Vertraagde groei van hernieuwbare energie in Europa, maar klimaatdoel van 2020 blijft overeind

De productie van hernieuwbare energie in Europa is vorig jaar lichtjes gestegen met 0,2 procent. De teller staat nu op 16,9 procent. Dat meldt het Europees Milieuagentschap. Daarmee blijft Europa op koers om tegen 2020 minstens 20 procent hernieuwbare energie te produceren.  

Het Europees Milieuagentschap in Kopenhagen geeft jaarlijks een stand van zaken van het aandeel hernieuwbare energie in Europa.  Vorig jaar is dat zeer lichtjes toegenomen met 0,2 procent. De inspanningen zijn ook zeer verdeeld.  Zweden, Letland, Finland, Denemarken en Oostenrijk spannen de kroon met een aandeel tussen 30 en 55 procent. Landen als het Verenigd Koninkrijk (er is nog geen Brexit-regeling), Malta en de Benelux bungelen achteraan met een aandeel van minder dan 9 procent.

Voordelen

Ondanks die bescheiden groei in 2016 blijft het rapport optimistisch. Het aandeel hernieuwbare energie bedraagt bijna 17 procent. Dat heeft geleid tot een flinke vermindering van het gebruik van steenkool (-44 procent) en gas (-30 procent).  In de transportsector is zo'n 10 miljoen tonequivalent energie  vervangen door biobrandstoffen. In totaal betekent dat een daling van de CO2 uitstoot met 11 procent.

Europa staat op de vierde plaats wat betreft de werkgelegenheid in de sector van de hernieuwbare energie, na Brazilië, Japan en de Verenigde Staten. Maar er zijn wel jobs verloren gegaan in de wind-en zonne-energiesector. Vooral China snoept werkgelegenheid af door goedkopere massaproductie.

Toekomst

Europa wil tegen 2020 20 procent van de energie uit wind, water, zon en plantaardig materiaal winnen. Volgens het Europees Milieuagentschap is dat doel haalbaar als de lidstaten hun energieplannen uitvoeren. In ons land steeg het aandeel hernieuwbare energie vorig jaar met 1 procent. Die groei zal de komende jaren nog moeten stijgen als we de ons opgelegde norm van 13 procent willen halen.

De ambitie van Europa tegen 2030 is minstens 27 procent hernieuwbare energie en een even grote besparing. Daarom pleit het Milieuagentschap voor doorgedreven inspanningen en voor meer samenwerking tussen de lidstaten.