Meest recent

    Ze zijn vaak jong en je ziet ze niet: daklozen in kleinere steden

    Daklozen leven niet alleen in grote steden, ook in kleinere steden en dorpen duiken meer en meer daklozen op. In grote steden zijn er opvangplaatsen waar daklozen terechtkunnen voor een warme maaltijd en een slaapplek, maar in de kleinere centrumsteden zijn zulke initiatieven er niet of zijn ze veel kleiner. En toch zijn daar ook heel wat mensen zonder een dak boven het hoofd. Maar ze blijven onder de radar omdat ze geen beroep doen op de hulpverlening. Ze zijn vaak jong en je ziet ze niet. Maak kennis met de sofasurfers.

    Jordy is 20 jaar. Hij woont nu in een doorgangswoning van het OCMW in Turnhout. Daar mag je in principe 6 maanden blijven. Zo krijg je de tijd om op je plooi te komen en een eigen woonst te zoeken. Als dat niet lukt op een half jaar, mag je zes maanden langer blijven. Klinkt goed, maar is niet evident.

    De problemen begonnen toen Jordy 15 was. Hij spijbelde veel en thuis werd ie los gelaten. Zijn vader legde geen grenzen op en was er vaak niet. “ Ik moest mijn plan trekken. Zelf eten maken en mezelf zien bezig te houden. En dan doe je wel eens slechte dingen.”

    Op zijn achttiende staat Jordy op straat. Hij is meerderjarig en wordt verondersteld op eigen benen te kunnen staan. Dat daar meer bij komt kijken dan een dak boven je hoofd hebben, wordt pijnlijk duidelijk. Jordy doet een beroep op vrienden en familie om hem tijdelijk onderdak te geven. Niet één keer, maar tientallen keren. Als de druk te groot wordt of er zijn conflicten, verkast hij naar een nieuwe plek. Een sofa, een bed, een matras, het maakt niet uit. En ook al slaapt ie niet op straat, de druk die hij elke dag opnieuw ervaart is ontzettend hoog.

    Het besef dat hij hulp nodig heeft, sijpelt maar langzaam
    door. Het zijn vrienden die hem doorverwijzen naar het OCMW van Herentals, waar Jordy vandaan komt. Maar daar zijn er amper voorzieningen voor daklozen. Dus begint een lange zoektocht naar hulp. In Turnhout komt ie terecht in de korte opvang. Daar mag hij vier weken blijven. Het is een adempauze, meer niet. Via een privé-opvang initiatief waar hij enkele weken onderdak vindt, komt Jordy uiteindelijk terecht in een doorgangswoning van het OCMW in Turnhout.

    Deze zoektocht is een schrijnend voorbeeld van de ongecoördineerde aanpak van daklozen. Elke stad en gemeente zoekt op eigen houtje uit wat werkt en wat niet. Er is wel een Globaal Plan Dak- en Thuisloosheid 2017-2019 op Vlaams niveau, maar daar wordt in de praktijk eigenlijk niets mee gedaan. Want precieze cijfers over hoeveel daklozen er zijn, zijn er niet. Daarom pakt elke stad of gemeente het anders aan, afhankelijk van de voorzieningen die er zijn en de prioriteiten die het lokale bestuur stelt.  

    Antwerpen, als grootste Vlaamse stad, gaat er het verst in. Er is een opvangplek voor mensen die legaal in het land zijn, maar geen dak boven het hoofd hebben. Er is een apart verblijf voor mensen zonder papieren en asielzoekers. En er is een onderkomen voor daklozen die verslaafd zijn. De stad maakt zich sterk dat ze in principe elke dakloze een bed kunnen geven. “Maar”, zegt professor Koen Hermans van de faculteit sociale wetenschappen van de KU Leuven, “die werking is vooral gericht op het voorkomen van overlast, niet zozeer op het oplossen van thuisloosheid. En wie geen binding heeft met de stad is ook niet welkom.”

    Eerst een dak

    In Turnhout pakken ze het anders aan. “We proberen iedereen die bij het OCMW aanklopt eerst een dak boven het hoofd te geven”, zegt OCMW-voorzitter Luc Op de Beeck. “Pas als je een eigen plek hebt en weer voor jezelf kan zorgen, kunnen we de andere problemen aanpakken.” Die problemen zijn heel divers: werkloosheid, schulden, verslaving aan drugs of alcohol, psychologische problemen, geweld, … noem maar op. “We zien dat er steeds meer mensen met verschillende, complexe problemen kampen. De gepaste begeleiding vinden, is moeilijk.”

    Zowat een derde van de 86 daklozen die eind november gekend zijn in Turnhout, heeft als sofasurfer geleefd voor ze bij het OCMW aanklopten voor hulp. En dat aantal stijgt elk jaar.

    Terug naar Jordy. Hij heeft sinds september werk en het ziet ernaar uit dat hij binnenkort een vast contract krijgt. Een vast inkomen dus. Trots gaat ie met loonfiches in de hand op zoek naar een eigen woning. Maar de zoektocht naar een huurwoning is moeilijk. Er zijn weinig betaalbare woningen te vinden in Turnhout. En vind je er toch één dan zijn er veel kandidaten.  

    Ik ga altijd met een goede ingesteldheid kijken naar een woning, maar je komt buiten met een neen of we laten iets horen. Dan weet je, ik heb het niet. Heel demotiverend.

    Jordy, sofasurfer

    “Op zulke momenten verliezen die jongeren, die echt wel goed bezig zijn en al belangrijke stappen gezet hebben, vaak de moed”, zegt Nancy Bauweraerts van het OCMW in Turnhout. Zij begeleidt Jordy als maatschappelijk assistent. “Het risico bestaat dat ze in een negatieve spiraal blijven hangen. We proberen hen te leren omgaan met nieuwe tegenslagen.”

    Maar de klok tikt. De flat van het OCMW moet Jordy in augustus volgend jaar verlaten en intussen heeft hij ook een zoontje gekregen. Dat is een extra motivatie om door te gaan, maar tegelijk verhoogt het ook de stress. “Ik moet iets vinden tegen de tijd dat ik hier moet vertrekken. Anders sta ik weer op straat, op nul. Dat vreet aan je.”

    Nood aan uitwisseling van kennis over daklozen

    Waarom er de laatste jaren meer jongeren rondzwerven bij familie en vrienden is niet duidelijk. “Ze zijn fragiel, makkelijk te verleiden en laten zich snel meeslepen”, zegt OCMW-voorzitter Luc Op de Beeck. “Voor centrumsteden zoals Turnhout is het belangrijk dat informatie meer gedeeld wordt, dat we weten wat werkt en wat niet. Dat we contact hebben met wetenschappers. Daarom zou een kenniscentrum over dakloosheid een grote hulp zijn. Dat er verschillen zijn in visie en aanpak is normaal, maar we kunnen veel van elkaar leren.”

    Jordy probeert positief naar de toekomst te kijken. “Ik kan niet anders met mijn zoontje. Maar als je zo lang ronddoolt, ook al heb ik nu een dak boven mijn hoofd, is dat niet gemakkelijk. In mijn hoofd blijf ik dolen.”