Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

Hoe kan de botsing tussen Catalaans en Spaans/Castiliaans nationalisme ontmijnd worden?

Morgen kiezen de Catalanen een nieuw regionaal parlement. Of dat ook een einde maakt aan de opschorting van de autonomie en het conflict over al dan niet onafhankelijkheid is echter maar de vraag.

De huidige crisis brak in oktober uit, toen de Spaanse Guardia Civil met geweld een referendum over de onafhankelijkheid van Catalonië wou verhinderen (zonder veel succes), een meerderheid voor een eigen staat stemde en de Spaanse regering - voor het  eerst sinds het herstel van de democratie in 1978 - de autonomie van een regio opschortte en zelf het bestuur over Catalonië overnam.

Die grondwet van 1978 vormde de fascistische eenheidsstaat van dictator Francisco Franco om tot een democratisch land bestaande uit 17 regio's met elk een verschillende mate van autonomie, al naargelang de financiële draagkracht en de onderhandelingen met de centrale regering.

Rijkere regio's zoals Catalonië en Baskenland kregen de grootste autonomie en zeggenschap over economisch beleid, gezondheidszorg en onderwijs. Toch bleef de centrale regering in Madrid een dikke vinger in de regionale pap hebben en dat zinde de regionalisten niet.

De zwarte adelaar op rood en geel is de vlag van de staat van Franco Copyright 2016 The Associated Press. All rights reserved.

Afblokken autonomie leidde tot kettingreactie

In 2006 keurde de toenmalige regering van Catalonië een uitbreiding van de autonomie goed. Dat werd goedgekeurd door het Catalaanse en het Spaanse parlement, door een wettig referendum in Catalonië en werd ondertekend door de toenmalige koning, Juan Carlos.

Geen probleem dus? Jawel, want in 2010 schrapte het Grondwettelijk Hof een aantal van die afgesproken bepalingen. Toen de conservatieve Partido Popular van huidig premier Mariano Rajoy een jaar later aan de macht kwam, blokte die de eisen voor meer autonomie van de Catalanen steevast af. De economische crisis die alle regio's in Spanje trof na  2008 jaagde de spanningen op de spits, toen veel Catalanen vonden dat ze hun belastinggeld beter in eigen beheer konden besteden. Die frustraties brachten in 2015 de nu afgezette coalitie van Carles Puigdemont aan de macht met als doel de Catalaanse onafhankelijkheid. Opvallend: dat kartel omvatte zowel de rechtse (Puigdemont) als de linkse separatisten (van de ERC).

Het Catalaanse nationalisme en regionalisme werd dus separatisme en van de weeromstuit stak in de rest van Spanje een plots Spaans of liever Castiliaans nationalisme de kop op. Als u recent in Spanje bent geweest, zult u daar tal van geel-rode Spaanse vlaggen hebben zien hangen. U ziet er ook plots de vlaggen van de Franco-tijd en die van de tegenhanger van de Spaanse Republiek (1931-1939) met rood-geel-paars opduiken. Verdeelder kan een land niet zijn.

De vlag van de Tweede Spaanse Republiek (1931-1939) is ook terug van weggeweest

Actie lokt reactie uit

Al die tegengestelde extremismen voeden elkaar dus: de "estelada", de Catalaanse onafhankelijkheidsvlag (met blauwe driehoek en ster), werkt op de andere Spanjaarden als een rode lap op een stier, net zoals de fascistische en de republikeinse vlaggen niet geheelde littekens uit het verleden openrijten. Toch een opmerking: tot nu toe - en nu nemen we hout vast - is er op dat harde politieoptreden na geen geweld gebruikt. De 45.000 Catalanen die in Brussel kwamen betogen, deden dat vreedzaam, een uitzondering dezer dagen in onze hoofdstad.

De wortels van de tegenstelling gaan in feite verder terug. In de middeleeuwen bestond Iberia uit drie rijken: Portugal, Castilië-Leon en Aragon/Catalonië. Dat eerste bleef met Engelse hulp onafhankelijk; Castilië en Aragon behielden tot 1716 hun eigen instellingen en parlementen. Pas daarna werden de instellingen van Aragon/Catalonië/Valencia en de Balearen afgeschaft en werd de macht verankerd in de centrale (en Castiliaanse) hoofdstad Madrid.

Dat centralisme werd uitgehold toen de Industriële Revolutie economische macht verschoof naar opkomende regio's zoals Catalonië (met Barcelona), Baskenland en Valencia. Dat gaf een economisch sterke dimensie aan de cultureel-taalkundige groepen zoals Catalanen, Basken en Valencianen. Die laatsten spreken overigens Valenciano, een vorm van Catalaans. 

Franco kreeg de Catalanen niet klein

Dat herboren nationalisme in Catalonië, Baskenland en andere regio's botste met het centralistische denken van de traditionele elite in Madrid en dan denken we aan het leger, de kerk en de monarchie. Van de weeromstuit werden de Catalaanse en Baskische nationalisten steunpunten van de twee republieken die Spanje gekend heeft: die in 1873 en die tussen 1931 en 1939 toen telkens ruime autonomie aan de regio's werd toegestaan.

Die laatste republiek werd tijdens de Spaanse Burgeroorlog met steun van Hitler en Mussolini verslagen door de nationalistische generaal Francisco Franco, die de regio's en de minderheidstalen met harde hand onderdrukte en de mythe van "één vaderland Spanje" (Castilië dus) propageerde. Pas na de dood van Franco keerden de democratie en het zelfbestuur terug. Politiek zijn veel families in Spanje nog altijd verscheurd langs de links/rechts-breuklijn van de burgeroorlog die in de hoofden blijft meespelen.

Het centralistisch denken is evenwel niet verdwenen en herleeft in de conservatieve Partido Popular, die wortels heeft in de tijd van Franco. Huidig PP-premier Mariano Rajoy beroept zich dan wel op de grondwet van 1978, zijn harde juridische aanpak van de Catalaanse nationalisten is echter vooral bedoeld om zijn blijkbaar herboren rechtervleugel van de PP aan zich te binden. Als hij te zwak overkomt, zou die vleugel zich kunnen afscheuren. Anderzijds vreest hij dat de liberale Ciudadanos aan zijn gematigde vleugel zouden kunnen knagen. Hoe die gordiaanse knoop ontward moet worden, is voorlopig niemand duidelijk.