op Radio 1.  

Alternatieve accomodatie

Intussen heeft het plaatselijke bestuur nu toch grip op de zaak gekregen. De voorzitter van de gemeenteraad vertelde de BBC dat ieder gezin alternatieve -zij het nog altijd tijdelijke- huisvesting is aangeboden. "We hebben een leger mensen dat iedere dag werkt om mensen aan een woning te helpen. Al wie nog in een hotel verblijft, heeft inmiddels een alternatieve accomodatie aangeboden gekregen."

Vaak gaat het echter om huizen die een heel eind buiten Kensington en Chelsea liggen, terwijl de meeste overlevenden in hun oude buurt willen blijven.  

We wonen in een hotel, maar het lijkt alsof we dakloos zijn

Rashida Ali, met wie de BBC ook sprak, is met gemengde gevoelens op het aanbod ingegaan. Ze wilde het eerst niet doen, omdat ze haar dochter van 10 een nieuwe verhuizing -opnieuw tijdelijk- wou besparen.

Maar uiteindelijk leek deze oplossing haar toch beter dan de huidige situatie. "Mijn dochter moet elke dag haar spullen in- en uitpakken. Koffer open, koffer dicht. Alles onmiddellijk opruimen, want we zijn hier niet thuis. We wonen in een hotel, maar het lijkt alsof we dakloos zijn."

Maar net als veel van haar lotgenoten vreest Rashida vooral dat de tijdelijke accomodatie permanent zal worden. Ze is bang dat de gemeente haar zal vergeten eens ze het hotel uit is. "Wanneer ik teken voor een tijdelijke accomodatie, vrees ik dat ik niet de toestemming zal krijgen om te verhuizen wanneer een permanente woning in mijn oude buurt vrijkomt."

Bittere verwijten in parlement

Eerder deze week getuigden overlevenden van de brand in het Britse parlement. Ook daar klonken bittere verwijten. "Mijn moeder en zus zijn vergiftigd door de rook, ze zijn verbrand en verast", zei een man. "Ik hoorde hen lijden. Ik hoorde hen sterven. Ik  moest toekijken hoe de flat dagenlang uitbrandde. Als dat geen foltering is, dan weet ik niet wat het is. Van het lokale bestuur van Kensington en Chelsea heb ik één enkel iets gevraagd: excuses. Maar daar wacht ik nog altijd op."

Ook de nasleep van de ramp, en dan vooral de huisvesting, kwam aan bod. "Na de brand dacht ik dat het beter zou gaan", zei een andere overlevende. "Maar ik weet niet of we worden genegeerd of verwaarloosd, of of ze onbewaam zijn", zei hij over het lokale bestuur. "We hebben geen enkel vertrouwen meer in hen."