Meest recent

    AFP or licensors

    De godsvrucht van Team-Trump

    Was het de kersttijd die de president tot devotie en gebed inspireerde? In elk geval gaf Donald Trump de voorbije weken openlijk blijk van zijn religiositeit. Een goed moment om na te gaan wat de religieuze roots zijn van de president en van zijn regeringsleden.   

    labels
    Analyse

    "We mogen opnieuw 'Merry Christmas' zeggen", zei president Trump tijdens een plechtigheid op het Witte Huis waarop de goedkeuring van de nieuwe belastingwet werd gevierd.  Trump trekt graag van leer tegen de wat modernere formule 'Happy Holidays' die in Amerika erg gangbaar is geworden. Met die algemenere wens worden ook niet-gelovige Amerikanen aangesproken, of religieuze minderheden als de joden, die in dezelfde periode het chanukkah-feest vieren.

    Maar voor Trump is het gebruik van 'happy holidays' een typisch voorbeeld van overtrokken en opdringerige politieke correctheid, die de doorsnee Amerikaan zou verbieden om gewoon, zonder scrupules, zijn christelijke identiteit te beleven. Hij ziet het als zijn opdracht om 'Merry Christmas' weer onverdacht en onbezwaard te maken. Door er zo sterk de nadruk op te leggen, lijkt hij die twee eeuwenoude woorden juist een politiekere lading mee te geven. 

    De minister-predikant

    Ook toen de president de voorbije week, voor het oog van de camera's, zijn minister Ben Carson uitnodigde om voor te gaan in het gebed, zat er een gelijkaardige toon van lichtjes rancuneuze genoegdoening in zijn woorden. Carson was goed geplaatst voor die opdracht. Voor hij aan de slag ging als minister van Huisvesting en Stadsontwikkeling werkte Carson niet alleen als chirurg, maar ook als minister of predikant/catechist in de Seventh-Day Adventist Church, een bijzondere protestantse gemeenschap voor wie de vervulling van de apocalyps een centrale gedachte is.

    "Jullie mogen best blijven", zei Trump tot de journalisten. "Jullie hebben het gebed meer nodig dan ik. Jullie zijn misschien wel de enigen." Opnieuw maakte hij van een religieus element  - het gebed -  een speerpunt van een politieke en ideologische confrontatie  - in dit geval met de media.

    Het werd nog opvallender in wat Carson zei. "Onze Vader, wij danken u voor de president en zijn regeringsleden, die zo dapper zijn om de stormen van controverse te trotseren."  Dat was een gedurfde publieke uitspraak. Niet alleen werd God daarmee nogal boud voor de kar gespannen van het presidentiële beleid (God werd 'bedankt' voor de president), Hij werd in één moeite ook herinnerd aan de strijd die team-Trump moet voeren met zijn politieke tegenstanders. 

    Geloof als zelfrealisatie

    Het valt dus moeilijk te loochenen dat Trump religie en religiositeit betrekt op zijn politieke discours en programma. In een Amerikaanse context is dat niet nieuw en evenmin uitzonderlijk. Haast elke president eindigt belangrijke toespraken met "God bless you" of "God bless America". En Trump is ook niet de eerste president om, impliciet of expliciet, de zegen van God te claimen voor het eigen beleid. 

    Toch mag die religieuze inkleding wel een beetje verbazen, want Trump zelf stond vroeger nooit bekend om zijn uitgesproken geloofsovertuiging of diepe devotie. De ouders van de president waren presbyterianen; in het Amerikaanse religieuze landschap is dat een tamelijk sobere en doorgaans een gematigde stroming. Hij trouwde met zijn eerste vrouw Ivana in de Marble Collegiate Church in Manhattan, waar protestanten uit diverse denominaties welkom waren. Ook later bezocht hij die kerk geregeld.  

    Typisch voor die kerk was de visie van hoofdpredikant Norman Vincent Peale. Die interpreteerde het geloof heel sterk in een context van zelfrealisatie, positivisme en persoonlijk succes. Mogelijk heeft Trump daar wat van opgepikt in zijn latere boeken en uitspraken over zijn succesvol parcours als manager en zakenman. In elk geval stonden Peale en zijn kerk ver verwijderd van de  rechts-conservatieve stroming van de christian right. Integendeel: de Marble Collegiate Church verdedigt bijvoorbeeld het homohuwelijk en verwelkomt holebikoppels die er willen trouwen.

    Trump zelf had decennialang nauwelijks voeling met die christelijk-conservatieve stroming. Dat wordt duidelijk als je zijn  opvattingen over ethische kwesties naloopt. Inzake abortus situeerde hij zichzelf afwisselend in het pro-choice- en het pro-life-kamp. Pas tijdens de verkiezingscampagne en later als president nam hij het standpunt in dat de staten over abortus zouden moeten beslissen  - en niet het federale niveau. Daarmee omzeilt hij de ethische vraagstelling en kan hij zijn rechterflank toch ter wille zijn. 

    Uiteraard past ook het vulgaire taalgebruik van de president, waarvan opnames opdoken in de verkiezingscampagne, niet echt in het plaatje van een vrome gelovige. Zondigen is evenwel menselijk,  en het zou aanmatigend zijn om het geloof van de president daar op af te rekenen.

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Jeruzalem

    Wie in elk geval beter aan het beeld beantwoordt van de streng conservatieve en diepgelovige Amerikaan, is vicepresident Mike Pence. Het is de media de voorbije weken niet ontgaan dat Pence op een heel zichtbare wijze de president flankeerde toen die zijn besluit bekend maakte om Jeruzalem te erkennen als hoofdstad van Israël. Dat zou een doelbewuste zet zijn geweest om aan de achterban van Pence te laten zien dat er werk wordt gemaakt van hun politieke agenda.

    Die achterban is het blok van evangelische christenen in de VS. Hoewel niet alle evangelische kerken op dezelfde lijn zitten, kiezen velen in het debat over Israël en Palestina fanatiek de Israëlische lijn. Dat komt omdat het gebied ook in bijbelse tijden aan Israël toebehoorde, volgens de verhalen van het Oude Testament. En dat Oude Testament is en blijft een belangrijk referentiekader voor christenen in het algemeen en voor de evangelische christenen in het bijzonder.

    Daar komt bij dat een kleine maar krachtige stroming in de evangelische kerken hardnekkig geloof hecht aan de apocalyps: een eindtijd en eindstrijd tussen goed en kwaad, waarbij de oprecht gelovige christenen spectaculair ten hemel zullen worden opgenomen (de 'rapture'). In één interpretatie moet Jeruzalem eerst weer aan het joodse volk worden gegeven, vooraleer die ultieme en voorspelde cyclus in gang kan worden gezet. In dat perspectief is het besluit van Trump niet alleen een onderdeel, maar ook een motor en katalysator van het goddelijke apocalytische draaiboek. Trump is dan letterlijk een dienaar en werktuig van God.

    Het mag bevreemden dat dergelijke letterlijke lezingen van bijbelpassages in die mate op een eigentijds en uiterst complex politiek debat kunnen wegen, maar in de VS is het niet anders. Het was ongetwijfeld niet de enige, maar wel een belangrijke motivatie voor het Witte Huis om die omstreden stap te zetten.

    Copyright 2017 The Associated Press. All rights reserved.

    Born-again katholiek

    We kennen Pence dan wel als posterboy van het rechtse evangelische blok, de vicepresident stamt in feite uit een katholiek nest. Als kind was hij zelfs misdienaar. Het is pas tijdens zijn studentenjaren dat hij zich sterker begon te oriënteren op een evangelische geloofsbeleving, met het persoonlijk en doorvoelde geloofsengagement dat daarmee geassocieerd wordt. Toch bleef hij ook daarna nog een tijdje actief als vrijwilliger in het katholieke jeugdwerk.  

    Vanaf halfweg de jaren '90 woonden Pence en zijn vrouw geregeld de zondagsdienst bij in een evangelische megachurch. Pence noemde zichzelf een "born-again katholiek": katholiek van stamboom, born-again in evangelische zin. Het lijkt een ongebruikelijke combinatie, maar in Amerika is religieus shoppen en pendelen lang niet ongewoon. 

    Katholieke generaals

    Bij nader onderzoek blijkt Pence niet de enige topmedewerker van Trump met een katholieke achtergrond. Er zijn (en waren), naar Amerikaanse maatstaven, bijzonder veel katholieken aan het werk in en om het Witte Huis .

    Stafchef John Kelly (een voormalige generaal) stamt uit een Iers-katholieke familie in Boston. Ook minister van defensie James Mattis (ook een gewezen generaal) is katholiek opgevoed. Hetzelfde geldt voor de flamboyante adviseur van Trump Kellyanne Conway.

    Drie topfiguren die het Witte Huis intussen al verlaten hebben, hebben eveneens een roomse achtergrond. Oud-adviseur Steve Bannon, ex-woordvoerder Sean Spicer en ook de ontslagen nationaal veiligheidsadviseur (en gewezen generaal) Michael Flynn: allemaal katholiek.

    In het geval van Bannon is een woordje uitleg en nuance op zijn plaats. Ook hij groeide op in een Iers-katholieke familie  - een achtergrond die hij allerminst wil verloochenen. Maar Bannon koos steeds meer voor een specifieke bedding van katholicisme: een rechts-conservatieve, identitaire en nationalistische stroming.

    In de zomer van 2014 gaf hij, via Skype, een lezing voor een conferentie van het Human Dignity Institute. Die conferentie vond plaats binnen de muren van het Vaticaan.  Het instituut is een bolwerk van conservatieve krachten met een bijzondere bekommernis om de Europese identiteit. Op zijn website proclameert het "de joods-christelijke fundamenten van de westerse beschaving" te verdedigen. De huidige officiële lijn van het Vaticaan onder paus Franciscus valt bij Bannon nog amper in de smaak. In een lang interview met CBS gaf hij de kerk en de Amerikaanse bisschoppen een flinke veeg uit de pan, omdat die veel te hard de kaart zouden trekken van immigranten. "Ze hebben illegalen nodig om hun kerken te vullen", zei hij.

    Er is in de VS al langer een strategische samenwerking zichtbaar tussen bepaalde delen of actiegroepen uit katholieke hoek en het rechts-evangelische blok, vooral dan inzake kwesties als abortus en euthanasie. De "christian right" is al lang niet meer een monolitisch blok van evangelische christenen of protestanten. De identitaire katholieke stroming lijkt een wat nieuwere brand daarvan. Behalve Steve Bannon kan zeker ook Michael Flynn daartoe worden gerekend; ook voor hem was de bescherming van het westen tegen vreemde (en met name islamitische) invloeden een hoofdmotief.  

    Belga

    Our First Lady of the White House

    De katholieke toets in het Witte Huis wordt tenslotte nog versterkt door niemand minder dan de first lady. Melanija Knavs groeide op in het communistische Slovenië.  Ze trouwde met Donald Trump in een episcopaalse kerk in Florida, in een dienst volgens de anglicaanse liturgie. Verder was er in feite weinig bekend over haar persoonlijke religieuze overtuiging en belangstelling, tot mei 2017. Toen 'outte' ze zich, tijdens een bezoek met de president aan het Vaticaan, als overtuigd katholiek.

    Melania Trump is de eerste katholiek om in het Witte Huis te wonen sinds het presidentschap van John Kennedy. Voeg daarbij de lange rij van katholieke topfiguren, en mogelijk is dit  - in sociologische termen - de meest katholiek gekleurde regering in de VS in ruim 50 jaar. 

    Oecumenische familie

    Bij dat alles zouden we vergeten dat de familie Trump en het Witte Huis ook een belangrijke joodse component herbergen. Jared Kushner, de invloedrijke schoonzoon van de president, is joods. Toen ze met hem huwde, bekeerde Ivanka zich eveneens tot de joodse godsdienst en levenswijze.

    Steve Miller, een topadviseur die vaak de speeches van de president inspireert, is eveneens van joodsen huize, net als minister van financiën Stephen Mnuchin. Reince Priebus, die intussen als stafchef vertrokken is, had Griekse roots en behoorde tot de Grieks-orthodoxe kerk. Rex Tillerson, minister van buitenlandse zaken, is een klassieke protestant (een 'congregationalist'). En woordvoerster Sarah Huckabee-Sanders heeft een baptistische achtergrond. VN-ambassadeur Nikki Haley tenslotte noemt zichzelf christen, maar verloochent allerminst haar Indiase sikh-familie en sikh tradities.

    Ondanks de opvallende katholieke aanwezigheid is het Witte Huis een plek van religieuze diversiteit. Die religieuze verschillen staan de politieke verstandhouding niet in de weg. De gemeenschappelijke politieke ideologie smeedt de samenhang, zoals het hoort in een pluralistische democratie.

    Alleen lijkt het stilaan ondenkbaar dat een topmedewerker zich publiek zou voorstellen als ongelovige of atheïst. Met de nadruk van Trump op 'Merry Christmas' en zijn gemediatiseerde gebedsstondes lijkt Trump van religiositeit en geloof een kenmerk  - misschien zelfs een wapenmerk te willen maken.

    Of die keuze is ingegeven door een diep gewortelde overtuiging of door tactische berekening, valt moeilijk te beoordelen. Bij Donald Trump vallen die twee ook makkelijk samen. De president is er als geen ander bedreven in om te geloven en verkondigen wat politiek opportuun en succesvol is.