Maxime Anciaux - All rights reserved

Bewoners woonzorgcentra willen vooral een zinvolle tijdsbesteding en goede sociale contacten

Hoge scores op het vlak van autonomie, veiligheid, respect en privacy. Mindere scores op het vlak van daginvulling en interpersoonlijke relaties tussen bewoners onderling en tussen bewoners en personeel. Dat is de belangrijkste conclusie van een bevraging bij meer dan 20.000 respondenten in alle Vlaamse wooncentra.

De bevraging kwam er in opdracht van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (CD&V). Van 2014 tot 2016 werden in de 783 woonzorgcentra ruim 20.000 bewoners geïnterviewd door een onafhankelijk onderzoeksbureau.

De respondenten zijn mensen zonder cognitieve problemen. Zij vertegenwoordigen een kleine 43 procent van de bewoners in de woonzorgcentra. Voor mensen met cognitieve problemen zijn andere onderzoeken lopende.

11 overkoepelende thema's

De resultaten geven over de jaren heen hetzelfde beeld. Gevraagd naar de kwaliteit van het leven, kennen de bewoners van de zorgcentra de hoogste gemiddelde score toe aan privacy. De thema's veiligheid en respect staan op plaatsen twee en drie, gevolgd door het zich prettig voelen en vraaggerichte zorg.

Autonomie, maaltijden en informatie krijgen, scoren gemiddeld iets lager. Op plaatsen tien en elf staan keuze van activiteiten en een band voelen met het personeel. Helemaal onderaan de lijst bungelt de persoonlijke omgang met de bewoners.

Verschillen per provincie

De enquête betreft zowel de privé als de openbare woonzorgcentra. Maar net zoals in 2014 en in 2015 werden er ook in 2016 geen significante verschillen gevonden in de ervaren kwaliteit van leven tussen woonzorgcentra qua beheerstype of aantal bewoners.

Statistisch significante verschillen zijn er wel tussen de provincies. Zo blijken bij bewoners van woonzorgcentra in Limburg en West-Vlaanderen bepaalde thema’s significant positiever te scoren.

De Vlaamse scores zijn wetenschappelijk vergelijkbaar en vertonen grote gelijkenis met deze van verpleeghuizen in andere landen, zoals Canada en Finland, waar de vragenlijst eveneens werd afgenomen.

Basis voor toekomstig beleid

Elk woonzorgcentrum heeft een rapport gekregen met daarin zijn eigen resultaten. Els Goetghebeur, professor Statistiek aan de UGent en voorzitter van het expertenpanel dat het onderzoek begeleidt: "Die rapporten moeten dienen als een startpunt voor elke voorziening om met de bewoners en hun omgeving het gesprek aan te gaan, via de bewonersraad of individueel met de bewoner."

Jo Vandeurzen: “De resultaten van het onderzoek sporen de Vlaamse overheid aan om voort in te zetten op de financiering van de animatiefunctie in de woonzorgcentra." Volgens de minister is het belangrijk dat de bewoners een zinvolle dagbesteding op maat aangereikt krijgen, ook wanneer zij zeer zorgafhankelijk zijn.