Meest recent

    Het creatieve lab van Jozef De Kesel: “Ik heb de neiging om te panikeren”

    “Ik probeer mij à fond te geven, maar ik zal blij zijn als het gedaan zal zijn”. Kardinaal De Kesel torst de last van een tweeduizend jaar oud instituut dat de laatste jaren niet bepaald in de luwte is gebleven. Niet makkelijk voor een controlefreak die tegelijk wél openstaat voor debat. Gelukkig kan hij intens genieten van een goede roman of van brood met confituur. Dit creatieve lab komt waar het nog nooit kwam: in het hoofd van het hoofd van de Belgische katholieke kerk. Een op het eerste gezicht gesloten man, die wel warmte uitstraalt, huiselijke gezelligheid zelfs. 

    Eminentie, zoals elke week gaan we een creatieve dag overlopen. Hoe laat staat een kardinaal op?

    Een kardinaal ja… Wat mij betreft, ik sta om kwart over zes op. Ik was mij, en dan heb ik tijd voor gebed. Voor mij is dat belangrijk, omwille van  mijn geloof. Het persoonlijk gebed duurt een half uur, en ik lees ook nog altijd een half uur. Maar dat is dan spirituele lectuur. Om acht uur celebreer ik de mis, en op halfnegen ben ik op mijn bureau. Ik heb nog een kort ontbijt, voor de mis, daar moet ik zelf voor zorgen. Ik doe dat graag. Ik kan dan ook kopen wat ik graag eet: koffie, en ik ben een groot confituureter. Franse keuken, dat is confituur en brood, en een klein stukje kaas. En als ’t kan ook nog een stukje peperkoek. 

    Een half uur persoonlijk gebed, en een half uur lectuur. En dan nog een eucharistie, dat neemt ruwweg anderhalf uur in beslag?

    Ja, maar het ontbijt zit daar in. Ik wil ook niet overdrijven, ik ben geen monnik. 

    Als u hier op het bureau komt, is er dan een dagroutine, of loopt alles dooreen?

    Nee, niet alles loopt dooreen. ’s Morgens ontvang ik mensen, vanaf negen uur. Maar daarvoor moet ik nog veel doen. Ik moet nog de vicaris-generaal zien, hij staat mij bij in bestuurlijke taken. En de post komt, het secretariaat trieert, de secretaresse moet mij informeren of er nog iets moet gebeuren. Soms ben ik dan wel heel zenuwachtig. De secretaresse moet soms wel wat verdragen. Ik had liever wel de eucharistieviering wat vroeger, maar voor de mensen die komen is dat niet doenbaar. Maar ik hou eraan om goed overleg te plegen, want dan stapelt zich dat op. 

    Hoe verloopt de dag dan verder?

    Op donderdag, een keer in de maand, is er bisschoppenconferentie, en het is ook de dag voor de afspraken buitenhuis. Normaal gezien zijn maandag, dinsdag en woensdag voor de mensen die een onderhoud gevraagd hebben. En dat loopt dan tot twaalf uur-halfeen. 

    Waarover kan dat gaan?

    O, alles. Over het algemeen komt men spreken als er problemen zijn. Omdat men bij mij een beetje in hoger beroep komt. Wat voor mij ook niet altijd makkelijk is, omdat ik niet over het plaatselijk beleid heen wil stappen. Want dat denken de mensen soms: de bisschop die kan natuurlijk alles. Ja, dat gaat niet zo. Hoe groter de verantwoordelijkheid, hoe moeilijker het soms is. Als je jong bent, dan kun je alles zeggen wat je wilt: als ik bisschop zou zijn, het zou zo zijn. Tot je het bent. Dat is verantwoordelijkheid dragen.

    Voelt u uw handen gebonden als aartsbisschop?

    Nee. Ik wou niet zeggen dat ik mij niet vrij voel. Maar je voelt je wel verantwoordelijk. Dat is een evenwicht: vrijheid en verantwoordelijkheid. Vrijheid zonder verantwoordelijkheid, dat is arbitrair, ik hoef geen rekening te houden met andere mensen. Verantwoordelijkheid zonder vrijheid ook niet: je moet toch een beetje jezelf blijven. Want dat probeer ik toch als mensen bij mij komen: dat ze niet buitenkomen en zeggen: we hebben het eens gezegd, maar of je nu komt of niet, dat is toch gelijk. Soms moet je wel eens iemand interpelleren en zeggen: wat is dat hier? Dat je de andere partij ook eens hoort.

    Eind januari moet u gaan getuigen op het proces van diaken Poppe van Wevelgem, die een tiental mensen –minstens- omgebracht heeft. En u bent door de verdediging van meneer Poppe gevraagd om te getuigen. Als dat geen uitdaging is voor de creativiteit. Werkt zoiets verlammend, of inspirerend?

    De twee. Verlammend, in de zin: ik kan daar niets aan doen, maar ik ben de verantwoordelijke van de kerk, het is toch wel een diaken. Aan de andere kant inspirerend. Kijk, ook door mensen die mij komen zoeken, ook voor de pedofiliedossiers bijvoorbeeld, ik wist daar niet veel van vroeger. Echt waar, je wist dat dat bestond, je hoorde dat eens zeggen. Ik ga niet zeggen dat ik nu een specialist ben, maar ik weet daar oneindig veel meer van dan…

    Sinds u in Brugge geweest bent? (Jozef De Kesel heeft indertijd Roger Vangheluwe opgevolgd als bisschop, JH)

    … dan vijf jaar geleden, of acht jaar geleden. Oneindig veel meer. Ik leer de werkelijkheid meer kennen. Dat hier nu ook, dat is toch onvoorstelbaar. In het Frans is de uitdrukking “La réalité dépasse la fiction”. Er zijn dingen waar je nooit aan gedacht hebt, die je helemaal niet kende, en waarmee je nu geconfronteerd wordt. In die zin verandert dat je wel. Ja, je bekijkt die dingen anders, niet alleen het misbruik, maar vele dingen. 

    Wanneer bent u het actiefst bezig met beleid?

    Dat komt op verschillende manieren tot stand. We hebben de bisschoppenconferentie, elke maand zien de bisschoppen mekaar, een volledige dag. Dat geeft de mogelijkheid om met elkaar fundamenteel te praten. We hebben ook elk jaar een sessie van twee dagen, dat is eind januari. Er zijn veel gelegenheden. Ik moet ook toespraken voorbereiden. Voor het Te Deum ben ik lang op voorhand bezig, drie weken, dat zit in mijn hoofd. Maar dat is als ik in de auto zit. Ik gebruik heel veel tijd in de auto, ook in de file. 

    Hoe neemt u moeilijke beslissingen?

    De beslissingen probeer ik niet te vlug te nemen, als het moeilijke zijn. Door te consulteren. Ik heb de bisschoppenconferentie, als het belangrijke zaken zijn, die worden voorgelegd. 

    En dan trancheert u wel?

    Ja, dat moet ik doen. Als je het afgesproken hebt, dan moet je dat uitvoeren. Dat geeft een veel grotere gemoedsrust. Maar het blijft soms pijnlijk. Want tenslotte krijgt degene die het moet uitvoeren de tegenwind. Je moet je verantwoordelijkheid nemen. Maar Paus Fransiscus legt daar ook zeer sterk de nadruk op: er moet een consensus gezocht worden, op alle niveaus, in de parochies, maar ook in de bisdommen.

    Mocht u iets aan uzelf kunnen veranderen, wat zou dat zijn?

    (stilte) Soms zegt men van mij: in de liturgie zie ik er altijd kalm en rustig uit. Maar dat is dan ook alleen maar in de liturgie. (lacht) Maar daarbuiten -dat is nu heel persoonlijk- ik moet mij daarvoor overwinnen, ik heb neiging om te panikeren. Als ik voor een probleem sta…

    Verkrampen?

    Ja. Ik moet dan voorzichtig zijn om niet onmiddellijk te reageren. Ik weet het al uit ervaring. Het is goed dat ik dan eens iemand ontmoet aan wie ik kan stoom aflaten. Daarvoor zal ik wel blij zijn als het gedaan zal zijn, dat ik van die verantwoordelijkheid verlost zal zijn. Ik zie niet tegen mijn pensioen op. Dat is zeker, helemaal niet. Maar dat betekent niet dat ik nu zit te wachten, dat ik nog mijn termijn… Helemaal niet. Ik probeer mij à fond te geven. Maar ik zal de laatste zijn om te zeggen als het zover is: ik zou nog een beetje willen blijven. 

    Het is een zware last?

    Dat is normaal. Ik zou dat wel willen veranderen, maar ik heb mijn temperament. Ik heb mijn leeftijd nu, dat zal niet meer veranderen. Je leert wel een klein beetje. Ik moet eerlijk zeggen dat ik in Brugge veel geleerd heb. Want ik heb daar veel echt zwarte dagen gekend. Dat ik zeer onzeker werd, zeer onzeker.

    Dat heeft met die pedofiliezaken te maken?

    Ik neem het niet  kwalijk wat men in de pers over mij schreef. Ik was dat helemaal niet gewoon, ik kon daar geen weg mee. Je moet dat een beetje verwerken zeggen ze dan, maar dat is natuurlijk zeer … Maar je leert daar ook uit. Het is niet goed om te panikeren, je mag dat niet doen, maar ja.

    En heeft u middelen om dat meester te kunnen? Ik denk aan sport, of mediteren? Bidden komt in de buurt van mediteren natuurlijk.

    Jaja, het gebed is ook mediteren. Bij mij is het altijd op basis van het evangelie, een korte tekst. Dan mediteer je ook over jezelf. Het is inkeer. Maar, nee, sport niet. In de tijd ging ik wekelijks zwemmen, maar dat is al weggevallen. Maar wat ik wel doe, de dokter zegt dat dat heel goed is, dat is wandelen, stappen. En ik doe dat regelmatig, ’s avonds kan ik nog driekwartier hier in Mechelen wandelen. Dat vraagt geen speciale inspanning, je hoeft geen speciale kleren te kopen, het kost niets. Wat ik niet kan, wat voor mij onmogelijk zou zijn, dat is dag in dag uit, zonder onderbreking, van het een naar het ander, dat kan ik niet aan. Er moet een periode zijn bijvoorbeeld over de middag, als het lukt, dat ik een halfuur na het eten alleen ben. 

    Wat doet u dan?

    De krant lezen, of zaken die ik moet lezen. Of zaken waarvan men zegt, dat is interessant voor u om te lezen. 

    Wat is het laatste wat u doet voor u gaat slapen?

    Dat is ook het gebed, heel kort dan. Wij hebben in de liturgie van de kerk de dagsluiting, dat is een korte psalm en een kort gebed. Dat probeer ik altijd te doen, na de wandeling. Maar het allerlaatste is, dat is al jaren zo, daar is niets meer aan te doen, dan ga ik slapen, en dan lees ik, tot de slaapgodinnen komen. Ik kan een boek nemen en maar vijf regels lezen. Ik heb het al meegemaakt  dat ik wakker word ’s nachts, en dat het boek op mij ligt. Maar meestal heb ik nog juist de tijd om naast mij op het tafeltje te leggen. Maar dat is zo een bladzijde of tien. Ook als ik wakker word. Ik ben een goede slaper, maar dat betekent niet dat ik nooit wakker word. Vroeger gebeurde het dat ik dan bleef liggen. ’s Nachts zijn de gedachten veel zwarter dan overdag. ’s Nachts is alles moeilijker. Als het daglicht komt krijgt alles weer zijn plaats. Maar nu doe ik dat nooit meer, het boek wordt geopend, gelijk wanneer. Ik lig niet meer wakker, ik lees. 

    Kan u zeggen welke de laatste boeken zijn die u gelezen heeft?

    Olyslaegers natuurlijk, “Wil”, dat is heel mooi. “Oorlog en terpentijn”, van Stefan Hertmans. "De tolk van Java" van Alfred Birney. En "Exit West", van Moshin Hamid. 

    Wat is uw levensmotto?

    Dat er altijd mensen zijn bij wie je terecht kunt. Ik ben niet getrouwd, dat is een gemis. ik spreek daar nooit dramatisch over, want er zijn veel mensen die alleen zijn. Maar het celibaat betekent voor mij nooit dat je niet leeft in verbondenheid. Ik ben geen eenzame mens. Ik ben graag eens alleen. ik denk dat dat iets heel ergs is, eenzaam zijn, niemand meer hebben waar je je hart kunt luchten, vrienden. Ik heb zo al mensen ontmoet. Dat is ontzaglijk belangrijk voor mij, vriendschap. Ja natuurlijk, je bent zeer gehecht aan uw familie. Maar echte vrienden, mensen bij wie je terecht kunt, dat is zeer belangrijk.

    Foto's: Alex Vanhee, geluid en montage podcast: Gunter Joosen

    Ook nu weer heb ik in de geschreven versie heel wat moeten wegsnijden wat je in de podcast wel kan horen. En dat geldt uiteraard bij uitstek voor de muziek:

    • We hebben het Franse ontbijt van de kardinaal begeleid met "La valse d’Amélie", van Yann Tiersen.
    • De kardinaal hoort graag Vivaldi, we trakteerden met het Allegro uit het concerto "Il Riposo". 
    • Johnny Cash speelde die andere "Man in black" die graag leest en naar Jezus luistert.
    • Een andere favoriet van Kardinaal De Kesel: Wolfgang Amadeus Mozart, "Ave verum corpus", in een bewerking voor orgel en trompet.
    • Het Agnus Dei uit de "Missa tempore paschali", hemelse muziek van Nicolas Gombert, die helaas niet van zijn koorknapen kon afblijven. Een problematiek die Jozef De Kesel in Brugge zweet en tranen heeft gekost. 
    • De dagelijkse wandeling ging op de tonen van "Walking the dog", van George Gerschwin.
    • We zijn in vrede heengegaan op de tonen van het Allegro con Fuego, uit de 9e symfonie van Antonin Dvorak. Met stip in kardinaal De Kesels platenkast.

    Dit was het laatste Creatieve Lab in geschreven vorm. De podcastreeks loopt wel nog even door.