Meest recent

    100 jaar geleden: Duits-Oostenrijks offensief in Italië gestopt

    In deze rubriek brengen we grote en kleine gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog, deze week van 20 tot 26 december 1917: Duits-Oostenrijks offensief in Italië gestopt, toenemende chaos in Rusland, politieke schandalen in Frankrijk, 4e Kerst sinds begin van de oorlog, ...

    Het zo succesrijke Oostenrijks-Duits offensief in Italië lijkt voorbij.

    Nadat de Italianen na de slag bij Caporetto zich op chaotische wijze moesten terugtrekken, wisten ze zich te hergroeperen achter de Piave, een rivier die ten noorden van Venetië in de Adriatische Zee uitmondt. Die ligt meer dan 50 km ten zuidwesten van het vroegere front aan de Isonzo.

    Daar slaagden ze er ondanks zware aanvallen stand te houden, te meer daar Franse en Britse divisies hen ter hulp schoten.  

    Links, Italiaanse soldaat heeft twee Oostenrijkse militairen en hun mitrailleur gevangen genomen, rechts, de Italiaanse bevelhebber Diaz, te paard, in gesprek met enkele militairen van de Franse troepen in Italië. Beginfoto, Italiaanse soldaten in de tegenaanval, tekening  uit La Tribuna Illustrata van 9-12-1917.

    De aanvallen van de Centralen verplaatsten zich toen naar de bergen, langs de bovenloop van de Brenta en langs de Monte Grappa, een meer dan 1700 meter hoge berg die tussen de valleien van de Brenta en de Piave ligt.

    Een nieuwe aanval op de Monte Grappa, die op 11 december begon, is kort voor kerstmis stopgezet. Het is ondertussen zwaar gaan sneeuwen.  

    Links, de Duitse keizer is gekweld, "want al die mooie monumenten krijgt hij maar niet in zijn handen". Rechts, het Duitse leger raakt maar niet voorbij de Monte Grappa. Tekeningen uit het satirische tijdschrift Il 420, 22 en 29-12-1917.

    Onder de nieuwe leiding van generaal Diaz lijkt het Italiaanse leger zich te herstellen van de zware nederlagen. De meeste uit elkaar geslagen eenheden zijn hersteld. Door het verhogen van de soldij en de rantsoenen heeft Diaz het moreel van de veelgeplaagde troepen kunnen verbeteren.

    In de Kamer hield premier Orlando een pathetische toespraak om stand te houden achter de Piave die hij besloot met de woorden: ‘Resistere! Resistere! Resistere!’ (‘Weerstand bieden’).

    Britse militairen kopen kalkoenen en eenden voor hun kerstmaaltijd, op een markt in een stadje in de Veneto

    Gevechten gaan door in kersttijd

    De kerstperiode brengt niet echt kalmte aan het westelijk front.

    Nabij Poelkapelle, ten noordoosten van Ieper, waar een paar maand geleden nog zo zwaar gevochten werd, vonden nog hevige artilleriebeschietingen plaats. Er vonden ook een paar aanvallen van Duitse stormtroepen plaats. Ook op kerstdag bleven de beschietingen voortduren.

    Een Frans kanon van 270 mm in actie, de stipjes in de lucht rechts  zijn observatie-balonnen die de beschietingen sturen.

    Britse vliegtuigen bestookten de Duitse stellingen en bombardeerden naburige vliegvelden en andere Duitse gebouwen.

    Ook in de streek van Cambrai en Verdun zijn de kanonnen actief geweest.

    Op kerstavond bombardeerden Britse vliegtuigen de Duitse stad Mannheim. Er zouden twee doden zijn gevallen.  

    In de kerstnacht is nabij Soissons een Duitse Gotha neergehaald door Frans luchtafweergeschut. Dit bombardementsvliegtuigtuig is nog maar enkele maanden in gebruik, de foto toont hoe groot het wel is (Le Miroir, januari 1918)

    Toenemende chaos in Rusland

    In Rusland lijkt een burgeroorlog te zijn uitgebroken tussen voor- en tegenstanders van het bolsjewistisch bewind. In het zuiden van Rusland hebben troepen van generaal Kaledin de belangrijke industriestad Rostov-aan-de-Don veroverd. Nadat de Rode Garde zich van Rostov meester had gemaakt, mobiliseerde Kaledin een aantal van zijn Don-kozakken en antibolsjewistische vrijwilligers die zich in het naburige Novotsjerkassk. De verovering van Rostov kostte weinig moeite, want de meeste “roden” sloegen meteen op de vlucht.

    Links, generaal Kornilov, rechts Kaledin. Op de kaart, gearceerd, het gebied waarover de bolsjewieken geen kontrole meer hebben.

    Een bijkomende complicatie voor de bolsjewieken is de houding van de Centrale Rada, het autonoom bestuur van de Oekraïne. Die wil geen bolsjewistische troepen op Oekraïens grondgebied doorlaten om Kaledin aan te vallen. Zelf de telegraafverbindingen tussen Petrograd en het zuiden van Rusland zijn door de Oekraïners onderbroken.

    Lenin heeft in naam van de Russische regering een ultimatum gestuurd om vrije doorgang te krijgen. De Rada heeft dit afgewezen. Lenin erkent het recht op zelfbeschikking van de Oekraïne maar verwijt de Rada de “contrarevolutie” te steunen.

    De kern van het conflict is dat de Rada gedomineerd wordt door tegenstanders van de bolsjewieken, de Oekraïense socialisten-revolutionairen.  

    Intussen komen er meer en meer berichten over een bijna totale anarchie in bolsjewistisch Rusland. Rechts, plunderingen in Petrograd, links, plundering van het domein van een grootgrondbezitter op het platteland. Tekeningen uit het London Illustrated News.

    De bolsjewieken in de Oekraïne zijn zich daarom tegen de Rada gaan verzetten. Op sommige plaatsen zijn gevechten uitgebroken.

    In de Oost-Oekraïense stad Charkov (Charkiv) heeft een door de bolsjewieken georganiseerd Oekraïens Congres van Sovjets een “Oekraïense Volksrepubliek van Sovjets” uitgeroepen, als tegenhanger van de Oekraïense Volksrepubliek in Kiev. Beide “volksrepublieken” beschouwen zich als een deel van Rusland. 

    In de belangrijke Oekraïense stad Odessa aan de Zwarte Zee is een apart sovjetbewind gevormd, terwijl de etnisch-Roemeense bevolking van het aangrenzende Bessarabië een eigen autonome republiek heeft uitgeroepen.  

    Vredesonderhandelingen begonnen

    Na het bereiken van een wapenstilstand aan het Oostfront zijn in Brest-Litovsk de eigenlijke vredesonderhandelingen tussen Rusland en de Centrale Mogendheden begonnen. Het zijn de eerste officiële vredesbesprekingen van de oorlog.

    Langs de kant van de Centralen zitten nu de diplomaten aan tafel. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken Richard von Kühlmann leidt de conferentie. Ook zijn Oostenrijks-Hongaarse collega graaf Czernin is aanwezig. De Russische delegatie wordt nu geleid door Adolf Joffe. Anastasia Bizenko is als enige vrouw nog aanwezig, maar de “symbolische” vertegenwoordigers van Russische arbeiders, boeren, soldaten en matrozen zijn vertrokken. 

    Bij de aanvang van de besprekingen hebben de bolsjewieken hun eisen wereldkundig gemaakt. Alle veroverde gebieden moeten worden ontruimd zonder annexaties. De volkeren die door de oorlog hun onafhankelijkheid verloren hebben, moeten die terugkrijgen en ook andere volkeren moeten zelfbeschikkingsrecht hebben. Er mogen ook geen schadevergoedingen worden geëist.  

    De Duitse kanselier  Hertling, de Oostenrijks-Hongaarse minister van buitenlandse zaken Czernin en Lenin steken de vredeskaars aan in de kerstboom, maar de Geallieerde kwajongens in het raam proberen die uit te blazen (uit het Weense Kikeriki, 23-12-1917). En rechts brengt de Russische kerstman lekkers voor de brave Centrale mogenheden, voor de Geallieerden heeft hij een zak  klaar (uit het Duitse Kladderadatsch, 23-12-1917)

    De pers in de Geallieerde landen reageert nogal opgelucht op die voorstellen. Ze denkt dat de Duitsers die nooit zullen aanvaarden en snel hun ware gelaat zullen laten zien. Vrede met Rusland lijkt nog niet voor morgen.

    In een rede in Petrograd heeft volkscommissaris Trotski gezegd dat de bolsjewieken niet de tsaar en de bourgeoisie hebben omvergeworpen om te knielen voor de Kaiser en vrede te smeken.  Trotski riep ook de “proletariërs van Frankrijk, Italië, Engeland, België en Servië, onze broeders in strijd en lijden”, op om de kant van de bolsjewieken te kiezen om “een eerbare en democratische vrede” te bekomen.  

    In deze kersttijd, de vierde al tijdens deze oorlog, beroepen vriend en vijand zich graag op het kerstekind. Links brengt die vrede aan het oostfront (Illustrierte Östereichs Zeitung, 23-12-1917). Rechts  smeekt het Franse jongentje dat "le Petit Jésus", Frankrijk de overwinning brengt, "om mijn beulen te straffen" ( uit Le Rire, 29-12-1917).

    Politieke schandalen in Frankrijk

    De Franse Kamer van afgevaardigden heeft de parlementaire onschendbaarheid van de prominente centrum-linkse politicus Joseph Caillaux opgeheven.

    Caillaux wordt al een tijd door de nationalistische pers van verraad beschuldigd. Hij had relaties met de krant ‘Le Bonnet rouge’ en de avonturier Bolo Pacha, die geld van Duitsland zouden hebben ontvangen. Premier Clemenceau, een oude tegenstander van Caillaux, wil hem laten vervolgen.  

    Caillaux, centraal, verlaat het parlement na de opheffing van zijn onschendbaarheid ( Excelsior, 23-12-1917)

    Caillaux wist als premier in 1911 een oorlog met Duitsland te voorkomen tijdens de zgn. Agadir-crisis. Veel nationalistische Fransen hebben hem die verzoenende houding nooit vergeten. Begin 1914 probeerde de rechtse krant ‘Le Figaro’ zijn reputatie door het slijk te gooien. Als reactie schoot Caillaux’s vrouw de directeur van de krant dood, een ongezien schandaal ! Caillaux moest toen als minister aftreden, maar zijn vrouw werd uiteindelijk vrijgesproken.  

    De oud-premier heeft nooit verborgen dat hij een compromisvrede wil. Hij ontkent echter contacten met de vijand te hebben gehad. Van de Duitse steun aan Bolo en de krant ‘Le Bonnet rouge’ wist hij niets af. Hij heeft zich tijdens het Kamerdebat briljant verdedigd.  

    Marianne smeekt premier Clemenceau om het wat zachter aan te doen, want met al die schandalen dreigt de koets van de Franse republiek te gaan kanteklen (Le Carnet de la Semaine, december 1917)

    Bijna de hele Kamer, ook hijzelf, stemde voor de opheffing van zijn onschendbaarheid. Alleen de socialisten onthielden zich of stemden tegen. Zij vrezen dat de zaak Caillaux het begin is van een heksenjacht op pacifisten en defaitisten.

    Oud-minister Louis Malvy, die ook betrokken was in de zaak van ‘Le Bonnet rouge’ zal eveneens worden vervolgd.  

    Volgens het satirische Le Cri de Paris worden gevangenissen voor politici dit jaar het meest populaire speelgoed (30-12-1917)

    Generaal Leman, de held van Luik, vrijgelaten

    Luitenant-generaal Gérard Leman, de verdediger van de forten van Luik bij de Duitse inval in België, is op 19 december vrijgelaten uit krijgsgevangenschap.

    De generaal was in augustus 1914 door de Duitse troepen gewond aangetroffen in de ruïnes van het fort van Loncin, nadat het was ontploft.

    Leman (nu 66) zat meer dan drie jaar als krijgsgevangene in Duitsland. Hij bracht zijn tijd door met lezingen te houden voor andere gevangen officieren. Hij bleef de gevolgen van zijn verwondingen dragen. Hij had gemakkelijk kunnen vrijkomen onder bepaalde voorwaarden, maar hij weigerde daarom te vragen.

    Vanwege zijn slechte gezondheid laten de Duitsers hem nu zonder voorwaarden vrij. Hij is naar Bazel in Zwitserland overgebracht. Zodra hij beter is, hoopt hij opnieuw het Belgisch leger te vervoegen.

    Generaal Leman op de voorpagina van het Parijse Excelsior (14-08-1914) en van het Franse katholieke weekblad Le Pélerin (13-01-1918)

    Stafchef Britse marine moet opstappen

    Admiraal Sir John Jellicoe wordt als First Sea Lord (stafchef van de Britse marine) vervangen door viceadmiraal Sir Rosslyn Wemyss.

    Jellicoe was in november 1916 in die post benoemd, nadat hij eerder dat jaar de Grand Fleet in de Slag bij Jutland had aangevoerd. Het ontslag van Jellicoe op kerstdag komt als een verrassing. Blijkbaar heeft minister van Marine Geddes van de politieke kalmte rond kerstmis geprofiteerd om de admiraal aan de kant te schuiven.

    Door de zware Britse verliezen aan koopvaardijschepen in de duikbotenoorlog was er kritiek op hem gekomen. Jellicoe stond sceptisch tegen het systeem om schepen in konvooien te laten varen om zo de verliezen te beperken, hoewel wetenschappelijke studies het nut van konvooien aangetoond hebben.

    Jellicoe vertrekt overigens met alle lof. Hij zal in de adelstand worden verheven.  Admiraal Wemyss, een telg uit de Schotse aristocratie, was sinds twee maanden plaatsvervangend First Sea Lord. Eerder dit jaar voerde hij de Britse vloot in het Midden-Oosten aan, waarbij hij steun verleende aan de Arabische opstandelingen.  

    Jelicoe en Wemyss