Meest recent

    Waarom onze reporter zich een maand waste met een spuitbus vol bacteriën

    Wetenschappers doen dagelijkse nieuwe ontdekkingen over de bacteriën in en op ons lichaam. Die blijken erg belangrijk voor onze gezondheid, op manieren die we vroeger nooit hadden vermoed. Maar waar eindigt de wetenschap en waar begint de hype? Wat weten we écht over de rol van de miljarden bacteriën in en op ons lichaam? En vooral: welke lessen kunnen we trekken uit al die wonderlijke ontdekkingen? Vijf dagen op rij zoekt onze reporter een antwoord op die vragen. Vandaag: de bacteriën op onze huid en hoe je die kan verzorgen.

    "Heb je vandaag een douche genomen? Volgens wetenschappers is dat een grote vergissing."

    Zo begint een artikel, dat ik onlangs las op het internet. De auteur legt uit hoe onze huid krioelt van de microscopische organismen: miljarden bacteriën, virussen, schimmels, Archaea en protozoa. Een soort tropisch regenwoud, gewoon op ons vel. Dat complexe ecosysteem is er blijkbaar niet zomaar. Het heeft volgens het artikel een belangrijke functie. Al die kleine organismen zorgen ervoor dat onze huid gezond blijft. Het zijn, kortom, onze vrienden.

    En dus, zo besluit de auteur, kan je maar beter niet te vaak een douche nemen. Douchen heeft immers een vernietigend effect op al die minuscule organismen. Het is als de kaalslag van het Amazonewoud, maar dan op micro-niveau.  Minder douchen, dus, en vooral: veel minder douchegel gebruiken.

    Wanneer ik dat laatste lees, raakt dat een gevoelige snaar. Mijn vrouw zegt al jaren dat ik te veel douchegel gebruik. Ze beweert dat dat slecht is voor mijn huid en dat je je ook zònder zeep kan wassen. Ik geloof haar natuurlijk wel - ze heeft dan ook bijna altijd gelijk - maar toch…  In de supermarkt laat ik mij telkens opnieuw verleiden tot het kopen van een nieuwe douchegel. Wanneer niemand kijkt, open ik zelfs stiekem de dopjes, om snel even te ruiken. Het is gewoon sterker dan mezelf.

    Ik maak even een korte optelsom. Elke ochtend een douche, dat komt op zeven douches per week. Ik neem ook altijd een douche na het lopen en lopen doe ik gemiddeld vier keer per week. Dat brengt de tussenstand op elf. Af en toe neem ik ook ’s avonds een douche, gewoon omdat ik daar zin in heb. Gemiddeld komt dat op ongeveer dertien douches per week. Op jaarbasis zijn dat 676 douches.  En vele liters douchegel.

    Hoe slecht is douchen écht?

    Hoe slecht is al dat douchen écht voor de bacteriën op mijn huid? Kan ik die douchegel toch maar beter in de vuilnisbak kieperen, zoals dat artikel adviseert? En zijn er wel gezonde alternatieven?  

    Ik begin mijn zoektocht naar antwoorden in PubMed, een online databank met meer dan 27 miljoen wetenschappelijke studies. Daar zijn gelukkig ook studies bij over de impact van zeep en douchegels op onze huid. Bij het lezen van de titels moet ik toch even naar adem happen: 'Shower-bath and its influence on the behaviour of the aerobic resident flora of the human skin', 'Effect of shower-bathing on dispersal of recently acquired transient skin flora', 'The cutaneous microbiome and aspects of skin antimicrobial defense system resist acute treatment with topical skin cleansers', …

    Na een paar uur ploegen door wetenschappelijke studies ben ik nog geen stap verder. Mijn enige conclusie: onze huidflora is oneindig veel complexer dan ik dacht. Het lijkt onbegonnen werk om daar als niet-wetenschapper zicht op te krijgen. Daarom telefoneer ik met Ingmar Claes, een  wetenschapper die al jaren onderzoek doet over de huidflora. Ik hoop dat hij mij verder kan helpen.

    "Er zijn wel wat studies over de impact van wassen op onze huidflora", zegt Claes. "De meeste conclusies van die studies zijn eerder geruststellend. Onze huidflora is blijkbaar verrassend veerkrachtig. Bacteriën die je weg schrobt onder de douche, keren meestal spontaan terug. Anderzijds is het wel zo dat je telkens opnieuw dat evenwicht even verstoort."

    De ene douchegel is de andere niet

    Onze huid kan dus wel tegen een wasje. Maar de ene douchegel is blijkbaar de andere niet. "Het hangt er een beetje van af", zegt Claes. "In Europa bevatten alle douchegels bewaarmiddelen, maar sommige meer dan andere. Die bewaarmiddelen worden toegevoegd om de groei van bacteriën tegen te gaan. Ze hebben dus een beetje hetzelfde effect als antibiotica. Als die bewaarmiddelen bij het douchen op je huid terecht komen, kunnen ze ook daar bacteriën doden. En dat is niet zo goed voor de huidflora."

    Bewaarmiddelen zijn niet de enige boosdoeners. In veel douchegels zitten ook agressieve "surfactanten". Dat zijn stoffen die ervoor zorgen dat het product lekker gaat schuimen. "Sommige van die surfactanten hebben al bij lage dosissen een sterk anti-bacterieel effect. Zulke producten kan je maar beter vermijden."

    De voor de hand liggende conclusie? Koop een douchegel met weinig bewaarmiddelen en zonder agressieve surfactanten. Dat klinkt helaas eenvoudiger dan het in werkelijkheid is. Dat merk ik wanneer ik de ingrediëntenlijst van mijn douchegel even check. Die bevat onder andere Sodium Laureth Sulfate, Sodium Chloride, Butylphenyl Methylpropional, Glycerin, PPG-12, Cocamide MEA, Citronellol, Linalool en Coumarin, …  

    Hoe kan je als niet-scheikundige weten welke van die ingrediënten slecht zijn voor je huidbacteriën? Het lijkt onbegonnen werk.  

    "Die Sodium Laureth Sulfate heeft zeker een sterk anti-bacterieel effect", zegt Ingmar Claes. "Dat is een stof die je beter kan vermijden. Hetzelfde geldt voor Sodium Lauryl Sulphate en Cocamidopropyl Betaine. Als je die namen tegenkomt op een verpakking, kan je beter een ander product kiezen. Van veel andere stoffen weten we nog niet wat de impact is op onze huidbacteriën."

    Ik kieper mijn douchegel in de vuilnisbak en besluit op zoek te gaan naar gezondere alternatieven.  

    Een stinkend, olieachtig beest

    Het meest voor de hand liggende alternatief is meteen ook het meest extreme: stoppen met douchen en je huidflora gewoon met rust laten. En dan natuurlijk hopen dat je niet te hard gaat stinken.

    Op het internet vind ik het fascinerende verhaal van James Hamblin, journalist bij The Atlantic. Hamblin wilde onderzoeken wat er gebeurt als je van de ene dag op de andere stopt met jezelf te wassen. Wordt je huid dan gezonder of net ongezonder? Wat gebeurt er met je lijfgeur? En de hamvraag, natuurlijk: durf je na een week zonder zeep nog wel buiten te komen?

    "Aanvankelijk veranderde ik in een olieachtig, stinkend beest", schrijft Hamblin in het verslag van zijn doucheloze avontuur. Geen veelbelovend begin. Maar, verrassend: na enkele weken bleek de vervelende geur grotendeels te verdwijnen. "Op momenten dat ik vroeger slecht rook, bijvoorbeeld na een lange dag of na het sporten, is dat nu niét meer het geval. Tenminste, ik ruik het zelf niet. Ik heb aan vrienden gevraagd om aan mij te ruiken en die zeggen dat mijn geur prima is. Tenzij er natuurlijk een complot is om mijn reputatie kapot te maken."

    Ik overweeg Hamblin’s voorbeeld te volgen, maar ik twijfel ook. De voor- en nadelen van een leven zonder douches zet ik daarom even voor mezelf op een rij.

    Pro: 
    1. geen ongezonde bewaarmiddelen en surfactanten meer op mijn huid
    2. geen geld meer uitgeven aan douchegels
    3. 's ochtends meer tijd voor andere dingen

    Contra:
    een stinkende overgangsperiode

    In mijn verbeelding zie ik de collega’s hun neus wegdraaien, wanneer ik ’s ochtends aankom op het werk.  

    En is je niet meer wassen wel zo verstandig? Zijn er misschien ook risico’s aan verbonden? "Je niet meer wassen is zeker geen goed idee", waarschuwt Ingmar Claes.  "Je huidflora zal zeker even uit balans geraken. Bovendien geef je virussen vrij spel. Sommige van die virussen kunnen zich razendsnel vermenigvuldigen. En vergeet ook niet dat epidemieën vroeger ontstonden door een gebrek aan hygiëne, niet door te véél hygiëne. Ik zou het dus zeker niet aanraden."

    Wassen met bacteriën

    Je niet meer wassen is dus geen verstandig alternatief. Die optie schrap ik van mijn lijst. En dus is het zoeken naar minder riskante alternatieven, waar liefst geen vies geurtje aan vasthangt.  

    Na wat zoeken ontdek ik zo dat je tegenwoordig een heel nieuw soort huidverzorgingsproducten kan kopen. Die zijn gemaakt op basis van "goede" bacteriën en beloven een stralende, supergezonde huid. De namen spreken in elk geval tot de verbeelding: Dr. Ohhira's Probiotic Kampuku Bar Soap, LiviaOne Topical Organic Probiotic Spray, BIOM8 Probiotic Repair Spray, LaFlore Probiotic Daily Defense Moisturizer, …  

    Na wat zoeken kom ik terecht op de website van Mother Dirt, een jong Amerikaans bedrijf. AO+ Mist, hun belangrijkste product, is een spray op basis van "goede" bacteriën.  Die Nitrosomonas-bacteriën zouden helpen om je huid weer gezond te maken. Je brengt dus nieuwe bacteriën aan in plaats van oude bacteriën te verwijderen. Een soort anti-douchezeep, eigenlijk.  

    Probiotica voor de huid

    Het klinkt allemaal mooi. Té mooi eigenlijk. En klopt het allemaal wel? Zijn die spectaculaire claims wel wetenschappelijk onderbouwd?  

    Ik steek opnieuw mijn licht op bij Ingmar Claes. "Over die Nitrosomonas-bacteriën is eigenlijk nog niet zo veel bekend", zegt hij. "Enerzijds komen ze van nature niet vaak voor op de menselijke huid. Toch sluit ik niet uit dat ze een positief effect kunnen hebben. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat ze slechte bacteriën weg concurreren. Op die manier helpen ze misschien om de huid gezond te houden. Maar voorlopig is dat speculatie. Een solide wetenschappelijke basis is er nog niet."

    Claes gelooft nochtans in het principe. Na het voltooien van zijn doctoraat ging hij zelf aan de slag bij YUN, een bedrijf uit het Antwerpse. "Klassieke producten gebruiken antibiotica of harde chemicaliën die zowel de slechte als de goede bacteriën doden", lees ik op hun website. "YUN gelooft in het in evenwicht brengen van je microbioom. YUN’s gepatenteerde bio-technologie gebruikt goede bacteriën die de slechte bacteriën bestrijden."

    Het principe achter de YUN-producten is dus hetzelfde als dat van Mother Dirt: goede bacteriën gebruiken om de slechte bacteriën weg te duwen. Eigenlijk gaat het dus om probiotica voor de huid, al gebruikt Claes liever het woord "probiotherapie".  

    Probiotherapie zou helpen voor de behandeling van acne, schimmelvoeten en gevoelige huid. "‘Zowel bij acne als bij voetschimmels weten we dat de huidflora verstoord is. Bij acne zie je een overgroei van Propionibacterium acnes, bij voetschimmels gaat het vaak om dermatofyten. Wij proberen met zorgvuldig geselecteerde melkzuurbacteriën het verstoorde evenwicht te herstellen."

    Over Nitrosomonas en Lactabacillus

    Acne en voetschimmels heb ik gelukkig niet, een gevoelige huid wel. Mijn wangen zijn vaak droog, wanneer ik een paar dagen geen dagcrème gebruik. Kunnen probiotica voor de huid daar iets aan veranderen? Het idee spreekt in elk geval tot de verbeelding.

    Toch twijfel ik nog wat. Voor ik probiotica begin te smeren op mijn huid, telefoneer ik met professor Hilde Lapeere, dermatoloog aan het UZ Gent. Ik vraag haar om even de producten van YUN onder de loep te nemen. Een nuchtere tweede opinie komt altijd van pas.  

    "In principe zit het allemaal heel mooi in elkaar", schrijft Lapeere nadat ze de website van YUN grondig heeft bekeken. "Ik denk ook dat het huidmicrobioom kan helpen bij de behandeling van huidziekten."

    So far, so good. Maar Lapeere heeft toch een belangrijke bedenking. "Het grote gebrek van de vele cosmetica­producten met probiotica is dat zelden verwezen wordt naar wetenschappelijke studies. Hiermee bedoel ik bijvoorbeeld een studie waarbij bv. 100 acnepatiënten een middel met probiotica smeren en 100 andere acnepatiënten een basiscrème zonder probiotica. Pas als aangetoond wordt dat significant meer acnepatiënten verbetering ondervinden met de probiotica­crème ben ik overtuigd van de werking. Als men dat niet kan aantonen, is er geen bewijs van de meerwaarde van probiotica, hoe mooi en verleidelijk de theorie ook klinkt."

    Ingmar Claes begrijpt de kritiek wel, maar hij wil toch graag nuanceren. "We hebben de voorbije jaren al heel wat onderzoek gedaan over de werking van YUN-producten voor de huid, in samenwerking met professor Julien Lambert van het UZA. We werken ook aan een klinische studie bij patiënten met milde tot matige acne. Die wordt binnenkort gepubliceerd. Er zit dus wel wat onderzoek in de pijplijn."

    Claes beklemtoont ook dat de producten van YUN anders zijn dan die van Mother Dirt. "Mother Dirt werkt met Nitrosomonas-bacteriën, maar daar is nog maar weinig onderzoek over gedaan. Ik vind slechts één wetenschappelijke publicatie over Nitrosomonas en de huidflora. De melkzuurbacteriën die wij gebruiken, worden al vele jaren bestudeerd en ze worden ook vaak verwerkt in probiotica. Nog een belangrijk verschil: Nitrosomonas komen van nature niet voor de op de huid, melkzuurbacteriën wel."

    Baat het niet, dan schaadt het (hopelijk) niet

    Miijn nieuwsgierigheid is geprikkeld. Omdat het Vlaamse YUN nog geen probiotische douchegel in de aanbieding heeft, stuur ik een mail naar Mother Dirt. Ik bestel een exemplaar van hun AO+ Mist-bacteriespray.  

    "Baat het niet, dan schaadt het niet", bedenk ik terwijl ik op "zend" klik. Al is dat laatste natuurlijk niet gegarandeerd. Misschien schaadt het wél, het blijft altijd opletten met dit soort nieuwigheden. Zolang de mogelijke neven­effecten niet grondig onderzocht zijn, zijn er geen garanties. En, niet onbelangrijk: cosmetica worden veel minder streng getest dan geneesmiddelen.

    Twee weken later vind ik een pakje in de brievenbus, met daarin de AO+ Mist van Mother Dirt. De slogan op het flesje: "Restore good bacteria to your skin." Het flesje moet ik koel bewaren, anders gaan de bacteriën dood.  

    Voor ik mijn huid een eerste keer besproei met Nitrosomonas-bacteriën, ga ik nog op bezoek bij professor Sarah Lebeer. Zij doet aan de Universiteit Antwerpen onderzoek naar de werking van de bacteriën op onze huid. Trots toon ik haar mijn spuitbus vol Nitrosomonas.  

    Professor Lebeer deelt mijn enthousiasme maar half. "Als wetenschapper moet ik voorzichtig zijn met dit soort dingen", zegt ze. "Enerzijds geloof ik wel dat gezonde bacteriën kunnen helpen om een verstoorde huidflora te herstellen. Anderzijds weet ik niet of die spray van jou een positief effect zal hebben. Persoonlijk twijfel ik daar een beetje aan."

    Professor Lebeer is wel bereid om de impact van de bacteriespray op mijn huid te onderzoeken. We spreken af dat ik twee huidstalen zal laten nemen. Een eerste staal wordt vandaag al genomen, om te onderzoeken welke bacteriën op mijn "normale" huid aanwezig zijn. Na een week wassen met de AO+ Mist zal ik terugkeren naar het labo voor een tweede reeks huidstalen. De grote vraag is dan of die Nitrosomonas te vinden zullen zijn op mijn huid.  En of mijn huid er gezonder zal uitzien.

    "Ik ben zelf ook benieuwd naar het resultaat", zegt doctoraatsstudente Eline Oerlemans, terwijl ze met een vochtig staafje over mijn wangen en onderarmen wrijft.  "Het valt moeilijk te voorspellen. En eerlijk gezegd: we weten op dit moment veel minder over de bacteriën op onze huid dan over de bacteriën in onze darmen. Het onderzoek naar het huidmicrobioom staat echt nog in zijn kinderschoenen."

    Wassen met bacteriën

    ’s Anderendaags is het moment suprême aangebroken. Na een kattenwasje met enkel water besproei ik mezelf met AO+ Mist. Die bevat dus miljarden Nitrosomonas-bacteriën, maar is gelukkig geurloos. Eigenlijk voelt het alsof ik gewoon kraantjeswater op mijn lichaam sproei. Peperduur water, wel. Voor een flesje van honderd milliliter betaal je 49 dollar plus verzendingskosten. Dat is ongeveer dertig keer meer dan voor een klassieke douchegel.  

    Zeven dagen gebruik ik ’s ochtends en ’s avonds de bacteriespray van Mother Dirt.  Of ik na enkele dagen zonder zeep begin te stinken? Dat valt nogal mee. Collega’s en familieleden lijken niks te merken. Enkel mijn jongste dochter merkt een verschil, maar zij is dan ook verzot op de geur van douchegel. "Je ruikt een beetje anders vandaag", zegt ze op dag drie. En ze lijkt toch wat ontgoocheld.

    Na een week wassen met bacteriën ga ik opnieuw naar de Universiteit Antwerpen. Doctoraatsstudente Eline Oerlemans neemt, net als de vorige keer, twee huidstalen: een op mijn wang en een op mijn onderarm. Ook deze stalen gaan naar het labo voor analyse. Daarna is het wachten op de resultaten.  

    In afwachting blijf ik mij verder wassen met de bacteriespray. Je weet immers maar nooit…

    Mijn nieuwe huidflora

    Na drie weken krijg ik telefoon van Eline Oerlemans. De analyse van de huidstalen is eindelijk klaar.  

    "Ik vind het toch wel verrassend", zegt Eline. "Voor je begon aan dit experiment had je eigenlijk een heel normale, doorsnee huid. Niks om je zorgen over te maken. Na de week met de AO+ Mist zien we op je huid enorm veel Nitrosomonas. Die blijken dus wel degelijk in de spuitbus te zitten. '

    Maar is mijn nieuwe huidflora nu ook "gezonder" dan de oude? Volgens Oerlemans is die vraag onmogelijk te beantwoorden. "Er is een verschil tussen staal één en staal twee, dat is zeker. Of je nieuwe huidflora ook gezonder of beter is, weet ik niet. We zien wel dat de diversiteit van de bacteriën op je huid sterk gedaald is. Dat is niet per se slecht, maar het is zoals met het rooien van tropisch regenwoud: een weinig divers ecosysteem is minder bestand tegen stress of aanvallen van buitenaf."

    Een lange, warme douche

    Mijn flesje met bacteriespray is ondertussen bijna leeg. Of ik daarna nog een nieuw flesje zal bestellen? Waarschijnlijk niet. Voor iets dat zijn werking nog niet bewezen heeft, vind ik het veel te duur. 

    Vandaag neem ik een lekker lange douche met extra veel douchegel. Terwijl ik mij inzeep, denk ik aan de miljarden Nitrosomonas op mijn huid.  Waarschijnlijk zijn die straks weer grotendeels verdwenen en keert mijn oude huidflora gewoon terug. Of dat een goeie of een slechte zaak is? Geen idee. Wat ik wel zeker weet: ik zal vanaf vandaag weer beter ruiken. Mijn jongste dochter zal blij zijn.