Video player inladen ...

Hendrik Bogaert (CD&V) pleit voor hoofddoekenverbod

Kamerlid Hendrik Bogaert pleit in zijn essay "In vrijheid samenleven" voor een algemeen verbod op hoofddoeken. Partijvoorzitter Wouter Beke reageert dat CD&V daar anders over denkt. Subsidies voor religies moeten volgens Bogaert wel blijven bestaan. 

Opvallende religieuze symbolen moeten worden verboden als meer dan 5 procent van de bevolking een religie aanhangt. Enkel voor geestelijken (zoals priesters en imams) en binnenskamers kunnen we die symbolen toelaten. Een hoofddoek op straat kan dus niet, een klein kruisje of een hamsa voor moslims wel. Dat is het standpunt van kamerlid voor CD&V Hendrik Bogaert in zijn nieuw essay "In vrijheid samenleven". 

Hendrik Bogaert neemt daarmee een rechtser standpunt in dan zijn partij. Op de site van CD&V lezen we: "Levensbeschouwelijke symbolen horen niet enkel in het privéleven thuis, maar ook in het publieke leven." Partijvoorzitter Wouter Beke laat weten dat het standpunt van de partij duidelijk werd vastgelegd op haar WIJ-congres: CD&V wil geen verbod op de  hoofddoek.

Selectief of redelijk?

Zijn voorstel is niet gericht tegen de islam, zegt Bogaert. Toch treft zijn voorstel vooral islamitische symbolen. Daardoor komt het voorstel selectief over. Joodse symbolen vallen niet onder de regel, omdat minder dan 5 procent van de Belgische bevolking het jodendom aanhangt. Kruisjes zoals christenen die dragen, zijn dan weer geen opvallende symbolen. Een totaalverbod zou volgens de CD&V'er niet "redelijk en proportioneel" zijn. 

"Als een supporter van AA Gent met zijn sjaal, muts en truitje naar het werk gaat, één iemand, dan is dat diversiteit. We moeten daar niet moeilijk over doen. Maar als 30 procent van je kantoor zo werkt, dan moeten we ingrijpen. Dat is redelijk." Bogaert reageert zo op zijn 5 procent-regel. "Die 5 procent is overigens niet erg strikt. Ook 4 of 6 procent kan. Maar geen 10." 

"Zoals een voorzitter van een voetbalploeg is het normaal dat een vertegenwoordiger van een levensbeschouwing met symbolen rondloopt." Zo verdedigt Bogaert zijn uitzondering voor de clerus. 

Door de hoofddoek is een ontmoeting niet meer onbevangen

Hendrik Bogaert, kamerlid voor CD&V

Kantelpunt

Volgens Bogaert zijn drastische maatregelen nodig omdat we ons op een "kantelpunt" bevinden. De samenleving dreigt te verbrokkelen door "sub-gemeenschappen". "Mensen gaan volgens hun religie in een wijk wonen. Dat begint zich te concentreren", zegt Bogaert. "De burger kan de samenleving dan niet meer omarmen. De samenleving is opgedeeld in hokjes, in vakjes."

Waarom vindt Bogaert dat de hoofddoek de samenleving opdeelt? "Als je van op honderd meter kan zien wat iemand zijn waarden zijn, is een ontmoeting niet meer onbevangen", zegt hij. "Alles moet dan dan door 'het poortje van religie'. Dat maakt de samenleving niet warmer, of inclusiever."

Vergelijking met de economie

Bogaert vergelijkt zijn voorstel met de manier waarop de Europese Unie ingrijpt als een bedrijf te sterk wordt op de markt. "Als we op economisch vlak redelijk kunnen tussenkomen, waarom dan niet op vlak van identiteit?" Ook de Europese Unie hanteert een maatstaf. "Ondernemingen van 2,5 miljard houdt men extra in het oog. Waarom 2,5? Dat is een maatstaf. Hetzelfde geldt voor mijn 5 procent."  Bogaert wil dus economische wetgeving gebruiken bij het beleid over identiteit. 

Subsidies voor religies moeten wel blijven, vindt Bogaert. Anders laten we de financiering over aan "buitenlandse financieringsbronnen". Mogelijk verwijst hij hiermee naar de Saudische subsidies voor de Grote Moskee in Brussel. 

Hieronder de passage over het verbod op religieuze symbolen: