Video player inladen ...

Speedpedelec haalt elektrische auto in, maar gebruik ervan loopt niet over rozen

Het gaat hard voor de speedpedelec. Steeds meer mensen kiezen voor zo’n snelle elektrische fiets. Begin december waren er 6.760 van die speedpedelecs ingeschreven bij de Dienst Inschrijving Voertuigen (DIV), bijna evenveel als er elektrische personenauto’s ingeschreven zijn. Maar onze fietsinfrastructuur lijkt nog niet voldoende aangepast aan die nieuwe fietstypes. De vraag is hoe en of we dat wel moeten doen.

Vijf jaar geleden konden we ons niet eens voorstellen dat we met een elektrische fiets die 45 kilometer per uur haalt, zouden rondrijden. Vier jaar geleden stonden de eerste modellen pas in de winkel. En in één jaar tijd is hun aantal verdrievoudigd. In 2016 werden 2.040 speedpedelecs geregistreerd bij de Dienst Inschrijving Voertuigen (DIV), begin december van dit jaar waren dat er al 6.760.

Voor elektrische auto’s duurt het heel wat langer om in de smaak van het grote publiek te vallen. De huidige generatie elektrische auto’s is sinds 2010 beschikbaar en ook al komen er steeds meer modellen op de markt in verschillende prijscategorieën, van een algemene doorbraak is nog lang geen sprake.

Obstakels voor snelle fietsers

Maar het traject van de speedpedelec loopt niet over rozen. Heel wat mensen ergeren zich aan de snelle fietsen die hen voorbij zoeven op het fietspad of op de rijbaan. Maar de ergernissen van de gebruikers zelf van zulke snelle elektrische fietsen zijn dezelfde als die van “gewone” fietsers, zegt Bram Rotthiers, onderzoeker naar speedpedelecs aan de KU Leuven.

“ De ergernissen van gebruikers van speedpedelecs zijn dezelfde als die van gewone fietsers”

Ze haten putten in de weg. Scherpe bochten zijn vervelend. Ze vragen bredere fietspaden om andere fietsers veilig te kunnen passeren, en paaltjes en andere onverwachte obstakels maken fietsen vaak ronduit gevaarlijk.
De speedpedelecs vragen een nieuwe manier om ermee om te gaan.  

Aangepaste infrastructuur nodig

Omdat er steeds meer mensen zich met de fiets verplaatsen, zijn ruimere fietspaden nodig. Maar er zijn ook verschillende fietstypes en voor iedereen is plaats nodig. Mobiliteitsdeskundige Kris Peeters vindt dat de beleids­makers vooral de kaart van de snelheid kiezen en is daar niet gelukkig mee. “De fietswereld is besmet met de snelheidsmicrobe. We kunnen snel fietsen, dus moeten we snel fietsen op fietsostrades bijvoorbeeld. Maar willen we dat wel?" Hij vindt dat het tijd is voor bezinning.

Is het nodig om aparte fietspaden te hebben voor snelle fietsen en voor wie zich op een gezapiger tempo verplaatst? Volgens Bram Rotthiers van de KU Leuven is het antwoord genuanceerd. Hij is voorstander van een indeling op basis van het gedrag, dus van hoe snel of traag je fietst in plaats van de openbare ruimte in te delen volgens de mogelijkheden van een voertuig.

“Voor auto’s doen we dat ook. Een snelle Porsche rijdt op dezelfde weg als een doorsnee gezinswagen. Je duidt aan hoe snel je mag rijden en wie te snel rijdt, krijgt een boete. Dat kan ook voor fietsers."

Een kwestie van duidelijke verkeersregels dus. Trouwens, als je 45 kilometer per uur rijdt met een speedpedelec, mag je ook op de rijbaan fietsen.