Baby Karim Abdallah verloor zijn moeder bij een bombardement en groeide uit tot een symbool voor de situatie in Oost-Ghouta. AFP or licensors

Rode Kruis haalt inwoners in zeer kritieke toestand weg uit voorstad Damascus

Het Rode Kruis is begonnen met de evacuatie van gewonde en zieke burgers uit Oost-Ghouta, een voorstad van de Syrische hoofdstad Damascus. Daar wordt hevig gevochten tussen de rebellen en het Syrische leger. De mensen die geëvacueerd worden, hebben allemaal dringend medische hulp nodig.

Het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) meldde op zijn Twitteraccount dat het samen met de Rode Halve Maan in Syrië de eerste mensen uit Oost-Ghouta heeft weggehaald. Het zijn mensen die in kritieke toestand verkeren. Ze zijn met ambulances naar ziekenhuizen in Damascus gebracht. De komende dagen zullen nog meer hulpbehoevenden geëvacueerd worden.

(lees verder onder de tweet)

Oost-Ghouta wordt gecontroleerd door tegenstanders van het regime van president Bashar al-Assad. De stad is al jarenlang het strijdtoneel van geweld. De 400.000 inwoners hebben de laatste tijd zwaar te lijden onder bombardementen en hevige gevechten tussen het regeringsleger en de rebellen.

De situatie is er op dit moment op zijn zachtst gezegd schrijnend. Het is er erg koud, er is nauwelijks brandstof, er is nauwelijks voedsel. Volgens de Verenigde Naties kampt 12 procent van alle kinderen onder de 8 jaar in de stad met acute ondervoeding en dreigen zeker 500 mensen te bezwijken als ze niet heel snel medische hulp krijgen.

Nog schrijnender is dat er ziekenhuizen vlakbij zijn, maar het regime stond niet toe dat burgers de stad verlieten. Hulporganisaties en journalisten werd de toegang ontzegd. De Verenigde Naties proberen al wekenlang te bemiddelen om medische evacuaties toch mogelijk te maken.  

Eerder deze maand luidde ook het Rode Kruis de alarmbel. "Het leven in Oost-Ghouta wordt onmogelijk, de situatie bereikt een kritiek punt."