Vrouwen werken minder in het huishouden, maar mannen doen echt niet meer

Vrouwen doen minder in het huishouden, maar mannen doen niet meer. Dat is de conclusie van een grootscheeps over de tijdsbesteding van de Nederlanders. VUB-socioloog Ignace Glorieux zegt in "De wereld vandaag" op Radio 1 dat het met de Belgen niet anders is gesteld. "We besteden meer huishoudelijk werk uit, maar daardoor doen mannen nauwelijks iets meer."

Nog steeds besteden vrouwen duidelijk meer tijd aan huishoudtaken: 9 uur per week meer dan mannen. Wel is het verschil kleiner geworden. In 2006 was het nog 11 uur. Die daling komt vooral doordat vrouwen precies 1 uur en 36 minuten minder tijd aan huishoudelijke werk zijn gaan besteden. De cijfers werden verzameld door het Nederlandse Sociaal en Cultureel Planbureau.

Socioloog Ignace Glorieux legde er voor "De wereld vandaag" de meest recente Belgische onderzoeken naast. "Ook uit alle Belgische cijfers blijkt dat vrouwen steeds minder in het huishouden werken. We zien wel een heel lichte stijging bij mannen, maar die is minimaal in vergelijking tot de daling bij de vrouwen. En ook bij ons kunnen we stellen. De kloof blijft. Vrouwen doen het leeuwendeel van het huishoudelijk werk", zegt Glorieux.

"Ook het soort taken blijft verschillen. Sommige taken -strijken is het beste voorbeeld- zijn bijna exclusief vrouwelijk. Vooral taken die niet uitgesteld kunnen worden, blijven naar vrouwen gaan. De man wast de auto en snoeit de haag. Dat zijn taken die je kan uitstellen, en waar je het verschil mee kan maken. Kan zeggen: Zie nu eens hoe mooi, hoe goed ik dat gedaan heb. Het is jammer vast te stellen dat dit clichématige vaststellingen lijken. Maar het is helaas nog steeds zo."

Netheid minder belangrijk

Het grote Nederlandse onderzoek constateerde dat we netheid iets minder belangrijk zijn gaan vinden. Maar Ignace Glorieux ziet belangrijkere oorzaken.

"We doen duidelijk minder in huis. We besteden meer werk uit. Denk aan de strijkdiensten en het poetswerken dat bekostigd wordt via dienstencheques. Voort gaan we meer uit eten, of kopen we het snelle hapklare broodje en de kant-en-klaarmaaltijd."

Robuuste tijdspatronen

"Volgens de laatste Belgische cijfers hebben vrouwen per week zes uur minder vrije tijd dan mannen.  Dat is bijna een uur per dag. Daar moet je bijrekenen dat de arbeidsparticipatie, dus betaald werken, bij mannen lichtjes daalt, terwijl dat bij vrouwen nog altijd stijgt. Als er een verschil is, is dat de omgang met kinderen.

Er wordt bewust meer tijd genomen voor kinderen, zowel bij mannen als vrouwen. Opgepast, het gaat om bewust bezig zijn met kinderen. Vorige generaties waren meer thuis, maar maakten minder tijd voor kinderen. Niet in het minst omdat ze meer huishoudelijke taken hadden."

Op de vraag waarom de evolutie zo traag gaat, heeft Ignace Glorieux een duidelijk antwoord. "Tijdspatronen zijn heel robuust. Ze zijn vastgeroest in gedragspatronen en ook institutioneel bepaald. Zoveel is er echt niet veranderd sinds de jaren 60. Het gros van de mensen werkt van 9 tot 5 en zit ’s avonds voor tv. Zo flexibel zijn we helemaal niet geworden. 50 procent zit ’s avonds voor een scherm. Dat kan uitgesteld kijken zijn, of een tablet. Het maakt niet veel uit. Ons gedrag is al bij al weinig veranderd."

Generatieverschil of leeftijdsverschil?

Gaat de nieuwe generatie jongeren niet anders zijn? Ook hier ziet de VUB-socioloog geen gigantische maatschappelijke veranderingen. "Stel je er niet te veel bij voor. De echte vraag is: Hebben we een generatieverschil of een leeftijdsverschil? De groep tussen 18 en 25 jaar heeft duidelijk een ander levenspatroon met weinig regelmaat. Maar eens werk, huis en kind er aan komen, kunnen ze bijna niet anders dan in het traditionele patroon te vervallen. Dat is wat ik bedoel met het robuuste tijdspatroon dat onverwoestbaar lijkt."

Het Nederlandse onderzoek toonde tenslotte aan dat 60 procent van de Nederlanders minstens 8 uur per dag slaapt. Iets wat lijkt in te gaan tegen veel alarmerende berichten over te weinig slaap. Ignace Glorieux: "Het is in België niet anders. We hebben dagboekgegevens van Belgen vergeleken uit 1966 en 2013. We slapen net evenveel, quasi op de minuut! Het enige verschil: in de week slapen we iets minder, in het weekend iets meer. Natuurlijk zijn er mensen die te weinig slapen. Maar die waren er vroeger ook."