12 criteria om te oordelen of Theo Francken een fout maakte - of niet

Er is veel gezegd en geschreven over staatssecretaris Theo Francken (N-VA) en de uitwijzing van Soedanezen. Daarbij is mist gespoten en vielen zware beschuldigingen. In deze tekst probeert de directeur van Myria - het federale migratiecentrum - uit te zoeken wat er fout liep bij de uitwijzing van Soedanezen. Hij besluit: "Bij twijfel weegt altijd het beginsel van niet-uitwijzing door."

labels
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

Welke criteria zijn er om te antwoorden op de vraag of Soedanezen uitgewezen mochten worden of niet? Het is een moeilijke vraag. Dit is een bescheiden poging tot weergave van de essentie van deze Soedanese kwestie.

 1. Laat ons starten met de essentie: mocht België al dan niet Soedanese onderdanen terugsturen die in Brussel op straat werden aangehouden?

We mogen, om te beginnen, niet vergeten dat hier al een politieke bocht aan voorafging. Eerst, in april 2017 (zie onder meer La Libre Belgique) en ondanks de problemen die toen al samengingen met de aanwezigheid van transitmigranten in de openbare ruimte, gaf de staatssecretaris aan niet met Soedan te willen onderhandelen over de verwijdering van zijn burgers. 

2. De Staatssecretaris verandert in september duidelijk van mening om een ‘mini-Calais’ in Brussel te vermijden.

Waarom? De nood om de Brusselse straten te vrijwaren van ronddolende migranten wordt belangrijker geacht dan het al dan niet terugsturen van Soedanezen naar Soedan, en daar ook organisatorisch voor samen te werken met dat land. 

3. Het klopt dat die Soedanezen gefixeerd zijn op Engeland en enorm wantrouwig zijn tegen de overheid. Passeurs (mensensmokkelaars) peperen dat wantrouwen er nog steviger in. 

4. Het is niet waar dat niemand van hen een asielverzoek deed: van de 99 Soedanezen die in het Maximliaanpark opgepakt werden, hebben 23 personen ons land om internationale bescherming verzocht.

En wie een asielverzoek doet wordt zeker niet uitgewezen, toch niet zolang de behandeling van dat asielverzoek duurt.

5. Blijft een belangrijke groep die het niet deed, denkend dat zo'n aanvraag  mogelijk in hun nadeel gaat spelen. Ze zijn misschien onvoldoende bewust van de gevolgen.

6. Wat er ook van zij, België is gehouden het artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens strikt te respecteren. Dat vereist dat niemand teruggestuurd wordt naar een land waar hij het risico loopt folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen te ondergaan.

Dat artikel vertolkt het beginsel van niet-uitwijzing, of het ‘non-refoulementbeginsel’, zoals het vaak wordt genoemd. 

Niemand mag teruggestuurd worden naar een land waar hij het risico loopt folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen te ondergaan.

7. Van kapitaal belang in deze zoektocht is een basisregel: zelfs als de migrant geen asielverzoek doet, is België nog steeds gehouden ten aanzien van die betrokken migrant dat non-refoulementbeginsel te respecteren.

Dat zegt het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over dat artikel 3 van het EVRM: Het besluit van een "overeenkomstsluitende partij" (een land dat het verdrag ondertekende, zoals België) om een migrant uit te wijzen kan aanleiding geven tot een probleem op basis van artikel 3. De betrokken staat is volgens het verdrag aansprakelijk, als aangetoond is dat er substantiële gronden zijn om aan te nemen dat de betrokkene na uitlevering een reëel risico loopt in het land van bestemming behandeld te worden in strijd met dat artikel. 

In zo’n geval houdt het artikel 3 de verplichting in om die persoon niet uit te wijzen naar dat land. 

8. Dat principe op verbod van foltering en onmenselijke en vernederende behandeling, dat het artikel 3 van het Europees Verdrag vastlegt,  laat geen enkele afwijking toe.

En het komt aan de overheid toe dit te controleren.

De manier waarop die controle gebeurd is, staat nu centraal in het debat.

9. De beweringen van mishandelingen zijn tot vandaag afkomstig uit één bron, en moeten dus omzichtig behandeld worden. Vandaar de legitieme vraag naar verder onderzoek. 

10. Maar, tenzij er materieel bewijs wordt gevonden, kan men zich de vraag stellen op grond waarvan deze mishandelingen zouden kunnen worden bevestigd of  ontkend.

Een bevestigende getuigenis van de Soedanese autoriteiten dat ze hun onderdanen hebben gefolterd is weinig waarschijnlijk.

Evenzeer kunnen getuigenissen van teruggestuurde migranten over onmenselijke of vernederende behandelingen die ze zouden hebben ondergaan, wankel zijn, omdat ze misschien gepolitiseerd zijn of geïnstrumentaliseerd.

11. Het is precies omdat we het hebben over kwetsbare personen en dictaturen, en dat de criteria voor beoordeling vatbaar zijn voor subjectiviteit, dat het nodig is om vooraf alle garanties in te bouwen.

12. Besluit: de notie ‘risico’ op onmenselijke of vernederende behandeling vraagt om het respecteren van een essentieel voorzorgsprincipe: als niet daadwerkelijk gewaarborgd is dat betrokkenen geen risico lopen, dan weegt het beginsel van niet-terugwijzing door.