Video player inladen ...

Moeders van Syriëstrijders voeren eigen jihad: "Wij willen onze kleinkinderen terug"

Meer dan vierhonderd mannen, vrouwen en kinderen trokken de afgelopen jaren naar Syrië en Irak om zich bij IS te voegen. Tientallen gezinnen bleven verscheurd in België achter. Nu wachten zij op de terugkeer van hun verloren schapen: de ene familie vol hoop, de ander vol afschuw. Zeker 115 kinderen wachten in het niemandsland op een uitweg.

We ontmoeten Fatima en Nabila in Antwerpen, waar ze een kookworkshop organiseren voor moeders wiens zonen en dochters naar het kalifaat trokken. Op een rijtje schillen ze samen aardappelen en snijden ze kerstomaatjes terwijl Nabila hun organisatie voorstelt: Jihad van de moeders. Ze vangen andere ouders op en werken aan preventie van radicaliserende jongeren. De naam is bewust provocerend. “Jihad heeft nu een negatieve betekenis, maar eigenlijk voert ieder mens elke dag een jihad,” vertelt oprichtster Fatima. “Elke daad die je stelt, elke inspanning die je levert is een jihad. Het woord jihad heeft niets met terrorisme te maken.” 

Ik heb vijf kleinkinderen. Ze zitten alle vijf in Syrië.

Met zijn tweeën huilden ze bij elkaar uit: Fatima verloor haar kind aan IS, Nabila kon haar zoon nog net uit de klauwen van de gewelddadige jihad redden. Maar na het huilen was het tijd om de handen uit de mouwen te steken. Nu staan ze 24 op 24 ter beschikking van ouders die hen nodig hebben. Ze organiseren ontmoetingen met verscheidene ouders, waar ze kunnen praten, informatie uitwisselen, elkaar kunnen helpen en troosten. Ze geven schrijfles en kookcursussen. “Dit kan banaal klinken, maar die moeders moeten weer leren leven. Velen krijgen het bij niet meer over hun hart om het lievelingsgerecht van hun verdwenen kind te maken. We helpen hen om zich over het trauma heen te zetten.”

Video player inladen ...

De bevrijding van Mosul, de slag om Raqqa, de aanslagen in Brussel: zware nieuwsfeiten zorgen onder de families voor complete chaos. “De schrik zit er ongelooflijk in,” vertelt Nabila. “Ze vrezen niet alleen het bericht dat hun zoon of dochter en kleinkinderen ginder zijn gedood. Erger nog, ze vrezen dat hun zonen hier in Europa een aanslag komen plegen. Dit is nu hun allergrootste angst. Als het ginder gebeurt, kan je het je alleen maar inbeelden, maar als het hier is, komt het wel heel dichtbij.”

Samen ijveren de ouders ook voor de terugkomst van de vrouwen en kinderen van het kalifaat. “Mijn zoon is er gestorven en begraven,” vertelt Soukaina. Ze vraagt zich af wat er met haar dochter en schoondochter is gebeurd. “We weten niet of ze nog leven of al gestorven zijn. We hebben totaal geen nieuws. Ik heb vijf kleinkinderen. Alle vijf zitten ze daar.” Soukaina is niet de enige die wanhopig op zoek is naar de jonge kinderen die in Irak of Syrië in het ongewisse leven. Begin deze maand schatte de regering het aantal Belgische IS-kinderen nog op 115 – volgens experten ligt dat aantal hoger.