Vijf redenen waarom ons land maar beter (geen) Franse gevechtsvliegtuigen koopt

De Franse constructeur van gevechtsvliegtuigen Dassault wil 20 miljard laten terugvloeien via investeringen en economische compensaties, als ons land de Franse Rafale kiest als opvolger voor de F-16. Ons land rekent zo’n 4 miljard voor de aankoop van 34 nieuwe toestellen en zo’n 20 miljard voor de totale gebruikskost over 20 tot 30 jaar.  

labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

1. Modern en krachtig gevechtstoestel

De Rafale is een krachtig tweemotorig toestel dat 12 jaar geleden voor het eerst in gebruik werd genomen. Het toestel zit daarmee bijna halverwege zijn voorziene levenstijd. De nieuwste productietypes zijn voorzien van nieuwe sensoren en sterke radars.

Ons land opteert voor de standaardversie, maar er zijn ook versies die op vliegdekschepen kunnen landen. Doordat het toestel al jaren gebruikt wordt, heeft het geen kinderziektes meer en kan de kostprijs van het gebruik goed worden ingeschat. De Rafale kan bijna alle Europese en Amerikaanse types raketten gebruiken.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld de F-35 is het niet ontworpen om “stealth” of minder zichtbaar te zijn. Concurrent F-35 zal, als effectief alle problemen van de baan raken, ook over modernere en betere software en communicatiemiddelen beschikken.  

2. Combat Proven

Het Franse toestel Rafale heeft zijn strepen verdiend in verschillende gevechtssituaties. Het is dus “combat proven”. Rafales werden onder meer ingezet boven Libië, Mali, Irak, Syrië en Afghanistan. Ook concurrent Eurofighter heeft intussen veel ervaring op de teller. De F-35 van Lockheed heeft nog geen ervaring op het terrein. Het toestel wordt beperkt al gebruikt, maar het is wachten op verdere ontwikkeling van de cruciale software en testen vooraleer het voluit zal kunnen gaan. Het lijkt dus moeilijk in te schatten hoe de F-35 het zal doen in de praktijk. Volgens de producent zijn de testen wel positief.  

Eurofighter Typhoon AP2007

3. Samenwerking troef

"Interoperability" is het ordewoord bij gevechtsvliegtuigen. Kortom: de mogelijkheid om diepgaand samen te werken. Niet alleen bij de verdere ontwikkeling, maar ook bij het trainen en opleiden van piloten, het onderhoud en het beheer van dure wisselstukken en uiteindelijk zelfs de samenwerking op het terrein bij inzet.

Weinig landen gebruiken de Rafale. Dat is het grootste nadeel van het toestel.

Er zijn maar weinig landen die de Rafale gebruiken. Dat is meteen het
grootste nadeel van deze kandidaat. Frankrijk neemt het leeuwendeel
van de gemaakte toestellen voor zijn rekening, zo’n 130. Verder kochten ook India, Qatar en Egypte Rafales. Maar samenwerken met landen als India of Egypte ligt niet voor de hand omdat er te grote strategische en cultuurverschillen zijn.

Eigenlijk wordt ons land helemaal afhankelijk van de Franse luchtmacht als het voor de Rafale kiest. Van de F-35 zijn er nu al 250 toestellen gemaakt. Twaalf landen, waaronder Nederland, Italië, Noorwegen en Denemarken kozen voor de F-35. Dat Nederland, waarmee België erg nauw militair samenwerkt op veel vlakken, koos voor de F-35 speelt in het nadeel van de Rafale. Ook de Eurofighter biedt meer mogelijkheden om binnen Europa samen te werken, onder meer met Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk.

F-35 van het Amerikaanse Lockheed Martin

4. Europees of Amerikaans kopen?

“Als België het meent met de uitbouw van een Europese defensie, dan moet het Europese gevechtsvliegtuigen kopen”, dat is de stelling van de Franse minister van Defensie Parly. Daarmee neemt ze hoofdzakelijk de Amerikaanse concurrent de F-35 in het vizier. Amerika beschikt over grote budgetten om dit soort peperdure wapensystemen te ontwikkelen.

Als Europese landen niet investeren in Europese wapensystemen, dan zijn die niet langer betaalbaar, en dreigt ook de ontwikkeling van een nieuwe Europees gevechtstoestel moeilijker te worden. Natuurlijk is ook het Brits-Duitse-Spaanse Eurofighter een Europees toestel. Vraag blijft of die 34 toestellen in de praktijk het verschil zullen maken, maar natuurlijk gaat het ook om een politiek signaal.

Franse president Macron promoot de Rafale

Aan de andere kant is België een stichtend lid van de NAVO, waar Amerika ons al een tijdje harde tikken geeft op de vingers omdat we onze financiële verplichtingen niet nakomen. Kiezen voor de Amerikaanse F-35 koopt ons krediet in Washington, en dus bij de NAVO. Kiezen we voor een Europees toestel, dan verwijst Parijs naar de (vage) plannen om te starten met de ontwikkeling van nieuwe Europees gevechtstoestel. Daar kan België dan van bij de start aan meedoen.

5. Hoeveel terugverdienen is genoeg?

Bij dit soort grote miljardencontracten is het niet abnormaal dat een land een terugverdieneffect verwacht. Als het gaat om een overheidsopdracht dan gelden Europese regels. Die laten tot zo’n 40 procent terugverdieneffecten toe in de “essentiële veiligheidsbelangen” van een land. De twee kandidaten binnen de competitie, de F-35 en de Eurofighter, moeten zich daaraan houden. Frankrijk speelt buiten die competitie en stelt een volledig terugverdieneffect voor, onder meer door de bouw van een onderdelencentrum voor Dassault Falcon privé-jets.

Grote vraag is of dit voorstel überhaupt juridisch steek zal houden voor een Belgische of Europese rechtbank. Belgische politici zijn not amused met de “wat arrogante Franse aanpak”. Blijft de vraag waarom Parijs niet gewoon meedoet als het een sterk dossier heeft?

Opmerkelijk is dat elke kandidaat eigenlijk vooral moet zoeken waar het die terugverdieneffecten kan “dumpen”. Ons land heeft immers geen grote wapenindustrie waarmee het kan samenwerken. In Franstalig België lukt dat nog enigszins omdat daar een grote vliegtuigindustrie is, maar vooral in Vlaanderen, kmo-land bij uitstek, blijkt het niet makkelijk om bedrijven te vinden waarmee langdurige contracten kunnen worden afgesloten.